HOE STEL JE ONDERVOEDING VAST?

Gewicht en lengte

Ondervoeding verstoort de stofwisseling en belemmert de werking van lever, nieren, darmen, hart etc. Zaken die je niet een-twee-drie kunt zien. Sommige kinderen houden vocht vast (oedeem) in bijvoorbeeld voeten of gezicht. Daarom gaan we vaak uit van gewicht en lengte. Tot ongeveer 5 jaar is de ontwikkeling van kinderen wereldwijd ongeveer hetzelfde.

 

MUAC-bandje

In het voedingscentrum in Uganda gebruikt een medewerker van Artsen zonder Grenzen een zogenaamd MUAC-bandje om snel een eerste idee te krijgen van hoe een kind (onder de 5 jaar) ervoor staat. © Julie RémyVaak wordt een zogenaamd MUAC-bandje gebruikt om snel een eerste idee te krijgen van hoe een kind (onder de 5 jaar) ervoor staat. MUAC staat voor 'Middle Upper Arm Circumreference'. Het is een bandje met 4 gekleurde zones waarmee de omtrek van het bovenarmpje van het kind wordt opgemeten. Als je dunner wordt is vooral het gevaar dat je spiermassa verliest, en in de arm zitten de lengtespieren.

 

  • Zit het kindje in het 'groen' (boven de 13,5 cm) dan heeft het geen hulp bij ondervoeding nodig.
  • Geel (tussen de 13,5 en 12,5 cm) betekent echter dat het risico kan lopen.
  • Oranje (tussen de 12,5 en 11,5 cm) betekent dat het kind matig ondervoed kan zijn.
  • Rood (onder de 11,5 cm) kan duiden op ernstige ondervoeding.

Omdat je met het MUAC-bandje letterlijk op de millimeter meet, en het ook sterk afhankelijk kan zijn van hoe strak het bandje om de arm wordt gehouden, wordt het vooral gebruikt voor een preselectie. Daarom worden van kinderen die in het geel, oranje of rood zitten, gewicht en lengte gemeten: voor de zogenaamde weight for height.

 

Weight for height

Het gewicht van een kind, met een bepaalde lengte, wordt vergeleken met tabellen met gewichtgegevens van een referentiepopulatie die gebaseerd is op vele gezonde kinderen uit vele landen met dezelfde lengte. Jonge kinderen groeien overal ter wereld min of meer op dezelfde manier. Voor een bepaalde lengte geeft een tabel de grenzen voor (on)acceptabele afwijkingen van het gewicht. De grenzen worden bepaald door wat abnormaal is in deze gezonde populatie. De afwijkingsmarge wordt gemeten in standaarddeviaties. Normaal heeft minder dan 1,5% van de kinderen een gewicht dat 3 standaarddeviaties onder de grens ligt.

 

  • Zo gemeten duidt een afwijking van 2 en 3 x de standaarddeviatie onder de grens op matig ernstige acute ondervoeding
  • en een afwijking van meer dan 3 x de standaarddeviatie op ernstige acute ondervoeding.