Sri Lanka: duizenden gewonden tijdens laatste fase van
burgeroorlog
In het
noorden van Sri Lanka kwam de strijd tussen de Tamil Tijger
rebellen en het regeringsleger in het begin van 2009 in een
beslissende fase. Tienduizenden burgers raakten maandenlang in het
noorden van het land ingesloten in een smalle kuststrook die zwaar
onder vuur lag. In die strook was nauwelijks medische zorg
beschikbaar.
Medische hulp
Enkele maanden voor die laatste fase van de
burgeroorlog moesten humanitaire hulporganisaties, waaronder Artsen
zonder Grenzen, van de regering het oorlogsgebied verlaten. Alleen
het Rode Kruis mocht doorgaan met het bieden van essentiële
medische hulp, zoals het evacueren van de gewonden naar
staatsziekenhuizen.
Chirurgisch team
In één van die ziekenhuizen, bij de stad
Vavuniya, bood vanaf februari een chirurgisch team van Artsen
zonder Grenzen hulp bij de verzorging van de gewonden.
Verwondingen
In april slaagden duizenden mensen erin uit de
oorlogszone te ontsnappen. Velen van hen moest worden verpleegd
voor zware verwondingen door granaten, kogels of landmijnen. Op 21
april werden in 36 uur tijd in het ziekenhuis van Vavuniya meer dan
400 patiënten behandeld voor levensbedreigende verwondingen. Tussen
februari en juni ondergingen bijna 4.000 oorlogsgewonden een zware
operatie in het ziekenhuis. In de door de overheid gerunde kampen
verbleven uiteindelijk zo'n 280.000 ontheemden.
Terugkeer
In augustus werd geleidelijk gestart met het
vrijlaten van mensen uit de kampen en begonnen families terug te
keren naar hun woonplaatsen. Toch wonen er nog veel vluchtelingen
bij gastgezinnen in Vavuniya en verblijven er nog tienduizenden in
de kampen.