HET DIEET VAN TUBERCULOSEPATIËNTEN IN OEZBEKISTAN

Dagboek van voedingsdeskundige Ellen van der Velden

Ellen van der VeldenEllen van der Velden is voedingsdeskundige en werkt op de medische afdeling op het hoofdkantoor van Artsen zonder Grenzen in Amsterdam. Voor haar werk reist ze regelmatig naar verschillende projecten. Zoals naar Oezbekistan, waar de regionale gezondheidszorg na het uiteenvallen van de Sovjet-Unie instortte. Hier heeft Artsen zonder Grenzen een speciale kliniek voor de behandeling van multiresistente tuberculosepatiënten. Voeding is een essentieel onderdeel van de behandeling en uit de rapporten bleek dat de patiënten niet goed aten. Het doel van Ellens bezoek was om te zien hoe dit verbeterd kon worden.

 

Maandag 23 april 2007

Een vreemd gevoel maakt zich van me meester als ik in Moskou land. Ik ben terug in Rusland, het land waar ik (voor een andere organisatie) een jaar lang woonde en werkte, nu zo'n 7 jaar geleden. Dit keer ben ik weliswaar alleen op doorreis, maar het voelt goed om het Russisch om me heen te horen en de teksten in cyrillisch alfabet te zien. Ik weet niet wat het is, maar voel dat ik nog altijd van Rusland hou. Helemaal begrijpen doe ik het niet, want al binnen een paar minuten word ik door een aanzienlijk aantal mensen uitgesproken nors bejegend, en krijg ik een diepe zucht in plaats van een 'sorry' van het meisje dat mij om 20.00 uur meedeelt dat ik geen diner meer kan bestellen. Tsja, ook dat is deel van de cultuur hier...

 

Maar goed op doorreis dus, naar Oezbekistan. Artsen zonder Grenzen heeft er in Nukus een groot project voor mensen met een resistente vorm van tuberculose (tbc). Zij moeten worden behandeld met tweedelijns medicijnen die zij gedurende zeer lange tijd in heel hoge doses moeten gebruiken. Dat betekent twee jaar ook bijwerkingen als misselijkheid, overgeven, depressie, en slapeloosheid.

 

Om 21.30 heb ik alle tijdschriften die ik heb meegebracht voor de teams in Tasjkent en Nukus twee keer gelezen en ben ik blij dat ik richting de gate mag. Gate nummer 9, in gedachten oefen ik mijn telkunsten. Ik kom tot 19, wat is ook weer 20 in het Russisch?

 

Oezbekistan vanuit de luchtHet vliegtuig is helemaal vol, maar toch gaat het boarden rustig. Kort na de start komt de bemanning de tekortkoming van hun internationale luchthaven compenseren. De kip kiev smaakt prima, maar dat zal ook door mijn trek komen. Het is half 4 in de ochtend plaatselijke tijd als we landen. Tegen de tijd dat ik met stempels en koffer buiten sta, gloort het in het oosten. Een vriendelijke chauffeur haalt me af en brengt me naar het gastenverblijf. Ik zet mijn koffer neer en wankel naar het gereedstaande bed.

 

Dinsdag 24 april

Om half 11 piept mijn wekker met volle overgave. Het is lang geleden dat het me zoveel moeite kostte wakker te worden, maar uiteindelijk dwing ik mezelf op te staan. Buiten schijnt de felle zon. Het is hier voorjaar, maar het is zo warm, het voelt als zomer. Een tweede chauffeur haalt me op en brengt me naar het kantoor. Daar allemaal blije en vrolijke gezichten. Vooral als ik de meegebrachte stroopwafels op tafel zet. Ik laat ze raden in wiens naam ik ze aanbied, en haast in koor roept men "Micky!!" (de voormalige landencoördinator). De lunch is vertrouwd: soep en heerlijke wortelsalade, met stroopwafels toe. En als we klaar zijn krijgen we op de valreep ook nog een enorme schaal zoete aardbeien.

 

Nukus vanuit de luchtIn de middag bespreek ik met de medisch coördinator wat zijn ideeën en verwachtingen zijn wat mijn bezoek betreft. Ik ben hier tweeënhalve week, niet lang, maar hopelijk lang genoeg om iets bij te kunnen dragen aan het project. Dan is het alweer tijd voor de vlucht naar Nukus. Met wat grapjes loodst de chauffeur mijn te zware koffer langs de incheckbalie. De meegebrachte kaas en tijdschriften zijn nogal zwaar. Gelukkig mogen ze mee zonder extra bijbetaling. Al snel mogen we door naar het vliegtuig.

 

Helaas is er iets onduidelijks mis met het vliegtuig en worden we in dezelfde vaart teruggebracht naar de vertrekhal. De uitleg aan de twee aanwezige buitenlanders beperkt zich tot "weet twentie minuts". Ik probeer het nog met mijn zes woorden Russisch, maar de juffrouw rent er zo snel ze kan op haar hoge hakken vandoor. Rustig plaatsnemen is het enige dat er op zit. Ruim vijf uur later mogen we eindelijk naar het vliegtuig en het is haast middernacht als we eindelijk in Nukus zijn. Het hele team is al naar bed, twee leden komen in nachtgoed naar beneden om mij mijn kamer te wijzen. We babbelen nog wat en gaan dan slapen.

 

Woensdag 25 april

Wakker worden valt niet mee deze ochtend. Het is de derde nacht op rij dat ik kort slaap. Bovendien loopt mijn lijf nog 3 uur achter bij de Oezbeekse tijd. Als mijn wekker gaat zou ik in Nederland net aan mijn diepste slaap beginnen...

 

Patiënten aan de lunchDe ochtend is een aaneenschakeling van introducties. Handjes schudden, namen horen en diverse gesprekken met de relevante mensen op kantoor. In het ziekenhuis hetzelfde lied. Vriendelijk lachend en begroetingen mompelend baan ik me een weg naar de afdeling waar de patiënten verblijven. Om besmetting te voorkomen, dragen alle stafleden mondkapjes. Het zijn extra sterke waarvan wordt bijgehouden hoelang ze zijn gedragen. Ze zien eruit als kleine snaveltjes; geen gezicht, maar besmetting voorkomen is belangrijker. Verkleed als Kwik, Kwek en Kwak gaan de verpleegkundige en onze gezamenlijke tolk de afdeling op.

 

Daar aangekomen, is het grappige stripverhaalgevoel gauw voorbij. Wat een droefenis om zulke zieke mensen te zien. Mensen die graatmager zijn, mensen die met een infuus in bed liggen, mensen met doffe blikken in de ogen. Het enige dat hoop geeft is het feit dat de meeste patiënten buiten zijn. Daar hebben zij blijkbaar de kracht voor, terwijl zij die op de afdeling blijven dat duidelijk niet hebben. Toch bekruipt mij een gevoel van paniek. Hoe moet ik deze mensen in hemelsnaam gaan adviseren? Er zijn er bij voor wie ademhalen en eten tegelijkertijd te zwaar lijkt...

 

Soep voor de lunchDan is het tijd voor de maaltijd. Ik zie hoe de soep - die er overigens best lekker uitziet - uit grote geëmailleerde emmers wordt geschept. Het beeld herken ik uit het Russische ziekenhuis waar ik zeven jaar geleden werkte. De patiënten eten de soep met meer smaak dan ik verwacht had. Tijdens de tweede gang, aardappelpuree, zie ik echter langzaamaan steeds meer mensen afhaken. En van puree houden de mensen hier wel. Soms zijn er gerechten waar de meesten niet eens aan beginnen...

 

Na de lunch op de afdeling gaan ook wij eten. Ik word vanuit een kleine 120 ooghoeken bekeken, totdat de arts van ons project mij officieel voorstelt in een korte speech. Ik krijg een applausje ter begroeting. Ik kan best tegen wat belangstelling, maar hier word ik verlegen van.

 

's Middags bespreek ik met de dieetzuster wat de patiënten gedurende de dag exact krijgen. Op mijn computer reken ik uit hoeveel voedingsstoffen daar zo'n beetje inzitten. Het resultaat valt me bepaald niet tegen, al is het calorisch aan de lage kant. Geen wonder dat de mensen niet aankomen tijdens hun behandeling. Gelukkig heb ik nog twee weken om na te denken over hoe het gat te dichten.

 

 

Donderdag 26 en vrijdag 27 april

Vrijdag en zaterdag breng ik vooral door in het ziekenhuis. In de ochtend overleg met diverse relevante personen en ’s middags naar de afdeling. Ik praat met de koks, sommige artsen en vooral veel met patiënten. We ontmoeten de meeste patiënten in de tuin voor het ziekenhuis. Omdat er een zacht windje waait, mogen onze mondkapjes af en kunnen we iets vrijer praten. En vrij zijn ze deze mensen, niet alleen naar ons, maar ook naar elkaar. Tijdens hun maandenlange behandeling leren ze elkaar van haver tot gort kennen, vooral ook omdat ze samen de behandeling met al haar bijwerkingen doormaken. Geheimen lijken ze dan ook niet voor elkaar te hebben.

 

In gesprek met patiëntenAls we proberen om een op een met mensen te praten, merken we dat dit helemaal niet gaat. De dame die we aanspreken, schrikt zichtbaar als we bij haar komen zitten. Gelukkig voor haar komen direct uit alle hoeken andere patiënten naar ons toe. Zo kunnen zij goed horen wat we allemaal bespreken. De dame in kwestie lijkt van de belangstelling juist te ontspannen. Privacy is duidelijk minder belangrijk hier dan in Nederland.

 

De verhalen van sommige patiënten liegen er niet om. Velen zijn al zeer lange tijd ziek en gedurende vele maanden soms inadequaat en veelal zeer onplezierig behandeld. Het ziekenhuis heeft de reputatie dat je er alleen naar toe gaat om te overlijden. Aan tbc kleeft hier een enorm stigma. Vele mensen geloven dat het ongeneeslijk is en dientengevolge worden de patiënten als melaatsen behandeld…

 

Arme mensen hebben vaker tbc dan rijke (dat heeft te maken met leefomstandigheden, voeding etc.) en veel patiënten hebben de maanden voordat ze opgenomen worden slecht gegeten. Sommigen koken maar één keer per dag en eten dan gedurende de dag een paar keer van dezelfde maaltijd. Fruit en groenten gebruiken ze maar mondjesmaat en vlees is een luxe die menigeen zich maar één keer per week kan veroorloven.

 

In het ziekenhuis is het eten een stuk beter. Elke dag drie maaltijden, diverse tussendoortjes en daarbij dagelijks vers fruit. Toch roemen de patiënten het eten niet. Ik krijg een stortvloed van klachten over me heen. De een lust geen boekweit, de ander geen erwten, de derde geen wortel de vierde… Ik hoor het allemaal aan en wacht mijn beurt af. 'Hoe is het eten op zondag?', vraag ik. Op zondag eten alle patiënten de hele maaltijd met smaak op, dat vertellen ze met graagte. Dat is namelijk de dag dat ze geen medicijnen gebruiken. Het duurt even, maar dan hebben de patiënten zelf door wat ze zeggen: op zondag eten ze goed, omdat ze geen last van bijwerkingen van de medicijnen hebben.

 

Op alle andere dagen moeten ze zich na het ontbijt melden bij de verpleegkundige om onder haar toeziend (lees: controlerend) oog hun medicijnen in te nemen. De uren daarna worden beheerst door ademhalen en proberen niet over te geven. Pas gedurende de tweede helft van de dag komen ze langzaam een beetje bij. Het is erg logisch dat ze dan bij de lunch geen zin hebben om te eten. Hun klachten over de verschillende gerechten zeggen dan ook niets over de kwaliteit van het eten, maar alles over hoe zij zich voelen.

 

Zaterdag 28 en zondag 29 april

Uit eten in een lokaal restaurantDit lijkt warempel wel een echt weekend! Op zaterdag naar de markt en op zondag naar het museum en na afloop een ijsje eten op een terras. Dit is goed toeven hier. Voor de tijd van het jaar is het al erg warm hier, hoewel het tegelijkertijd enorm scheelt van dag tot dag. De zondag is een haast zomerse dag, waar ik volop van geniet. Het plaatselijke museum is prachtig met veel archeologische vondsten van alle verschillende koninkrijken die er in de loop der eeuwen zijn geweest, prachtige kledingstukken van allerlei volken en vooral heel, heel veel schilderijen.

 

’s Avonds gaan we eten in een lokaal restaurant. Ik moet als voedingsdeskundige immers toch weten hoe het lokale eten smaakt. De patiënten hebben me verteld dat ze van alles vooral 'manti' missen van thuis, en na vanavond begrijp ik waarom. Ik vind de deegkussentjes gevuld met vlees ook erg lekker. Het is een soort ravioli, maar dan hele grote. Na vier stuks kan ik geen pap meer zeggen.

 

Dinsdag 1 mei

Het voordeel van een kort bezoek is dat er elke dag iets nieuws gebeurt. Vandaag ben ik in de polikliniek middenin de stad waar ambulante patiënten (zij wonen thuis en zijn niet meer besmettelijk) dagelijks komen voor hun medicijnen. De behandeling is zo zwaar dat zonder intensieve controle geen mens de behandeling 100% zou volgen. En dat is wel nodig als je wilt genezen zonder tegen nog meer middelen resistent te worden. Ondanks het feit dat niemand hier bacillen zou moeten kunnen uithoesten, dragen we voor de zekerheid toch een mond-neus-masker.

 

Het is een bijzondere dag vandaag, want een van de patiënten heeft haar behandeling volbracht. Er is een grote taart voor alle patiënten en de ex-patiënte krijgt toespraken en bloemen. Als een van de medepatiënten het woord neemt, haar feliciteert en vervolgens wenst dat alle aanwezigen hun behandeling even succesvol mogen afsluiten, ben ik lang niet de enige bij wie de tranen achter de ogen branden. Wat een pijn straalt er van de gezichten van de patiënten. Elke dag, maandenlang, een handvol pillen waar je zo ziek van wordt dat sommigen het beschrijven als doodgaan.

 

Sommige mensen treuzelen eindeloos met het innemen van de pillen die de meeste bijwerkingen geven. De smaak van de pillen is niet wat hen tegenhoudt, maar de wetenschap dat ze de eerstvolgende uren zo ziek als een hond zullen zijn. Om nog maar te zwijgen over de slapeloosheid, de (permanente) doofheid, het horen van stemmen en diepe depressies die bij veel patiënten als bijwerking optreden. Maar onze heldin van vandaag heeft het allemaal achter zich. Ze zegt bemoedigend dat ze zich nu al haast niet meer kan herinneren hoe ziek ze is geweest en wenst iedereen een succesvolle behandeling toe.

 

's Middags heb ik een afspraak met de artsen gepland. Ik ben goed voorbereid maar toch een beetje zenuwachtig. Ik heb een presentatie gemaakt van mijn bevindingen waarvan de belangrijkste is dat ik statistisch heb bewezen dat de magere mensen gedurende de behandeling in veel grotere getale overlijden dan de dikkere. Ook doen de magere mensen er veel langer over om hun 'open' tbc te bedwingen en te komen tot de niet meer infectueuze 'gesloten' vorm. Daardoor moeten ze veel langer opgenomen blijven en kunnen we in totaal minder mensen behandelen. De dokters reageren geschokt op deze harde feiten. Gezamenlijk bespreken we een aantal mogelijke actiepunten.

 

Terug op kantoor blijkt het betaaldag voor de nationale staf. Iedereen is wat teleurgesteld als blijkt dat salaris in briefjes van 100 wordt uitbetaald; niet iedereen heeft een tas bij zich die groot genoeg is om de stapels bankbiljetten mee te nemen. Betaaldag is traditioneel een uitgaansdag voor de feestvierders onder het personeel hier. We kiezen een leuke bar/restaurant/disco uit en eten, drinken en dansen de hele avond. Deze avond is leuker dan een soortgelijk feestje vrijdag (toen was het begin van het weekend de aanleiding). Die avond heeft vooral indruk gemaakt door het enorme drinktempo. Vanavond dansen we vooral en heb ik veel meer lol dan toen.

 

Woensdag 2 mei

Het ziekenhuis in NukusHet project in Nukus omvat twee ziekenhuizen, een polikliniek en een goed uitgerust laboratorium. In het gebied rondom de stad zijn bovendien diverse poliklinieken gevestigd zodat mensen, nadat ze niet meer infectueus zijn, thuis verder kunnen worden behandeld. Ze komen dan 6 dagen per week naar de dichtstbijzijnde polikliniek. Vandaag zijn we op de polikliniek van Chimbay, een zo mogelijk nog troostelozer stadje dan Nukus waar ruim twintig van onze patiënten wonen. De kliniek draait goed en de meeste patiënten zijn aan de beterende hand. Ik spreek met een man die behalve tbc ook diabetes heeft. Hij heeft wat vragen en ik leer ook het een en ander van hem. Het enige 'probleemgeval' in Chimbay is een vrouw die al diverse keren het programma heeft weten te ontglippen. We besluiten haar op te zoeken en rijden met een van onze medewerkers naar de buitenwijk waar ze woont.

 

De muur die de tuin omgeeft, ziet er goed onderhouden uit. 'Een middenklasse gezin,' denk ik. We zijn nog niet eens via de tuin naar het huis gelopen en ik stel mijn oordeel al bij. Wat een armoe. De deur valt bij het opendoen haast uit elkaar en eenmaal binnen, moet ik eerst mijn ogen laten wennen aan het donker. Het ruikt een beetje muf, haast schimmelig. We doen onze mondkapjes voor en lopen verder het huis in. In de derde kamer ligt op een dun matrasje een sterk vermagerde vrouw die moeizaam ademt. Zodra we de kamer inkomen, komt haar 83-jaar oude vader op een drafje achter ons aan. Haar 16-jarige zoon is niet thuis, hij gaat naar school. Het gesprek verloopt moeizaam, het is steeds de vader die het woord doet. Zijn ruim 40-jarige dochter lijkt niet in staat meer te doen dan af en toe afwerende gebaren te maken.

 

Behandeling van patiënten in het ziekenhuisStukje bij beetje construeren we de situatie. De dochter is al jaren ziek en heeft diverse behandelingen voor tbc ondergaan. Ze heeft een resistente vorm van tbc (of heeft die gekregen door een slecht uitgevoerde behandeling) en daardoor is geen van die behandelingen succesvol geweest. De vader blijkt bovendien vooral bezorgd hoe hij op zijn leeftijd moet overleven zonder dat zijn dochter voor hem kookt. Zijn andere kinderen (van wie er een zelfs in een ander deel van hetzelfde huis woont) willen niets met hem te maken hebben en door zijn haast tirannieke opstelling kan ik me daar wel iets bij voorstellen.

 

De zieke dochter lijkt een willoos slachtoffer wiens sterk ontwikkelde dienstbaarheid haar drang om te leven ondermijnt. Deze vrouw is langzaam aan het overlijden, maar noch zijzelf noch haar vader lijken daar enig belang aan te hechten. Ik kan de woede en machteloosheid die ik voel slechts met moeite onderdrukken. Een uur later zit er echter niets anders op dan onverrichter zake te vertrekken. We besluiten een plaatselijke arts morgen een laatste poging te laten ondernemen.

 

In de middag heb ik een vergadering met de verpleegkundigen. We bespreken dezelfde schokkende feiten als gisteren en komen tot dezelfde conclusies. Als de patiënten het eten immers niet willen eten op het moment dat het wordt aangeboden, lijkt de makkelijkste oplossing het eten op andere momenten aan te bieden. We komen overeen dat rond lunchtijd alleen soep en pas om drie uur de warme maaltijd aangeboden wordt. De snack die normaal gesproken met graagte wordt verorberd om drie uur, zal om negen uur 's avonds vast en zeker ook goed smaken. Ook het keukenpersoneel is blij met het voorstel; hun werk wordt beter verdeeld over de dag en hopelijk krijgen zij meer eer van hun werk als de patiënten beter gaan eten.

 

Voor de mensen die erg mager zijn adviseer ik bijvoeding. Van de opties lijkt plumpy'nut, een speciaal energierijke soort pindakaaspasta, de beste. Het is geopend houdbaar zonder koeling en wordt bovendien door de patiënten zeer gewaardeerd. Dat weten we uit een kleine steekproef die is gedaan met een doos verdwaalde plumpy'nut een paar maanden geleden. Het geeft een goed gevoel de artsen, verpleegkundigen en koks op één lijn te hebben. Het stemt me minder vrolijk dat het doorvoeren van deze maatregelen niet door mij gedaan zal worden. Tsja, dat is het lot van de adviseur. Ik mag goede ideeën bedenken, anderen gaan ermee aan de haal.

 

Er is overigens goed nieuws uit Chimbay. De vrouw heeft ingestemd met een poliklinische behandeling. Ze bleek - meer nog dan voor haar vader - bang voor de bijwerkingen van de medicatie. Ze zal nu worden behandeld met de laagst mogelijke dosis in de hoop de bijwerkingen te beperken.

 

Donderdag 3 en vrijdag 4 mei

De laatste dagen breng ik door op de laatste onderdelen van het programma die ik nog niet heb gezien: de afdeling met half-resistente tbc-patiënten, het laboratorium en de gezondheidsvoorlichters. De laatste doen onder meer huisbezoeken bij families van opgenomen patiënten om hen ook bij de behandeling te betrekken. Er kleeft een enorm stigma aan tbc. Dat is eigenlijk altijd zo met ziekten waarvan de massa denkt te weten dat je er aan doodgaat. Vergelijk het bijvoorbeeld maar met kanker in de jaren '70 en '80 in Nederland. De familieleden die wij bezoeken zijn echter vol lof over ons ziekenhuis. Ze zijn natuurlijk wel bezorgd om hun eigen gezondheid. Ze zijn immers in nauw contact geweest met de patiënt en hebben heel waarschijnlijk de bacillen ingeademd. Gelukkig is het zo dat van iedereen die besmet is met tbc (wereldwijd zo'n 30% van de mensen!!) slechts een klein deel de ziekte ook echt krijgt. Bij de meeste mensen blijft het immuunsysteem de ziekte goed de baas. Gezond eten, lichaamsbeweging en niet roken zijn de belangrijkste preventieve acties.

 

De families die we bezoeken hebben al een lange geschiedenis met tbc doorlopen. De meeste patiënten zijn al eerder onder behandeling geweest. Een vader van een opgenomen man heeft bovendien zelf tbc gehad. En aan zijn hoest te oordelen, is het heel waarschijnlijk dat die niet volledig genezen is. Hij vertelt de meest vreselijke verhalen over zijn behandeling. Over hoe collega-patiënten hun medicijnen doorverkochten om zo geld te genereren voor sterke drank. En over hoe artsen zich al bij het begin van de behandeling proberen in te dekken tegen mogelijke slechte behandelresultaten. Ook vertelt hij eerlijk over de angst die hij had toen zijn zoon naar ons ziekenhuis ging. Een buurmeisje is er ooit, kort na haar opname, overleden. Inmiddels weet hij echter dat er, mede door de komst van Artsen zonder Grenzen, veel is veranderd.

 

Zaterdag 5 mei

Verjaardag van de hoofdverpleegkundigeHet is ochtend. Nog vier dagen voordat ik terugvlieg. Dit wordt mijn schema:

 

Zaterdag 5 en zondag 6 mei

Uitslapen en in de tuin zitten

Verjaardag hoofdverpleegkundige

Aankomst projectcoördinator en medisch coördinator

Bezoek aan Tafelberg en begraafplaats heilige Sultan

 

Maandag 7 mei

Overleg met medisch coördinator en projectcoördinator

 

Dinsdag 8 mei

Vlucht naar Tasjkent

Bezoek aan fabriek waar bijvoedingsproduct gemaakt wordt

Vlucht naar Amsterdam.

 

Terug in Nederland

De terugvlucht verloopt zonder problemen, al slaap ik niet veel op de nachtvlucht van Tashkent via Moskou naar Amsterdam. Van de adviseurs wordt verwacht dat zij indien ze voor 12 uur landen ’s middags al gewoon naar kantoor komen. Ik land om kwart over twaalf en grijp dat met graagte aan als excuus om de middag vrij te kunnen nemen. Ik voel me belabberd na de vlucht en heb nog geen korstje brood in huis.

 

De volgende dag op kantoor bespreek ik mijn bevindingen. Dit project is niet te vergelijken met enig ander project van Artsen zonder Grenzen en ik heb dan ook een aantal uitgebreide presentaties voorbereid. We maken afspraken om met relevante groepen mensen bij elkaar te gaan zitten en ik leg uit wat ik heb gedaan. De ene presentatie gaat makkelijker dan de andere, vooral van de collega’s op de Public Health afdeling (onze medische afdeling, meest artsen en andere ervaren medische professionals) krijg ik een flink aantal kritische vragen. Niet erg, want mijn conclusies worden er scherper en beter van. In de komende weken zal ik samen met de medisch coördinator een plan opstellen om de introductie van plumpy’nut goed te monitoren. Hopelijk kunnen we dan binnen een paar maanden de positieve impact van onze activiteiten bewijzen.