Vaak is door jarenlange oorlog en conflicten
de gezondheidszorg compleet ingestort. Dikwijls zijn deze landen -
mede vanwege de instabiliteit van het land - economisch
onderontwikkeld. Afstanden zijn lang, er zijn nauwelijks wegen en
er is een groot gebrek aan transport. Er is vaak een groot tekort
aan medisch gekwalificeerd personeel. In een land als Nigeria
bijvoorbeeld, zijn er op elke 10.000 inwoners 3 artsen en 17
verpleegkundigen en in Sudan 2 artsen en 8 verpleegkundigen.
(Cijfers Wereldgezondheidsorganisatie).
Deze
omstandigheden, ook vaak resource-poor settings genoemd,
hebben gevolgen voor het leven en de behandeling van patiënten in
deze landen. Vooral in de arme, afgelegen gebieden kan het zijn dat
patiënten erg ver wonen van klinieken en gezondheidsposten. Vooral
als er mensen dicht op elkaar leven, zoals in vluchtelingenkampen,
is de kans dat een infectieziekte als meningitis zich razendsnel
verspreidt erg groot. Bovendien kan in conflictgebieden de
vaccinatiegraad erg laag zijn; dit betekent dat veel mensen -
ondanks het feit dat ze in een van de risicolanden wonen - niet
ingeënt zijn tegen meningitis en andere veel voorkomende ziekten in
hun land.