In het zuidoosten van Ethiopië, in de
Somali-regio, bieden onze teams basisgezondheidszorg in de plaatsen
Degahbur, Cherrati en Werder. Naast de droogte heeft de bevolking
van de Somali regio ook te lijden onder een gewapend conflict, dat
in 2007 escaleerde. Dokter Anna Greenham werkt in Werder en schreef
hierover een persoonlijk verslag.
'Het leven in de Somali-regio is hard. Er valt
geen regen, het voedsel raakt op en zelfs de kamelen gaan dood van
de dorst. De nomadenbevolking kan geen water vinden en ook geen
land voor hun vee om te grazen. Ze moeten dus wel gigantische
afstanden afleggen om te overleven. Velen hebben alles verloren en
leven aan de rand van de steden.
Eén daarvan is het stadje Werder, waar Artsen
zonder Grenzen de enige gezondheidsvoorziening vormt voor zo'n
40.000 mensen. Werder is een stoffig, somber stadje. De meerderheid
van de mensen woont in krotjes met golfplaten daken of in hutjes
opgetrokken uit klei. Er zijn geen verharde wegen, er is geen
stromend water en stroom is er maar een paar uur per dag. Op de
markt zijn er nauwelijks verse etenswaren te verkrijgen.
Als ik je zou rondleiden in onze kliniek, zou
je opkijken van hoe basic alles is. Buiten staan er houten bankjes
vol met wachtende mensen. Sommigen daarvan hebben dagenlang gelopen
om hier te komen. Vaak hebben ze eerst hun heil gezocht bij
medicijnmannen, en alleen als ze ernstig ziek zijn, leggen ze de
weg naar ons toe af. De allerziekste patiënten nemen we op onze
verpleegafdeling: 2 grote tenten met matten op de vloer.
Het lijkt een chaos, maar het is echt
verbazingwekkend hoeveel we kunnen doen met zo weinig. We geven
primaire en secondaire gezondheidszorg, we behandelen
tuberculosepatiënten en ondervoede kinderen, begeleiden zwangere
vrouwen, geven vaccinaties en trekken daarnaast ook nog met mobiele
hulpposten naar afgelegen gebieden. En we trainen de medewerkers
die wij hier geworven hebben, zodat we iets achterlaten als we
uiteindelijk hier weggaan.
Het is moeilijk om te zien hoe kinderen hier
aan zulke simpele aandoeningen kunnen overlijden: diarree,
longontsteking, mazelen en ondervoeding. Maar gelukkig lukt het ons
deze kinderen te genezen. Zoals Fatima* en haar 4-maanden oude
baby. Ze had 4 dagen gelopen: zonder water, zonder voedsel. Ze was
zo uitgeput dat ze zelfs geen moedermelk meer had. Haar baby woog
nog slechts 2,5 kilo en was de dood nabij.
We hebben moeder en kind direct opgenomen voor
verpleging en langzaamaan gaat het nu beter. Maar Fatima's baby
heeft geluk. Haar moeder had de kracht zo'n lange reis af te
leggen. Voor vele anderen geldt dat niet. Ondanks alle obstakels en
uitdagingen, hou ik echt van mijn werk. Het geeft zoveel voldoening
om te zien hoe kinderen die in kritieke toestand verkeren, er weer
bovenop komen. Zonder ons zouden ze het waarschijnlijk niet gered
hebben. Artsen zonder Grenzen geeft niet alleen gezondheidszorg,
onze aanwezigheid geeft ook hoop aan een bevolking die zo
ontzettend vergeten en verwaarloosd is.'
Oktober 2008
* Naam gefingeerd vanwege
veiligheidsredenen. Het verslag van Anna dateert uit
augustus.