HOE BEHANDEL JE AIDS?

© Pep Bonet

Aidsremmers

Ondanks de grote inspanningen op het gebied van aidsonderzoek is er nog steeds geen therapie ontwikkeld die aids kan genezen. Ook is er geen effectief vaccin tegen hiv en aids. Aids is daarmee een chronische ziekte die zonder behandeling tot de dood kan leiden. De afgelopen jaren is er wel aanzienlijke vooruitgang geboekt met aidsremmers, ook wel bekend onder de naam Antiretroviral drugs (ARV). Deze medicijnen gaan de vermenigvuldiging van het virus tegen en zorgen dat de achteruitgang van de lichamelijke gezondheid van een patiënt wordt afgeremd.

 

ART

Een behandeling met aidsremmers wordt ook wel Antiretroviral treatment (ART) genoemd. Een aidsremmende behandeling heeft duidelijke voordelen. Het gaat goed met de patiënten: hun immuunsysteem is sterker, hun gewicht neemt toe en zij worden hierdoor in staat gesteld hun leven weer op te pakken. De behandeling is echter ingewikkeld. Vaak moeten patiënten verschillende medicijnen innemen, meerdere malen per dag. Als medicijnen in één handige pil zijn gecombineerd, wordt het makkelijker voor patiënten om de behandeling vol te houden. Dit wordt ook een combinatiepil genoemd, of fixed-dose combination medication: dit houdt in dat er 2 of meer medicijnen in één pil worden gecombineerd.
 

Ondersteuning voor aidspatiënten

Maar een goede behandeling van aids bestaat uit meer dan het verstrekken van medicijnen alleen. Daar hoort ook voorlichting en begeleiding bij, bijvoeding zodat de patiënt kan aansterken, en het behandelen van de patiënten voor ziekten die de kans krijgen omdat hiv hun afweer verzwakt (opportunistische infecties). De aidsremmers moeten tweemaal per dag worden ingenomen, met voedsel. Patiënten kunnen last hebben van ernstige bijwerkingen. Soms werkt de standaardmedicatie niet goed meer en moet uitgeweken worden naar andere medicijnen. De patiënten moeten dus goed ondersteund worden zodat de behandeling niet onderbroken wordt en ze geen resistentie tegen de medicijnen ontwikkelen.

 

Eerstelijns en tweedelijns

Aidspatiënten die voor het eerst op een aidsremmende behandeling worden gezet, starten standaard met een zogenoemde eerstelijnsbehandeling (first line treatment). Als deze standaardmedicijnen geen effect meer hebben op de patiënt, omdat het hiv-virus immuun (ofwel resistent) is geworden voor deze medicijnen, moet de patiënt overgaan op andere, vaak sterkere, medicijnen. Deze vervolgbehandeling wordt een tweedelijnsbehandeling genoemd (second line treatment). Een groot nadeel is dat de medicijnen die voor een tweedelijnsbehandeling worden gebruikt, vaak vele malen duurder zijn.

 

Nieuwe behandelmethode

De Wereldgezondheidsorganisatie heeft in 2010 een aanbeveling gedaan voor een nieuwe behandelmethode: patiënten moeten een nieuwer medicijn krijgen als onderdeel van hun behandeling (tenofovir, dit heeft minder bijwerkingen en biedt ook betere resultaten) en in een vroeger stadium met aidsremmers beginnen (nog voordat de CD4-cellenaantal onder de 350 komt i.p.v. onder de 200 cellen per kubieke millimeter). Hiermee kan een doodsklap door een bijkomende infectie, zoals tuberculose, voorkomen worden. Artsen zonder Grenzen heeft deze aanpak in het hiv/aidsproject in Lesotho ingevoerd en de resultaten zijn zeer goed: 68% minder patiënten overlijden, 27% minder mensen krijgen bijkomende ziekten en er hoeven minder mensen voor verpleging worden opgenomen (63%).

 

Betere preventie

Uit andere wetenschappelijke onderzoeken blijkt dat een vroege behandeling met aidsremmers ook tot een aanzienlijke afname in doorgave van het hiv-virus leidt: 96% minder. Een toename in mensen onder behandeling kan dus hele gemeenschappen voor het hiv-virus beschermen. Ook voor de bestrijding van overdracht van moeder op kind zijn de richtlijnen aangepast, in plaats van een korte kuur rondom de bevalling, start de zwangere vrouw al in week 14 met aidsremmers en krijgt het kind een jaar lang na de geboorte het hiv-remmende nevirapine.

 

24 november 2011

Share op facebook