
Aidsremmers
Ondanks de grote inspanningen op het gebied
van aidsonderzoek is er nog steeds geen therapie ontwikkeld die
aids kan genezen. Ook is er geen effectief vaccin tegen hiv en
aids. Aids is daarmee een chronische ziekte die zonder behandeling
tot de dood kan leiden. De afgelopen jaren is er wel aanzienlijke
vooruitgang geboekt met aidsremmers, ook wel bekend onder de naam
Antiretroviral drugs (ARV). Deze medicijnen gaan de
vermenigvuldiging van het virus tegen en zorgen dat de
achteruitgang van de lichamelijke gezondheid van een patiënt wordt
afgeremd.
ART
Een behandeling met aidsremmers wordt ook wel
Antiretroviral treatment (ART) genoemd. Een aidsremmende
behandeling heeft duidelijke voordelen. Het gaat goed met de
patiënten: hun immuunsysteem is sterker, hun gewicht neemt toe en
zij worden hierdoor in staat gesteld hun leven weer op te
pakken. De behandeling is echter ingewikkeld. Vaak moeten
patiënten verschillende medicijnen innemen, meerdere malen per dag.
Als medicijnen in één handige pil zijn gecombineerd, wordt het
makkelijker voor patiënten om de behandeling vol te houden. Dit
wordt ook een combinatiepil genoemd, of fixed-dose combination
medication: dit houdt in dat er 2 of meer medicijnen in één
pil worden gecombineerd.
Ondersteuning voor aidspatiënten
Maar een goede behandeling van aids bestaat
uit meer dan het verstrekken van medicijnen alleen. Daar hoort ook
voorlichting en begeleiding bij, bijvoeding zodat de patiënt kan
aansterken, en het behandelen van de patiënten voor ziekten die de
kans krijgen omdat hiv hun afweer verzwakt (opportunistische
infecties). De aidsremmers moeten tweemaal per dag worden
ingenomen, met voedsel. Patiënten kunnen last hebben van ernstige
bijwerkingen. Soms werkt de standaardmedicatie niet goed meer en
moet uitgeweken worden naar andere medicijnen. De patiënten moeten
dus goed ondersteund worden zodat de behandeling niet onderbroken
wordt en ze geen resistentie tegen de medicijnen ontwikkelen.
Eerstelijns en tweedelijns
Aidspatiënten die voor het eerst op een
aidsremmende behandeling worden gezet, starten standaard met een
zogenoemde eerstelijnsbehandeling (first line treatment).
Als deze standaardmedicijnen geen effect meer hebben op de patiënt,
omdat het hiv-virus immuun (ofwel resistent) is geworden voor deze
medicijnen, moet de patiënt overgaan op andere, vaak sterkere,
medicijnen. Deze vervolgbehandeling wordt een
tweedelijnsbehandeling genoemd (second line treatment).
Een groot nadeel is dat de medicijnen die voor een
tweedelijnsbehandeling worden gebruikt, vaak vele malen duurder
zijn.
Nieuwe behandelmethode
De Wereldgezondheidsorganisatie heeft in 2010
een aanbeveling gedaan voor een nieuwe behandelmethode: patiënten
moeten een nieuwer medicijn krijgen als onderdeel van hun
behandeling (tenofovir, dit heeft minder bijwerkingen en biedt ook
betere resultaten) en in een vroeger stadium met aidsremmers
beginnen (nog voordat de CD4-cellenaantal onder de 350 komt i.p.v.
onder de 200 cellen per kubieke millimeter). Hiermee kan een
doodsklap door een bijkomende infectie, zoals tuberculose,
voorkomen worden. Artsen zonder Grenzen heeft deze aanpak in het
hiv/aidsproject in Lesotho ingevoerd en de resultaten zijn zeer
goed: 68% minder patiënten overlijden, 27% minder mensen krijgen
bijkomende ziekten en er hoeven minder mensen voor verpleging
worden opgenomen (63%).
Betere preventie
Uit andere wetenschappelijke onderzoeken
blijkt dat een vroege behandeling met aidsremmers ook tot een
aanzienlijke afname in doorgave van het hiv-virus leidt: 96%
minder. Een toename in mensen onder behandeling kan dus hele
gemeenschappen voor het hiv-virus beschermen. Ook voor de
bestrijding van overdracht van moeder op kind zijn de richtlijnen
aangepast, in plaats van een korte kuur rondom de bevalling, start
de zwangere vrouw al in week 14 met aidsremmers en krijgt het kind
een jaar lang na de geboorte het hiv-remmende nevirapine.
24 november 2011