ONDERWEG IN DE DELTA VAN MYANMAR

Bericht van persvoorlichter Michel Peremans in Myanmar

Labutta is een van de steden vanwaaruit Artsen zonder Grenzen met boten hulp biedt in de Irrawaddy delta van Myanmar (Birma). Persvoorlichter Michel Peremans voer mee met één van de boten.

 

'Ons team bestaat uit twee artsen, twee verpleegkundigen en acht logistieke medewerkers. We vervoeren rijst, bonen, olie en blikjes vis, genoeg om 3000 mensen een week eten te geven. We hebben ook honderden jerrycans en plastic dekzeil in het ruim.We gaan naar een gebied dat nog door geen van onze teams bezocht is. Het leger heeft hier een week geleden voedsel verdeeld, maar de noden zijn waarschijnlijk nog enorm. Dat weten we van dorpelingen die helemaal naar Labutta gereisd zijn om hulp te komen halen.

 

In volle gang

We varen langs verwoeste dorpen en zien regelmatig lijken op de oevers. In het water drijven stukken hout en opgezwollen dode varkens en buffels. Uiteindelijk komen we aan in het dorpje Daunt Chaung. Van de 327 inwoners hebben maar 60 mensen de storm overleefd. Een arts en een verpleegkundige richten de mobiele hulppost in, maar er komt niemand met ernstige medische klachten. Ondertussen is de distributie in volle gang en checken we ook de drinkwatervoorziening. De waterbron van het dorp is vervuild door de overstroming. We laten brandstof achter waarmee de mensen de bron kunnen leegpompen om ‘m daarna schoon te maken.

 

Bobo

Dan komt er een man op ons af. Zijn naam is Bobo en hij komt uit een dorpje, Myat Ke, 45 minuten varen verderop. Het plaatsje is tot nu toe vergeten. Het dorpje telde voor de ramp 75 families, maar slechts 56 mensen hebben de storm overleefd. We stappen in z’n boot met een van onze artsen en nemen voedsel, medicijnen en plastic zeil mee. ‘Tien leden van mijn familie zijn omgekomen’, zegt Bobo. ‘Mijn vrouw, mijn ouders en één van mijn broers hebben ‘t overleefd, maar al mijn zussen en hun kinderen zijn dood.’ Hij wil niet verder vertellen.

 

2 hutten

De inwoners van Myat Ke, zo’n vijftig mannen, vrouwen en kinderen, wachten ons op bij de rivier. Het zijn niet alle overlevenden, sommigen zijn het binnenland ingegaan om hout te zoeken om hun huizen te herbouwen. Myat Ke is nauwelijks een dorpje meer. Nog maar 2 hutten staan overeind. ‘We hadden 100 buffels, maar slechts 2 hebben de cycloon overleefd’, zegt Bobo. ‘We weten niet wat we nu moeten.’ Hij stelt zijn 18-jaar oude broertje Mosji voor. ‘Ik betaal z’n opleiding. Hij woont in Yangon en gaat er naar school, maar ik ben bang dat dat nu allemaal ophoudt.’

 

Uit de rivier

De dorpelingen hebben geen muskietennetten en ze drinken water uit de rivier. Onze dokter drukt de mensen op het hart het water eerst te koken. Gelukkig is niemand in het dorpje ziek. Een week na de cycloon overleden er 3 mensen. 2 aan diarree en één aan malaria. Nadat we alle noodhulp hebben uitgedeeld brengt Bobo ons terug naar de boot. In Daunt Chaung zijn onze collega’s nog bezig met het verdelen van de noodhulp. Ze hebben ons nog niet gemist. Het is bijna donker als we naar Labutta terugvaren.'