Ik werk in een klein ziekenhuis in Muhajariya, een stad
met 36.000 inwoners, waarvan een groot deel vluchtelingen van
binnen Darfur. Wij zijn de enige medische zorgvoorziening in de
regio voor 200 duizend mensen. Het leven is niet bepaald
gemakkelijk hier, al zou je dat niet denken als je de mensen ziet
die hun angst verpakken in levensvreugde.
De mensen van Sudan zijn een enigma. Ze zijn
verbazingwekkend gul van geest en heten je oprecht welkom. Als je
een restaurant binnenkomt, bieden ze je een drankje aan. Maar hun
vriendelijkheid wordt verpletterd door totaal zinloze moorden.
Niemand zou het in zijn hoofd halen je te bestelen, maar intussen
rijden er milities door de stad met bazooka's over hun schouders.
Onder de theeverkopersboom gaat een man met machinegeweer,
kogelriem en donkere zonnebril naast je zitten, lurkt aan zijn
hibiscusthee en lacht je toe. Mannen met zwaarden en automatische
geweren zijn hier schering en inslag. Ik realiseer me nu pas hoe
abnormaal mijn gebrek aan angst is. Ik denk dat je overal aan went
als je er maar lang genoeg in zit.
Dapper
De dagen in het ziekenhuis variëren van
hectisch (4.000 patiënten in één maand) en onwerkelijk
(vrachtwagens patiënten met schotwonden). Ons personeel heeft het
helaas allemaal al eerder meegemaakt, maar blijven zo begaan en
vastbesloten dat je je gesterkt voelt. Mijn grootste uitdaging is
het omgaan met het incasseringsvermogen van de mensen. Ik
onderzocht een jongen van dertien jaar. Hij heeft een chronische
hartspierziekte: het enige dat ik kon doen is hem vertellen dat hij
moest genieten van de tijd die hem rest. Hij stond op, glimlachte
dapper, schudde mijn hand en bedankte me. Zijn oudere broer deed
hetzelfde.
Schreeuwen
Toen kreeg ik het moeilijk. Zoveel mensen
hebben hier zoveel meegemaakt, ze accepteren wat op hun pad komt en
gaan door. Soms wil ik het uitschreeuwen: hoe oneerlijk dit
allemaal is. Gelukkig doen we ook verbazingwekkende dingen. Vorige
week: een vrouw met complicaties tijdens de bevalling. Alle vrouwen
zijn hier besneden en dat levert problemen op. Godzijdank had de
baby een hartslag van 140, de chirurg voerde een keizersnede uit en
het was een meisjestweeling.
Stille tranen
Ik heb de afgelopen maand schot- en andere
gruwelijke wonden gezien, ouders wier kinderen net zijn overleden,
mensen zonder armen of benen, ik heb aanvallen zien gebeuren. Maar
behandel een kind zonder verdoving en zijn ogen worden enkel dof,
een paar zoute tranen als enig bewijs van de pijn. Ik heb maar één
persoon ouder dan vijf jaar hoorbaar zien huilen. Een 45-jarige
vrouw kreeg een beroerte en overleed. Het weeklagen van haar
rouwende dochter was oorverdovend: mijn haren stonden overeind,
iedereen bevroor. Mensen vergieten hun tranen in stilte. Misschien
is er hier gewoon te veel tastbaar verdriet en is de energie die ze
nog over hebben te kostbaar om aan uitingen van bedroefdheid te
besteden.