'HET MOMENT DAT IK EEN LACH OP HAAR GEZICHT ZAG, WAS ALLES VOOR MIJ'

Portret van vertaler en psychosociaal medewerker Fozia in Pakistan

Naam Fozia Bangash Leeftijd 25 jaar Functie Vertaler en psychosociaal medewerker Projecten Pakistan Studie Sociologie, Engels (9 maanden)

 

(c) Artsen zonder Grenzen'Ik kom zelf uit een fijn gezin met zeven zussen en drie broers. Ze zijn allemaal getrouwd en hebben kinderen, behalve ik en mijn zus Zakia. Wij werken beide voor Artsen zonder Grenzen in Kuchlak. Mijn zus is apotheker-assistent en ik ben vertaler en psychosociaal medewerker. Kuchlak ligt in de provincie Belutsjistan, in het oosten van Pakistan, bij de grens met Afghanistan.

 

Moeder-en-kindzorg

De meeste mensen in dit dorre, bergachtige gebied zijn straatarm. De meesten hebben geen geld voor medicijnen, vervoer of de privé-klinieken. Soms is de kwaliteit van die privé-klinieken bedroevend. Het ziekenhuis waar ik werk is gericht op moeder-en-kindzorg. Elke ochtend stroomt de wachtkamer vol met zwangere vrouwen en baby's. Omdat Artsen zonder Grenzen een vrouwelijke dokter heeft, durven de vrouwen naar ons toe te komen. Terwijl de vrouwen bij de dokter zijn, krijgen de meegekomen mannen les in hygiëne en borstvoeding. Heel belangrijk in deze maatschappij waar de man (bijna) alles bepaalt.

 

Vertrouwen

Ik help de internationale medewerkers van Artsen zonder Grenzen in hun contact met de patiënten. De patiënten vertrouwen mij, ik spreek drie van de lokale talen en zo kan ik voor hen beiden tolken. We doen er alles aan om de zwangerschap en bevalling zo goed mogelijk te laten verlopen: controles voor en na, hulp bij de bevalling zelf, baby's inenten. Gezinnen van tien kinderen zijn normaal hier, máár: hoe meer kinderen, hoe groter het risico voor de vrouw. Onze zorg is heel belangrijk voor zowel vrouw als kind. Daarom gaan we ook op huisbezoek, om te kijken wat de thuissituatie is en hoe het met het kindje gaat.

 

Zwakke positie

Naast vertaler werk ik als psychosociaal medewerker. Veel vrouwen hebben grote psychische problemen door hun zwakke positie als vrouw hier. Soms zijn de verhalen echt verschrikkelijk. Zoals een vrouw die zwaar mishandeld werd door haar schoonfamilie, waar ze bij woonde. Intrekken bij je schoonfamilie is heel normaal hier. Eerst onderging ze lijdzaam alle kwellingen, maar uiteindelijk kon ze het niet meer aan en kwam ze naar ons. Ze vertelde me dat ze niet meer wilde eten, niet meer voor haar kinderen kon zorgen en dat zelfs goed nieuws haar niet meer blij kon maken. Ze kon alleen nog maar huilen en wilde liefst dat haar leven voorbij was.

 

Een lach

Ik heb veel en vaak met haar gepraat en uiteindelijk ook met haar man gesproken. Ik vond het bijzonder dat hij bereid was te komen en dat hij naar mij - een vrouw! - wilde luisteren. Hij erkende dat zijn vrouw heel slecht was behandeld en zei dat hij voor een eigen huis ging zorgen. Ik kan al haar leed niet wegnemen, maar na de behandelingen was zij weer in staat haar leven weer op te pakken. Het moment dat ik een lach op haar gezicht zag, was alles voor mij.'

 

Waarom ik bij Artsen zonder Grenzen werk

Ik weet nog goed dat ik op televisie de beelden van de Afghaanse vluchtelingen zag die naar Pakistan kwamen na de inval van Amerika. De tranen sprongen mij in de ogen en ik besloot dat ik iets wilde doen om deze mensen te helpen.