Naam Peter Paul de Groote
Leeftijd 46 jaar Functie
Landencoördinator Projecten voormalig Joegoslavië,
Democratische Republiek Congo, Ethiopië en verschillende korte
projecten Studie Economie (bedrijfskunde) aan de
Universiteit van Amsterdam
Hoe lang werk jij al voor Artsen
zonder Grenzen?
Sinds 1993. Onder andere als financieel en
hrm-coördinator tijdens de oorlog in voormalig Joegoslavië, in
Zaïre (nu Congo) na de genocide in Rwanda en als landencoördinator
in Sarajevo, Bosnië-Herzegovina. Daarna heb ik een aantal jaren
voor een andere organisatie gewerkt, maar toen de mogelijkheid zich
voordeed ben ik snel op het oude nest teruggekeerd en werd ik
directeur van Artsen zonder Grenzen Verenigd Koninkrijk. Gedurende
die tijd heb ik Sharon leren kennen. Samen hebben we afwisselend
voor Artsen zonder Grenzen in Nederland en in Ethiopië gewerkt.
Sinds 2009 werken we in Myanmar.
Waar bestaat jouw werk
uit?
Mijn voornaamste taak is te zorgen dat we onze
visie in concrete doelstellingen en activiteiten vertalen en
vervolgens mensen, geld en goederen op de juiste manier inzetten.
Samen met de medisch coördinator vertegenwoordig ik Artsen zonder
Grenzen bij de overheid, met name het ministerie van
Volksgezondheid, de VN en andere organisaties. Ik probeer
regelmatig naar onze projectlocaties te reizen om te zien hoe het
gaat en met de medewerkers daar van gedachten te wisselen.
We hebben veel lokale
medewerkers
Lokale medewerkers zijn vaak degenen die zich
aan de grootste risico's blootstellen. Als buitenlanders kunnen wij
bijvoorbeeld besluiten een land te verlaten als wij vinden dat het
niet veilig genoeg is, maar zij hebben die optie vaak niet. Ik kan
ons gelukkig prijzen dat wij hier meer dan 1.000 lokale geweldige,
kundige en toegewijde lokale artsen, verpleegkundigen en
ondersteunende medewerkers hebben. Zonder hen was het niet mogelijk
om duizenden patiënten van de hoognodige medische zorg te
voorzien.
Wie of wat mis je het
meest?
Mijn familie, met name mijn moeder. Ik heb
vier fantastische neefjes en het is wel eens moeilijk om ze in
sprongen te zien opgroeien. Ik hou contact met het thuisfront via
e-mail, af en toe bel ik en ik heb net een Skype account voor mijn
moeder aangemaakt. Ik zie het geringe directe contact met mijn
familie als mijn enige opoffering om dit werk te doen.
Wat heeft jou het meeste
aangegrepen?
Teveel om op te noemen, maar wat mij elke keer
weer opvalt, is de manier waarop de mensen omgaan met de situaties
waarin zij terechtkomen. Mensen die familie en vrienden zijn
verloren door oorlog en ziekte, die ineens in een voor hen
onbekende omgeving zitten waar zij afhankelijk zijn van hulp van
buiten. Hoe zij dan toch vaak de energie kunnen opbrengen om een
soort van normale routine in hun leven te brengen. De warmte en
gastvrijheid, dat is iets waar ik veel respect voor heb en ik vraag
mij wel eens af hoe dat zou zijn als het ons zou overkomen.
En als je terugkijkt op je tijd bij
Artsen zonder Grenzen?
Alle verschillende banen hadden hun eigen
uitdagingen, elke keer heb ik weer veel geleerd. Uiteindelijk ligt
mijn hart toch overduidelijk aan de directe operationele kant en
met name in het veld, waar je het dichtst bij ons werk staat. Toen
ik de keuze maakte om dit werk te gaan doen had ik nog geen idee
waar dit toe zou leiden. Bijna 20 jaar later ben ik nog net zo
gemotiveerd, heb ik een geweldige baan, werk ik met veel kundige en
toegewijde mensen en heb ik in Sharon een fantastisch lieve partner
die hetzelfde werk doet en net zo begaan is. Ik denk niet dat ik
mij veel meer had kunnen wensen.
Juli 2011
Wat motiveert je?
Mijn eigen principes en waarden en die van
Artsen zonder Grenzen komen sterk overeen. Onze medische
activiteiten zijn gericht op de meest kwetsbare bevolkingsgroepen
in de wereld en wij zijn in staat deze hulp snel en effectief te
verlenen dankzij onze financiële onafhankelijkheid van westerse
overheden en dus van politieke agenda's. Wij kiezen geen partij
maar bieden hulp op basis van de noden. Natuurlijk heb ik wel eens
zo mijn frustraties over dagelijkse beslommeringen, maar die vallen
in het niet vergeleken met dat waarmee de bevolking in de landen
waar wij werken te maken heeft.
Wat is het eerste wat je doet als je
na een missie weer thuis bent?
Genieten van alles wat Nederland, en in mijn
geval Amsterdam, te bieden heeft. Gewoon de fiets kunnen pakken en
door de stad fietsen zonder na te worden gestaard (in onze
projecten ben je als buitenlander toch een bezienswaardigheid) en
een kopje koffie drinken bij Café Marcella op het Amstelveld.
Het team in Myanmar bestaat uit 20 internationale en bijna
1.200 lokale medewerkers. Wij bieden hiv/aidszorg aan bijna 20.000
patiënten en basisgezondheidszorg met gemiddeld 650.000 consulten
per jaar. Hierbij is er veel aandacht voor de behandeling van
malaria (meer dan 100.000 behandelingen per jaar). Ook
moeder-en-kindzorg en medische zorg voor jonge kinderen heeft grote
aandacht in onze projecten. Ook verlenen wij medische hulp aan een
gemarginaliseerde en stateloze moslimminderheid in het westen van
het land.
Meer weten over
onze hulpprojecten in Myanmar