Als er 15
gevallen per 100.000 mensen per week optreden, spreken we meestal
van een epidemie (in speciale situaties geldt 10 per 100.000, vanaf
5 per 100.000 is het belangrijk de ontwikkelingen nauwlettend in de
gaten te houden en voorbereidingen te treffen). Als onze
medewerkers vermoeden dat er sprake is van een epidemie, nemen we
contact op met de lokale en landelijke gezondheidsautoriteiten om
actie te ondernemen. Snel optreden is van cruciaal belang en artsen
gaan af op de uiterlijke ziekteverschijnselen om tot behandeling
over te gaan. Testen worden uitgevoerd om te bevestigen dat het om
meningitis gaat en met welke variant je te maken hebt.
Als er (waarschijnlijk) geen sprake is van een
epidemie bestaat de standaardbehandeling uit een antibioticakuur
(Ceftriaxone) van 7 dagen. Bij een epidemie geldt een
specifiek protocol waarmee grote aantallen patiënten kunnen worden
behandeld om zoveel mogelijk levens te redden en verdere
verspreiding te voorkomen. De behandeling bestaat uit een eenmalige
dosis van het antibioticum oily chloramphenicol of
Ceftriaxone. Eén injectie (die in de spiermassa
wordt ingespoten) volstaat vaak voor genezing (bij 80% van de
patiënten), maar soms is een tweede injectie (24 uur later) nodig.
De behandeling is anders voor kinderen tussen de 2 en 12 maanden en
voor vrouwen die borstvoeding geven; zij krijgen 5 dagen lang elke
dag een injectie met het antibioticum ceftriaxone.