WAT IS HIV EN WAT IS AIDS?

Overdracht hiv

Hiv (human immunodeficiency virus), is een virus dat je immuunsysteem aantast. Overdracht van hiv kan gebeuren door contact met geïnfecteerde lichaamsvloeistoffen via beschadigde huid of slijmvliezen. Je loopt meer risico om een infectie op te lopen als je uit een gebied komt waar hiv wijdverspreid is, drugs gebruikt, onbeschermd seksueel contact hebt of bloed krijgt via een bloedtransfusie dat niet vooraf op hiv is gecontroleerd. Een zwangere vrouw met hiv kan het virus ook overdragen op haar baby, dit wordt moeder-op-kindbesmetting genoemd.

 

Aids en symptomen© Ton Koene

Als je het hiv-virus hebt (seropositief, of hiv-positief, bent), hoef je niet direct ziek te worden. Het kan zelfs vele jaren duren. Maar het virus tast het immuunsysteem van je lichaam aan waardoor andere infecties kunnen toeslaan. Is dat eenmaal gebeurd, dan kan je gezondheid snel verslechteren en ontwikkel je de ziekte aids (acquired immunodeficiency syndrome). Verschillende symptomen kunnen dan erop wijzen dat je aids hebt: aanhoudende diarree en koorts, gewichtsafname, infecties, neurologische afwijkingen, ernstige huidtumoren. Ziekten en aandoeningen zoals tuberculose, chronische diarree, longontsteking, hersenvliesontsteking en tumoren kunnen uiteindelijk leiden tot de dood.

 

Start aidsmedicijnen

Ben je seropositief maar ben je nog niet ziek, dan heb je nog geen aidsmedicijnen nodig. Het bepalen van het juiste moment om te beginnen met aidsmedicijnen is zeer belangrijk: in een te vroeg stadium beginnen kan leiden tot resistentie waardoor de aidsremmer geen effect meer heeft, een te late start kan leiden tot verminderde overlevingskansen. Daarom is het van levensbelang om mensen te testen op het hiv-virus en mensen die seropositief zijn onder medische controle te houden, zodat zij tijdig op een behandeling met aidsremmers gestart kunnen worden.

 

Recente ontwikkelingen

  • Een eerdere start op aidsmedicijnen en wel in een vroeg stadium van de ziekte leidt tot een langere levensverwachting van de patiënt (bij voorkeur voordat het aantal CD4-cellen onder de 350 komt (i.p.v. onder de 200), belangrijke cellen voor het afweersysteem. Dit is ook opgenomen in de in 2010 herziene richtlijnen van de Wereldgezondheidsorganisatie.
  • Uit verschillende wetenschappelijke onderzoeken blijkt dat een hiv-behandeling ook een cruciale vorm van preventie kan zijn zodat het hiv-virus zich niet verder verspreidt en aids een halt kan worden toegeroepen.
  • Mensen die positief testen op tuberculose (tbc) standaard testen op hiv. Het feit dat iemand tbc heeft ontwikkeld (na met tbc geïnfecteerd te zijn) kan een teken zijn dat het immuunsysteem is verzwakt, en dat kan een gevolg zijn van infectie met het hiv-virus. De patiënt dient dan een paar weken (idealiter 4 weken) na de start van de behandeling voor tbc ook op een behandeling met aidsremmers gezet te worden.
  • In de herziene richtlijnen van 2010 heeft de Wereldgezondheidsorganisatie het medicijn tenofovir opgenomen als medicijn voor een eerstelijnsbehandeling voor aids. Tenofovir wordt beter verdragen door patiënten, heeft minder bijwerkingen en biedt betere resultaten.

24 november 2011

Share op facebook