'WAT WE DOEN WORDT NIET ERGENS OP EEN HOOFDKANTOOR BEPAALD, MAAR DOOR ONZE MENSEN IN HET VELD'

Portret van landencoördinator Jan Peter Stellema in Tsjaad

Naam Jan Peter Stellema Leeftijd 40 jaar Functie Landencoördinator Projecten DR Congo, Afghanistan, Uganda, Pakistan, Somalië, Tsjaad Studie Rechten

 

(c) Artsen zonder GrenzenArtsen zonder Grenzen werkt hier sinds 2003, toen de crisis in Darfur begon en duizenden vluchtelingen Tsjaad binnenstroomden. Mensen die doodsangsten hebben uitgestaan, die hun families en bezittingen zijn kwijtgeraakt, die zijn bestolen en verkracht. Hun hele leven overhoop gegooid, omdat ze als minderwaardig worden beschouwd, vanwege huidskleur of etniciteit. En daardoor in kampen terecht zijn gekomen waar ze volkomen afhankelijk zijn van humanitaire hulp.

 

Bestaansminimum

Sinds eind 2006 is het geweld in Tsjaad zelf ook toegenomen en in een periode van zes maanden sloegen 180.000 mensen op de vlucht. Met medische hulp, schoon drinkwater, therapeutische voeding voor ondervoede kinderen, uitdelen van dekens, muskietennetten, zeep, emmers, plastic, zijn wij in staat een zeker bestaansminimum te garanderen. Maar helaas ook niet meer dan dat. Het is nodig dat het geweld ophoudt en dat de bevolking weer in veiligheid kan leven.

 

Van Congo naar Tsjaad

In 2002 begon ik als financieel coördinator in de Democratische Republiek Congo, vervolgens werd ik daar projectcoördinator in Shabunda: een dorpje middenin de jungle. Daarna heb ik zeven maanden in Kandahar, Afghanistan gewerkt en in Lira, Noord-Uganda, beide missies wederom als projectcoördinator. In 2005 werd ik lid van het noodhulpteam, wat inhoudt dat ik onder meer nieuwe projecten opzette of verkennende missies uitvoerde. In één jaar: de aardbeving in Pakistaans Kasjmir, Somalië, provincie Katanga in Congo. Vervolgens werd ik gevraagd voor interim-operationeel adviseur op het hoofdkantoor.

 

Eindverantwoordelijk

Nu ben ik landencoördinator in Tsjaad, wat betekent dat ik de eindverantwoordelijke ben voor onze activiteiten in het land. We hebben twee gigantische projecten, met 31 internationale medewerkers en meer dan 400 Tsjadische collega's. We werken op acht verschillende locaties, waarvan sommige zo afgelegen dat wij de enige organisatie ter plekke zijn. We bieden medische hulp aan Sudanese vluchtelingen uit Darfur, gevluchte Tsjadiërs en aan de plaatselijke bevolking.

 

Zien wat er nodig is

Het mooie van onze organisatie is dat wij daar reageren waar de nood het hoogst is, en dat betekent dat we flexibel moeten zijn. Ik vind het boeiend om ervoor te zorgen dat de teams in het veld alle middelen hebben om hun werk zo goed mogelijk te doen, en dat zij daarbij voldoende ondersteuning krijgen. Wat we doen wordt niet ergens op een hoofdkantoor bepaald, maar door onze mensen in het veld: zij zien wat er nodig is, zij leven tussen de slachtoffers. Het werken in afgelegen en gevaarlijke gebieden betekent ook dat ik moet onderhandelen met de strijdende partijen om ons daar ongestoord te laten werken.

 

Plezier en verschil

Ik doe niet meer aan carrièreplanning zoals ik dat vroeger deed. Ik wil doorgaan met plezier in mijn werk. Als dat stopt, stop ik ook. Mijn werk levert constant uitdagingen op, maar ook prachtige ervaringen die ik nooit zal vergeten. Ik ben in uithoeken van de wereld geweest waar ik anders nooit zou zijn gekomen, ik heb kennis gemaakt met zoveel andere levenswijzen en gebruiken. Eén ervaring staat er voor altijd in mijn geheugen - en hart - gegrift. De aardbeving in Kasjmir waar ik zelf middenin zat. De wanhoop, ellende, saamhorigheid en het verschil dat Artsen zonder Grenzen daar voor duizenden slachtoffers heeft gemaakt: het verschil tussen leven en dood, dat weet ik zeker.

 

Waarom ik bij Artsen zonder Grenzen werk

Ik ben trots dat ik deel uitmaak van een organisatie die sterke idealen heeft én die in staat is deze uit te voeren: medische hulp geven aan mensen die door conflict of ramp zijn getroffen. Het is het meest zinvolle werk dat ik ooit heb gedaan en dat geeft mij de energie die nodig is om dag in, dag uit - samen met alle mensen uit mijn team, te knokken voor mensen die dat zelf niet meer kunnen. Sinds ik voor Artsen zonder Grenzen werk ben ik misschien drie keer opgestaan met de gedachte 'vandaag geen zin' te hebben.

 

Wat is het eerste wat je gaat doen als je weer thuis bent?

Slapen, eten, vrienden en familie opzoeken.