In het plaatsje Zémio in de Centraal-Afrikaanse
Republiek heeft Artsen zonder Grenzen een hulpoperatie opgezet.
Vanuit de regio vlucht de bevolking naar Zémio voor het
Verzetsleger van de Heer, een rebellenbeweging uit Uganda
die ook in omliggende landen actief is.
Aanvallen
‘Gedurende heel april voerde het
Verzetsleger (Lord’s Resistance Army, LRA) erg
gewelddadige aanvallen uit op plaatsen in deze regio. Vanaf een
gegeven moment waren het geen geïsoleerde aanvallen meer, maar een
regen van geweld tegen kleine dorpjes op 35 tot 40 kilometer van
Zémio’, zegt coördinator Peter Heikamp van Artsen zonder
Grenzen.
Actie
‘Aan het eind van mei waren er al duizenden
naar de stad gevlucht, en er kwamen dagelijks mensen bij. We zagen
al snel dat de gezondheidstoestand spoedig zou kunnen verslechteren
en ons team in de hoofdstad Bangui besloot zo snel mogelijk actie
te ondernemen. We wilden ter plekke zijn om een toename van de
sterfte te voorkomen, in plaats van te reageren
op toenemende sterfte.’
Kampen
Begin mei, toen Artsen zonder Grenzen aankwam
in Zémio, hadden al zo’n 4.000 mensen in drie kampen hun toevlucht
gezocht in de plaats. Een vierde kamp huisvestte zo’n 3.000
vluchtelingen uit de Democratische Republiek Congo, die in oktober
vorig jaar gevlucht waren voor het geweld van het LRA.
Medische posten
Ons team opende op 10 mei een polikliniek op
om het ziekenhuis van de overheid te ontlasten en zette daarna
medische posten op in de kampen. De posten richten zich vooral op
malaria, diarree en luchtweginfecties.’
Voedingsprogramma
Om uitbraken van ziekten te voorkomen
vaccineerde Artsen zonder Grenzen in juni 1.600 kinderen in de
kampen. Een aanvullende vaccinatieronde wordt op dit moment
georganiseerd. Voor de Congolese vluchtelingen, die meer getroffen
zijn door ondervoeding, zet het team een voedingsprogramma op. ‘Het
lijkt erop dat zij kwetsbaarder zijn dan de Centraal-Afrikanen’,
zegt Heikamp. ‘Misschien is dat omdat ze langer in
kampomstandigheden hebben geleefd en misschien minder hulp hebben
gehad van de lokale bevolking.’
Malaria
‘We zien zo’n 450 patiënten per week – bijna
het dubbele aantal in vergelijking met toen we hier twee maanden
geleden kwamen’, zegt verpleegkundige Orla Condren. ‘Verreweg de
grootste doodsoorzaak is malaria. We ondersteunen nu ook de
verpleegafdeling van het lokale ziekenhuis, omdat we een toename
zagen in het aantal patiënten met ernstige malaria. We zien ook een
toename in ernstige ondervoeding’, zegt Condren. ‘Het gaat niet om
chronische ondervoeding - de voedingstoestand van de gevluchte
bevolking is over het algemeen behoorlijk goed. Maar door de
verandering in hun situatie eten de kinderen minder, net als de
moeders van wie ze borstvoeding krijgen. Zo krijgen ze minder
voedingstoffen binnen en in combinatie met eenvoudige malaria krijg
je heel snel te maken met ondervoeding.’
Noodsituaties
‘De toestroom van dorpelingen uit de omgeving
is nu veel minder, nu de dorpen in de buurt bijna helemaal leeg
zijn’, zegt Heikamp. ‘We horen wel nog berichten over aanvallen tot
op 100 kilometer afstand, dus de situatie is nog te onveilig voor
de mensen om terug te gaan.’ Artsen zonder Grenzen blijft de
situatie in de wijde omgeving in de gaten houden om te kunnen
reageren op nieuwe noodsituaties die ontstaan door aanvallen van de
LRA.
Meer weten over onze projecten in de Centraal-Afrikaanse Republiek