PSYCHOSOCIALE HULP NA EEN AARDBEVING

Interview met psychologe Daisy Plana

Oorlogs- en natuurgeweld laten niet alleen fysieke sporen na, maar ook psychologische. Daarom geeft Artsen zonder Grenzen vaak psychosociale hulp aan de slachtoffers van een natuurramp. Daisy Plana, Artsen zonder Grenzen psycholoog, reisde van haar geboorteland Filippijnen af naar Indonesië om hulp te verlenen na de aardbeving van 30 september 2009 op Sumatra. Waar bestaat haar werk uit? Een vraaggesprek.

Artsen zonder Grenzen psycholoog Daisy Plana verleent hulp op Sumatra na de aardbeving van 30 september 2009. © Alan CheungHoe waren de mensen eraan toe?
Ik heb mij vooral gericht op de dorpen rond Pariaman, in het zwaarst getroffen gebied. De mensen waren nog steeds bang en hadden moeite met 's nachts de slaap te vatten, één maand na dato. Langzaam komen ze over het verdriet van hun naasten heen, maar ze leven nog steeds van dag tot dag. De meesten zijn bang dat er nog een aardbeving zal komen, op zich een reële angst.

 

Waar bestaat de psychosociale hulp uit?

We behandelen zowel volwassenen als kinderen. In voorlichtingssessies praten we over hoe je om kunt gaan met stress, we vertellen hen dat hun reacties op wat hen overkomen is, normaal zijn. Als ze meer ondersteuning nodig hebben, vragen we hen naar een groepssessie te komen of een-op-een met een van onze counselors te spreken. En we geven hen tips om zich – geestelijk - voor te bereiden op mogelijk toekomstige aardbevingen en andere natuurrampen. Als het kan, organiseren we ook een spel of een sportactiviteit voor het dorp. Dat werkt therapeutisch en geeft mensen een uitlaatklep voor hun emoties. En we zorgen dat kinderen weer gaan zingen, tekenen en met elkaar spelen, net zoals voor de aardbeving.
 

Wat zijn de uitdagingen die je tegenkomt?

Allereerst: taal. In de meeste dorpen spreken mensen wel het Bahasa Indonesia, de officiële Indonesische taal. Dit spreken onze lokale medewerkers ook. Maar in sommige dorpen spreken mensen alleen Bahasa Minang, een Maleise taal die wel verwant is aan het Bahasa Indonesia, maar niet geheel hetzelfde. Dus dan hebben we vertalers nodig. Maar als er bijvoorbeeld 100 mensen in een groep zitten, worden een-op-eengesprekken natuurlijk een stuk moeilijker.

 

En dan zijn er ook nog de culturele verschillen. Het kost tijd om een vertrouwensbasis op te bouwen met de mensen. Het hele idee van psychologische ondersteuning is erg nieuw voor hen. De dorpsleiders voelen vaak weerstand om psychosociale hulp toe te laten in hun gemeenschap, dus moeten we lang en veel met ze praten om ze duidelijk te maken hoe belangrijk het is dat de mensen deze hulp krijgen. In hun cultuur is het moeilijk om over hun gevoelens of gedachten te praten. Het is al een paar keer gebeurd dat iemand gewoon wegrende tijdens een counselingsessie toen ze het te moeilijk kregen.