Sheleme
en haar tweelingzusje Kutuba worden op 13 juli opgenomen in een
voedingskliniek van Artsen zonder Grenzen. De vier jaar oude
meisjes wonen in de zuidelijke regio Oromiyo van Ethiopië. Ze zijn
zwaar ondervoed geraakt door het voedselgebrek daar. Vooral Sheleme
is er slecht aan toe.
Zondag 13 juli
Karen, arts van Artsen zonder Grenzen,
onderzoekt Sheleme en Kutuba, en meteen valt haar iets op: Sheleme
heeft hongeroedeem. Als gevolg daarvan zijn haar benen, voeten en
gezicht opgezwollen. Ze is in het zogenaamde ‘kwashiorkor’ stadium,
een teken van ernstige ondervoeding. Kutuba heeft die complicatie
niet en lijkt er beter aan toe. Toch heeft ook zij net als haar zus
de trieste, verloren blik in haar ogen die zo typisch is voor zwaar
ondervoede kinderen.
Hun moeder Subo vertelt dat het leven dit jaar
gewoon te zwaar geworden is. ‘De regens zijn gestopt en het graan
en de bonen groeiden niet goed’, zegt ze. ‘De koeien gaven
nauwelijks melk.’ Het is onmogelijk geworden voor haar en haar man,
die boer is, om hun dochtertjes en hun zoontje eten te geven.
Om zes uur krijgt de tweeling hun eerste
F75-voeding. Dat is de lichtste therapeutische melk, die aan
kinderen in de eerste fase van hun behandeling wordt gegeven.
Woensdag 16 juli 2008
‘De mensen in m’n dorp zeiden dat ik naar de
kliniek van Artsen zonder Grenzen moest gaan’, zegt moeder Subo.
‘Ik hoop dat mijn meisjes snel beter zullen worden.’ Ze lijkt niet
bezorgd, maar straalt een vertrouwen uit dat bijna overweldigend
is.
Toch zijn Sheleme en Kutuba nog steeds in
levensgevaar. Drie dagen na hun opname is er nog steeds geen reden
voor optimisme. Daarom krijgen de meisjes nog steeds acht keer per
dag F75, van zes uur ‘s ochtends tot drie uur ‘s nachts.
‘Kutuba’s hongeroedeem aan haar voeten neemt
af, ze gaat goed vooruit’, zegt Julie, verpleegkundige in het
centrum. ‘Gisteren kon ze al F100 drinken, een therapeutische melk
die dikker is dan wat we in de eerste fase geven. Het is de
volgende fase in het voedingsschema.’
Sheleme is haar oedeem nog niet helemaal
kwijt, maar ze reageert goed op de F75. Ze heeft maar een paar keer
overgegeven.
Naast de 170 andere opgenomen kinderen in het
centrum gaan Sheleme en Kutuba weer een nacht in onder constant
medisch toezicht. Ze zijn warm ingestopt, want het is heel
belangrijk dat ondervoede kinderen niet ook nog eens onderkoeld
raken in de koude julinachten van Ethiopië.
Zaterdag 19 juli
Shelemes oedemen gaan nu al dagen niet weg.
Gisterochtend wilde ze weer niet haar therapeutische melk drinken.
De artsen begonnen zich grote zorgen te maken en dachten dat ze
haar nu misschien wel sondevoeding moesten gaan geven.
Sheleme werd daar doodsbang van. Uiteindelijk
zei haar moeder Subo dat ze zelf de melk zou geven en dat lukte.
Vandaag kan Sheleme haar hoofd een beetje bewegen. Haar oedemen
beginnen te verdwijnen, waardoor ze gewicht verliest – een goed
teken in dit geval.
Om twee uur ‘s middags brengt Subo haar
tweeling naar hun dagelijkse bad. Sheleme kan al bijna zelf weer
lopen. Ondanks het warme badwater van Artsen zonder Grenzen moet
Sheleme huilen tijdens haar badje. Kutuba kijkt stil toe en houdt
de jurk van haar tweelingzuster vast tot ze klaar is.
‘Ondanks wat hoesten, is Sheleme’s herstel
goed’, zegt dokter Karen opgelucht. ‘Net als haar zus kan ze
beginnen met F100 melk’. Dat is een hart onder de riem voor al het
personeel van het centrum. Afgelopen nacht hebben twee kinderen het
niet gehaald.

Maandag 21 juli
Er heerst een serene rust in de ‘fase
twee’-tenten van de kliniek. Het geritsel van de plastic
Plumpynut-zakjes is een teken dat de kinderen hun eetlust weer
teruggekregen hebben. De meesten kunnen zelf de speciale
voedingspasta uit de zakjes eten. Het is een soort pindakaas die
veel kinderen erg lekker vinden.
Sheleme en Kutuba zijn vanochtend overgebracht
naar dit deel van de kliniek. Dat betekende dat de hele familie
moest verhuizen: naast de tweeling ook hun kleine zusje en moeder
Subo met haar baby, die de hele tijd uit haar borst drinkt. In fase
twee krijgen de kinderen nog steeds therapeutische melk, maar eten
ze ook drie zakjes plumpynut per dag.
Sheleme heeft nog steeds een angstige blik op
haar gezicht, maar krijgt ook steeds meer belangstelling voor haar
omgeving. Ze kijkt om zich heen alsof ze langzaam bijkomt. Onder
haar ogen zijn nog steeds de sporen van de oedemen zichtbaar
waardoor haar gezicht een paar dagen geleden nog zo gezwollen
was.
Als alles goed gaat mogen Sheleme en Kutuba
morgen het centrum verlaten en kunnen ze hun behandeling thuis
afmaken. Subo kan niet wachten op het groene licht van het medische
team. ‘We zijn klaar om te vertrekken’, zegt Subo. ‘Zodra het mag,
gaan we.’
Dinsdag 22 juli 2008
‘Sheleme en Kutuba hebben geen medische
complicaties en hun oedemen zijn helemaal weg’, zegt
verpleegkundige Julie van Artsen zonder Grenzen. ‘Ze kunnen thuis
doorgaan met hun behandeling.’
Kutuba glimlacht, terwijl Sheleme zich op haar
zakje Plumpynut concentreert. Subo is zichtbaar blij, terwijl ze de
kleren van haar kinderen inpakt.
Dan gaat ze naar de receptie, met haar meisjes
één voor één achter haar aan. Sheleme is de laatste, met haar zakje
in haar hand. Nog steeds een beetje zwak, beklimt ze de drie treden
naar de receptie, waar zij en haar tweelingzusje negen dagen
geleden werden opgenomen.
Sheleme en Kutuba krijgen ieder een deken, een
muskietennet en 56 zakjes plumpynut, een voorraad voor een week. In
de komende tijd moet hun moeder ze iedere week naar de kliniek
brengen voor controle en een nieuwe voorraad zakjes. Voor de rest
van het gezin krijgt Subo een pakket van 14 kilo bestaande uit een
mengsel van graan en soja, suiker en bakolie.
De volgende oogst is pas over twee maanden.
Subo en haar man zullen waarschijnlijk de grootste moeite hebben om
het gezin tot die tijd eten te geven. Maar terwijl de terreinwagen
van Artsen zonder Grenzen met het gezinnetje vertrekt, is het in
ieder geval zeker dat Sheleme en Kutuba er voorlopig weer tegen
kunnen.