Oorlog en conflict
Door jarenlange oorlog en conflicten is de
gezondheidszorg vaak compleet ingestort. Dikwijls zijn deze landen
– mede vanwege de instabiliteit van het land - economisch
onderontwikkeld. Afstanden zijn lang, er zijn nauwelijks wegen en
er is een groot gebrek aan transport. Er is vaak een groot tekort
aan medisch gekwalificeerd personeel. In een land als Zimbabwe
bijvoorbeeld, zijn er op elke 10.000 inwoners minder dan twee
artsen en 7 verpleegkundigen. In Uganda is de verhouding 1 arts en
13 verpleegkundigen en in Myanmar (Birma) minder dan 5 artsen en 8
verpleegkundigen per 10.000 mensen (Cijfers
Wereldgezondheidsorganisatie).
Tekort aan medisch personeel
Deze omstandigheden, ook vaak
resource-poor settings genoemd, hebben gevolgen voor de
behandeling met aidsremmers in deze landen. Er is te weinig medisch
personeel beschikbaar, vooral in de gebieden buiten de steden. Ze
sterven zelf aan aids, willen niet in afgelegen gebieden werken of
ze verdwijnen naar landen waar de lonen hoger zijn. Mensen kunnen
zich de behandeling niet veroorloven omdat ze te arm zijn. Hoewel
er in de afgelopen 10 jaar grote vooruitgang is geboekt in de
behandeling van aids, wordt er de laatste tijd flink gesneden in de
budgetten van donororganisaties en -landen. Het Global Fund,
het Wereldfonds voor de bestrijding van aids, tuberculose en
malaria, heeft in november 2011 zelfs bekendgemaakt de volgende
subsidieaanvraagronde te moeten schrappen vanwege een groot tekort
aan fondsen. Het gevolg: net als voorheen moet behandeling
aan aidspatiënten geweigerd worden.
Aidsmedicijnen zijn te duur
Nieuwe receptuur en combinaties van
aidsremmende medicijnen worden vaak niet geregistreerd (en kunnen
dan dus niet geïmporteerd worden) of zijn onbetaalbaar in de armere
landen. Medicijnen met patent zijn namelijk een stuk duurder dan
generieke medicijnen (chemisch identieke kopieën van merkmedicijnen
die dezelfde werking hebben). Veel aidsremmers moeten bovendien
gekoeld bewaard worden, iets wat niet altijd even makkelijk is voor
mensen die in economisch onderontwikkelde landen leven.
Taboes en stigma’s
Daarnaast zijn hiv en aids vaak een groot
taboe en de vooroordelen groot. Hierdoor is de drempel om zich te
laten testen hoog. Vooral vrouwen durven zich vaak niet te laten
testen, uit angst dat ze verstoten worden. Ook denken ze vaak dat
sterven als je hiv-positief bent onvermijdelijk is en dat
behandeling voor aids toch geen zin heeft. Door het geven van
voorlichting en het stimuleren van patiëntennetwerken kunnen die
vooroordelen bestreden worden. Mensen die seropositief zijn, maar
niet ziek, strijden tegen het stigma door anderen te informeren,
door te laten zien dat seropositief zijn niet per se betekent dat
je doodgaat.
24 november 2011