'ACHT HUIZEN ONTSMET, IK BEN UITGEPUT'

Dagboek van water- en hygiënespecialist Zoe Young (2)

Lees deel 1

Woensdag 10 oktober – Het ‘contact’

 

Vandaag gingen Barbara en ik naar Luebo om de medewerkers in het isolatiecentrum daar te trainen. Eerst ging het over hoe je iemand in een lijkenzak doet. Daarna trainden we ze in de desinfecteerprocedures.

 

Op de weg van Kampungu naar Luebo zijn veel ‘buyanda’ – kruiers – onderweg. Ze duwen fietsen beladen met zakken maïs. Vaak vervoeren ze twee zakken, één over de stang en één boven de pedalen. Daarbovenop vastgebonden vervoeren ze nog talloze andere zaken: stoelen, kippen, geiten.

 

Toen Barbara en ik terug in Kampungu waren, moesten we de gisteren overleden patiënt naar de begraafplaats brengen. Er was geen doodskist, dus legden we haar in haar lijkenzak achter in de pick-up en vertokken we naar het plaatsje Baka Tombi.

 

De hele familie stond te wachten en begon te huilen toen de auto naderde. Hun doodskist was de grootste die ik ooit gezien had, maar gelukkig was-ie van matten en bamboe gemaakt, dus de familie kon ‘m gemakkelijk naar de begraafplaats dragen.

 

Het had waarschijnlijk de hele middag geduurd om het graf te graven. Het leek wel of het halve dorp uitgelopen was om de begrafenis bij te wonen. Velen van hen hadden hun T-shirts over hun neuzen gebonden om zich tegen de ziekte te beschermen.

 

Toen we klaar waren, gingen we bij de familie langs om afscheid  te nemen en om de man een hulppakket met een emmer, deken, klamboe, zeep en andere zaken te geven. Het was heel treurig. Hij zei tegen Hilde, de arts die bij me was: ‘Wat moet ik nu? Nu ben ik een ‘contact’ (iemand die met een ebola-patiënt in aanraking is geweest, red.).’

 

Dinsdag 9 oktober – De vrouw en haar echtgenoot

 

Een suïcidale geit wierp zichzelf voor onze auto vandaag. Eén voorpoot van de geiten hier wordt vastgebonden om ze in bedwang te houden. Dat betekent dat de arme geiten maar drie poten hebben om op te lopen. Deze wierp zich onder de auto, rolde om en verscheen weer aan de andere kant van de auto, voordat-ie zich weer oprichtte en naar ons keek. Hij maakte ons enorm aan het schrikken!

 

Toen ik terug kwam in Kampungu vanmiddag was de verpleegkundige van dienst, Isabel,  in de hoogrisico zone van het isolatiecentrum. Een patiënte was net overleden. Isabel was naar haar toegegaan en had haar dood gevonden.

 

Ik ging naar de echtgenoot om te zien of hij wou komen om afscheid te nemen. Isabel zorgde ervoor dat ze er vredig uitzag toen we hem (in beschermende kleding) binnenlieten. Daarna deden we haar in een lijkenzak met haar kleren, en lieten haar achter voor de nacht. Ze zal morgen begraven worden.

 

Zondag 7 oktober – Een weg en drie bruggen

 

De man die nu in de isolatie-unit zit komt uit Kalombayi. Dat is een dorpje waar geen weg naartoe ging, alleen maar een pad voor fietsen en motoren. Martin (onze logistieke medewerker) heeft honderden mensen geregeld die een weg hebben uitgehakt zodat we met een auto patiënten kunnen ophalen als dat nodig is. Hij heeft ook voor drie bruggen moeten zorgen. Vandaag was de weg klaar. Een medisch team en een team dat mensen opspoort die in contact zijn geweest met een ebola-patiënt gingen naar Kalombayi en Tchitala waar een vrouw al een paar dagen ziek was. Toen ze er aankwamen, bleek dat ze geen verdacht geval was. In plaats van haar te behandelen trokken ze een aantal andere gevallen van mogelijke ebola na.

 

Iedere avond hebben we vergadering. Vaak begint het pas om negen uur, zodat ik echt m’n best moet doen om wakker te blijven. Het eerste nieuws vandaag was dat een vrouwelijke patiënt positief getest was voor ebola. Het wordt waarschijnlijk een heel triest verhaal: ze is zwanger én ze geeft een ander kind de borst. Toen ze zich afgelopen week niet goed begin te voelen, heeft ze haar kind aan haar zus gegeven om te zogen.

 

Morgen zal een team naar haar huis gaan om een soort ‘thuiszorg’ voor haar op te zetten. Haar broer weigert haar naar het isolatiecentrum te laten gaan, dus moeten we een aantal voorzieningen opzetten om ervoor te zorgen dat ze thuis veilig behandeld kan worden.

 

Zaterdag 6 oktober – De markt

 

Vandaag was een dag van massaal desinfecteren. We moesten in een zwaar getroffen dorpje zo’n veertig huizen sprayen. Het leek wel of we ieder tweede huis van het plaatsje moesten behandelen. Eén woning, waar vijf mensen waren overleden, was helemaal neergehaald. We gingen systematisch door het dorpje terwijl de auto met chlooroplossing ons volgde.

 

Vanmiddag had ik tijd om naar de markt te gaan en een paar essentiële zaken (wc-papier, tomatenpuree…) en lekkers (verse tomaten, groene sinaasappels en wat pinda’s) voor ons team te kopen. Het was een maar kleine markt en het was vandaag duidelijk geen marktdag, want de meeste stalletjes waren leeg en er was weinig te koop. In een paar stalletjes lagen een aantal tomaten per twee, boven op elkaar. Een paar kostte honderd Congolese francs (500 is ongeveer een dollar) dus ik kocht genoeg voor twee maaltijden.

 

Er waren chilipepers in verschillende kleuren, dus kocht ik een paar vaal-gele. Verder kreeg ik een vreemde vrucht die een beetje op een granaatappel leek, drie handen pinda’s en een liefdesverklaring van de man die me de tomatenpuree verkocht. Er kwam een hele menigte om me heen staan terwijl ik onderhandelde. Ze wilden weten wat ik hier deed. Ik hoorde ze ‘ebola, ebola’ fluisteren.

 

Donderdag 4 oktober – Helemaal ingepakt

Vanochtend ging ik weer terug naar de vrouw van de man die aan ebola overleden was om haar een set hulpgoederen te geven. Iedere familie van een (overleden) patiënt krijgt zo’n kit om de spullen te vervangen die vernietigd zijn bij de desinfectie van de woning. De kit bevat een deken, een slaapmat, beker en bord, een emmer en een handdoek. We zijn de slippers vergeten, dus die moeten we nog een andere keer bezorgen.

 

Later gingen Barbara en ik naar Luebo om een aantal mensen te trainen die het nieuwe isolatiecentrum gaan bemannen dat we daar hebben opgezet. Op het moment hebben we er geen patiënten, maar we willen voorbereid zijn. Er waren ongeveer acht verpleegkundigen en twee doktoren die we het centrum gingen laten zien. Ik was erg tevreden over hoe de training van de desinfectieteams afgelopen dinsdag was gegaan, dus we deden het weer op dezelfde manier en maakten twee groepen waarvan steeds één persoon de beschermende kleding moest aantrekken.

 

Het ging erg goed tot we bij het desinfectie en uitkleed-gedeelte kwamen. De laatste persoon die de beschermende kleding moest uitdoen, had dat al drie mensen zien doen, maar het werd een chaos. Iedereen schaterde het uit en riep instructies. Haar armen zwaaiden in het rond terwijl ze probeerde de kleding uit te doen. Wat me enorm trof was hoe ontmenselijkt ze eruit zag, helemaal ingepakt zonder dat je haar gezicht kon zien. Ik kon nu pas echt goed zien hoe we overkomen op de patiënten…

 

Woensdag 3 oktober – Acht huizen ontsmet, ik ben uitgeput

 

Iedere dag gaat een team op pad om de ‘contacten’ te controleren. Dat zijn mensen die in hetzelfde huis gewoond hebben als een ebolapatiënt of een ebolapatiënt hebben aangeraakt toen die ziek was of al overleden. We controleren deze mensen tot drie weken na het laatste contact. Drie weken is de incubatietijd van ebola.

 

Toen ik vanochtend met het team op pad ging, kwamen we als eerste langs het huis van een van de patiënten die we afgelopen week hadden begraven. Zijn vrouw was thuis en zag er totaal verloren uit. Ik vroeg hoe het met haar ging, en ze zei: ‘Niet ziek’. Dat was natuurlijk niet wat ik bedoelde. Het was erg moeilijk dat ik haar hand niet even vast kon houden om m’n medeleven te betuigen. Ze is een ‘contact’ en moet in de gaten worden gehouden.

 

We ontsmetten haar huis, net als dat van zeven anderen. Toen hadden we een langdurige meeting met een van de oudsten van het dorp (met alle kinderen van het dorp eromheen) om te zien welke huizen moesten worden gedesinfecteerd.

 

We concentreerden ons eerst op de slaapmatten, de bedden en oude kleren die er rondslingerden. We gooiden de kleren weg, maar besproeiden al het andere met een desinfecterend middel en legde het buiten te drogen. In totaal konden we maar acht huizen doen, maar aan het eind van de ochtend was ik compleet uitgeput. Morgen moet ik het allemaal nog een keer doen, om de andere helft van ons desinfectieteam te trainen.

 

Op weg naar huis kwamen we een paar van onze lievelingskindertjes tegen. Ze hebben altijd speelgoedautootjes gemaakt van plastic flessen met dekseltjes als wielen bij zich. Vandaag zagen we autootjes van balsahout met een antennetje erop. Ze hadden onze auto’s nagemaakt!

 

Donderdag 2 oktober – De opfriscursus

 

Vanochtend begon ik met een opfriscursus voor het team in het isolatiecentrum. Er zijn heel wat nieuwe mensen bijgekomen in de laatste paar weken, en ik wilde er zeker van zin dat iedereen weet wat-ie doet.Het was een goede sessie: er waren heel wat vragen over of er een vaccin tegen ebola is, wat we voor de patiënten kunnen doen en o ja, kunnen de bewakers nieuwe laarzen krijgen?

 

Aan het eind van de sessie gaf ik iedereen een medicijn om malaria te voorkomen. We maken ons er zorgen over dat mensen die malaria krijgen worden aangezien voor ebola-patiënten. Koorts is een symptoom van beide ziekten. Alle internationale medewerkers moeten ook verplicht het malariamedicijn nemen.

 

‘s Middags gaf ik een training aan twaalf mensen over hoe je een woning ontsmet. We hebben nu meer auto’s, dus we kunnen teams ook naar de dorpen in de omgeving sturen om huizen te desinfecteren. We moeten waarschijnlijk 200 huizen behandelen, een enorme klus….

 

Nadat ik uitleg gegeven had over ebola, liet ik één van hen de beschermende kleding aantrekken. Daarna verdeelde ik de groep in twee teams, die elk iemand de beschermende kleding moesten aantrekken. Het was erg effectief. Er ontstond een beetje een wedstrijd en ze deden het erg goed. Morgen gaan ze aan de slag in een dorpje niet ver weg.

 

Maandag 1 oktober – Op bezoek in Luebo

 

Vanochtend vertrokken Barbara, Martin en ik naar Luebo. De weg is nu een stuk beter, want Martin heeft honderden mensen ingehuurd om de weg te egaliseren. Het is nu wel een stuk minder spectaculair!

 

Het doel was uit te zoeken of we in ieder van de twee ziekenhuizen in Luebo een isolatiecentrum konden inrichten. Luebo wordt in twee delen verdeeld door een rivier, en die delen kunnen schijnbaar niet goed met elkaar opschieten.

 

We begonnen in het districtsziekenhuis in het zuidelijke deel. Ze hadden al een aantal patiënten in hun eigen isolatiecentrum gehad, van wie er één was overleden. We keken of we een gang konden inrichten als verkleedruimte en een aantal kleine kamers als isolatieruimten.

 

Buiten onder een raam lag een hoop injectienaalden en ander afval dat duidelijk zomaar uit het raam was gegooid. Een van onze taken zal zijn om dit veilig te vernietigen en een systeem voor het afval op te zetten voor het isolatiecentrum in het ziekenhuis

 

Daarna gingen we terug naar het protestantse ziekenhuis aan de andere kant van de rivier. De meeste gebouwen van het ziekenhuis bleken in een slechte staat te zijn en hadden dichtgemaakte ramen. Het Amerikaanse Centre for Disease Control (Centrum voor Ziektebestrijding) wil een laboratorium in het ziekenhuis opzetten, waar ze bloedmonsters op ebola kunnen testen. Het wordt een erg geavanceerd centrum.

 

De ruimte waar we ons isolatiecentrum willen opzetten is niet erg inspirerend. De muren zijn zwart – misschien is er ooit brand geweest. Het wordt nog een hele klus om er wat op te zetten. We moeten maar even zien wat we doen.

 

Zondag 30 september – Een middagje luieren, heerlijk

 

Er waren geen nieuwe patiënten vanochtend, dus we konden eindelijk echt schoonmaken en alles goed opruimen. Iedere week krijgen we een halve dag vrij, en vanmiddag was dus een goede dag om ‘m deze week te nemen. Het was geweldig. Gewoon luieren in een koel windje onder een palmboom…

 

Het licht in de late middag was fantastisch. Alles was heel helder en baadde in een fel geel licht, met donkere onweerswolken op de achtergrond. Ik kon de donder horen.

 

‘s Avonds gingen we naar ‘de telefooncel’. Dat is niet meer dan een stok in de grond op de enige plek in Kampungu waar je bereik hebt met je mobiele telefoon.

 

Daarna hadden we een filmavondje. We organiseerden een vierpersoons bioscoop in de grote witte tent en verdrongen ons rond de computer om James Bond boven de generator uit te kunnen horen. Morgen ga ik lobbyen om de generator te dempen met zandzakken!