Het einde van mijn missie
komt in zicht. Ik weet nog niet wat mij hierna wacht. Ik heb nog 5
weken te gaan en weet eigenlijk niet zeker dat ik er klaar voor ben
Boguila te verlaten. Ook al heb ik dagen dat ik het liefst meteen
zou vertrekken, omdat het soms lijkt dat ze (de plaatselijke
medewerkers die ik training geef) het nog steeds niet begrijpen.
Maar dat hoort erbij. En soms, als ik eraan denk dat ik het project
ga verlaten, voel ik tranen opwellen in mijn ogen.
Wat zal er gebeuren met de mensen die ik hier
heb leren kennen en waar ik een band mee heb gekregen? Wat zal er
met dit land gebeuren? Zal er overal vrede komen of zullen de
verkiezingen van volgend jaar alles weer in lichterlaaie zetten?
Wat zal er gebeuren met het psychosociale programma dat ik heb
opgezet? Hoe zal ik mijn ervaringen hier verwerken als ik terugben,
hoe geef ik het een plaats in mijn 'andere'/moderne leven? Ik weet
dat mijn leven verder zal gaan, maar mijn ervaringen hier in de
Centraal-Afrikaanse Republiek zullen altijd deel van mij uitmaken
als persoon, net zoals andere indrukwekkende ervaringen die mij nog
te wachten staan.
In mijn werk als psychosociale hulpverlener
hier voel ik mij vaak als een antropoloog die wanhopig probeert te
begrijpen hoe mensen denken, zodat ik hen kan helpen. Dit is hoe ik
het in de loop der tijd heb leren zien: er zijn maar weinig
momenten en manieren dat mensen hun gevoelens mogen laten zien,
laten blijken dat ze verdriet hebben, of dat ze lijden. Een wake is
zo'n moment. Ze jammeren, gillen en huilen; zo hoort dat, soms
lijkt het zelfs overdreven. Intense psychosomatische klachten zoals
een slopende hoofdpijn, hartkloppingen en hoogtevrees zijn andere
geaccepteerde manieren om te laten zien dat je lijdt.
Mensen zullen zelden in gezelschap huilen, of
hun gevoelens in woorden uitdrukken. Maar hun leed en hun pijn zijn
tastbaar en helder door de intensiteit van hun klachten en hun
fysieke pijn. Ik krijg het idee dat sommige van de korte,
psychotische aanvallen die ik hier heb gezien, ook toegestane
manieren zijn om problemen te uiten.
Zo hebben ze hier iets wat ze de
'zeemeerminziekte' noemen. De persoon zegt stemmen te horen, ziet
en praat met mensen die voor anderen onzichtbaar zijn, werpt
zichzelf op de grond en eet bladeren en aarde, onder meer. Maar
zodra hij of zij voor behandeling in het ziekenhuis is, zie je geen
van deze symptomen. Vaak verklaart de patiënt dan dat een stem hem
of haar vertelt dat ze iets moeten doen wat niet typisch is voor
een psychose, zoals het land bewerken, of niet praten voor 3 uur 's
middags. Ik krijg daardoor de indruk dat dit een onbewuste,
gebruikelijke manier is om te laten zien dat er een probleem is.
Het maakt de weg vrij voor aandacht, genegenheid en discussie.
Mensen hebben een ongelooflijke veerkracht! En
ze komen voor zoveel uitdagingen te staan! Voor de meesten draait
het leven om overleven. Voedsel en onderdak staan bovenaan in hun
lijst van prioriteiten. Pas daarna, veel verder daarna, komen
medische zorg, ruzies oplossen en liefdevolle relaties. Mannen en
vrouwen trouwen, of wonen samen om kinderen te krijgen. Het komt
maar zelden voor dat stellen tijd aan elkaar besteden of met elkaar
communiceren. Hun levensomstandigheden zijn zo anders, en daarmee
de manier waarop je hen behandelt ook.
Zo hebben we maar zelden meer dan 4 sessies
met patiënten. Zodra ze denken het probleem te begrijpen en een
andere manier overwegen om ermee om te gaan, zeggen ze dat ze
tevreden zijn met de hulp. Anderen reageren verbaasd als er wordt
geopperd dat ze het probleem met hun partner bespreken. Ze besteden
hier niet zoveel tijd aan het overdenken van zaken, in
tegenstelling tot in de westerse wereld. Wij besteden veel tijd aan
het denken over wat er gisteren gebeurd is, wat er vandaag gebeurt,
wat er morgen zal gebeuren. We bedenken ons hoe we problemen moeten
oplossen, onze gevoelens, onze relaties. Het is voor ons moeilijk
te accepteren hoe de dingen zijn, of gewoon zelf te zijn.
Hier hebben ze geen keuze. Het is zoals het
is. De kans is groot dat ze morgen geen bezittingen meer hebben:
omdat ze gestolen of verwoest worden. Dus ze eten op wat ze nu
hebben. Ze maken nauwelijks plannen. Hun leven bestaat uit
overleven. Ze hebben verschrikkelijke conflicten meegemaakt en ze
hebben het overleefd. En ik heb hen op mijn manier proberen te
helpen. Ze hebben me bedankt en hun gedachten met me gedeeld. Ik
hoop zo dat het hun goed zal gaan.
Joelle Depeyrot werkt al meer dan een jaar als psychosociaal
hulpverlener in Boguila, in het westen van de Centraal-Afrikaanse
Republiek. Hier werkt Artsen zonder Grenzen in het regioziekenhuis.
Het land, een vergeten uithoek van de wereld, wordt gedomineerd
door een jarenlang voortslepend conflict. De gevolgen voor de
bevolking: moeten vluchten voor geweld en een leven in angst.