De
Nobelprijs voor de Vrede wordt toegekend aan Artsen zonder Grenzen
voor zowel het medische werk als het opkomen voor bevolkingsgroepen
in nood. In de acceptatiespeech doet internationaal voorzitter
James Orbinski een beroep op de Russische president Jeltsin om
beschietingen in Tsjetsjenië te stoppen: ‘Conflicten en oorlogen
zijn een zaak van staten, maar schendingen van het humanitaire
recht, oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid gaan ons
allemaal aan’.
In hetzelfde jaar start Artsen zonder Grenzen
een internationale campagne voor onderzoek naar medicijnen voor
verwaarloosde ziekten. Het geldbedrag dat bij de Nobelprijs hoort,
wordt daarvoor ingezet.