'HET GEWELD MOET STOPPEN'

Bericht van verpleegkundige en operationeel adviseur Helen O'Neill uit DR Congo

Helen O'Neill is verpleegkundige en operationeel adviseur voor Artsen zonder Grenzen. Onlangs werkte zij in de Democratische Republiek Congo, in de provincie Noord-Kivu. De provincie waar tienduizenden mensen opnieuw op de vlucht zijn nadat het 15-jaar durende conflict is uitgegroeid tot een regelrechte oorlog. Een verslag van wat zij heeft gezien.

 

'De situatie gaat snel achteruit, met het uur verandert de situatie. De mensen die ik zag, in onze klinieken, in de vluchtelingenkampen of aan de kant van de weg, waren al ziek, uitgeput en bang. En opnieuw moeten ze rennen om het vege lijf te redden. De huidige uitbarsting van geweld heeft overal voor paniek gezorgd. Je kunt de angst voelen. Mensen grijpen hun kinderen, geiten (als ze die hebben), en stapelen een bundeltje met al hun bezittingen op hun hoofd en vluchten naar waar ze maar denken enigszins veilig te zijn. Duizenden mensen zijn voortdurend in beweging en vormen een constante vluchtelingenstroom. Een dorp kan de ene week vol leven zijn, en de week erop totaal verlaten.

 

Slopend

Hele families moeten kamp opslaan op onherbergzame plekken, vaak de bossen. Ze maken een soortement onderdak van bananenboombladeren, of wat ze maar kunnen vinden. Ze zijn totaal blootgesteld aan de vochtige lucht, want het is regenseizoen, en de Congolese nachten zijn koud. Het geweld heeft een slopende impact. Na jaren van keer op keer vluchten, verkeren ze in fragiele gezondheid, vooral de kinderen. Malaria komt hier veel voor, net zoals cholera. De wrede werkelijkheid is dat het zo kan zijn dat kinderen de gevechten heelhuids weten te ontvluchten, maar de weken daarna door een muggenbeet overlijden, simpelweg omdat ze geen medische zorg konden krijgen. Het onrecht dat hieruit spreekt, is moeilijk te verdragen.

 

Gevangen

De mensen die ik heb gesproken zijn niet alleen bang en verzwakt, ze hebben ook honger. Ze kunnen niet naar hun akkers toe om te oogsten. Het is gewoonweg te gevaarlijk. Als je alleen op pad gaat, kun je beschoten of verkracht worden. En soms kunnen wij de mensen niet vinden, en kunnen we hen dus geen hulp geven. Maar het moge duidelijk zijn: deze mensen hebben dringend humanitaire hulp nodig. Ze hebben medische zorg, onderdak, voedsel en schoon water nodig – nú. En het geweld moet stoppen. Deze mensen hebben al veel te veel leed moeten meemaken. De meesten kennen alleen een wereld die uit oorlog, geweld en vluchten bestaat. Ze zijn gevangenen in een humanitaire crisis die zij niet hebben veroorzaakt, ze zitten gevangen in een conflict dat alles van hen ontneemt: hun waardigheid, veiligheid, gezondheid, een thuis, hun kost en uiteindelijk – voor téveel van hen – hun leven.'

 

Helen O'Neill gaat deze maand opnieuw naar de Congo.

 

November 2008

 

Artsen zonder Grenzen is ter plaatse gebleven toen de gevechten in oktober opnieuw uitbarstten. Onze teams werken door en geven noodhulp aan mensen in steden en kampen in diverse delen van Noord-Kivu, met name in Kichanga, Masisi, Mweso, Nyanzale, Rutshuru en Kayna. Onze teams in Mweso en Rutshuru moesten een paar dagen schuilen in de ziekenhuizen waar we werken. Terwijl zij levensreddende medische hulp gaven, hoorden ze buiten dat er zwaar geschut werd afgevuurd. Toen de gevechten in Rutshuru, zo'n 70 km van de provinciehoofdstad Goma, in al hun hevigheid oplaaiden, heeft het team 80 gewonden behandeld en werkt sindsdien rond de klok om het leven van zwaargewonde mensen te redden.