‘We zien in het hele noorden van Jonglei een extreem
gewelddadige spiraal van aanvallen en tegenaanvallen ter
vergelding. De mensen vrezen terecht voor hun leven. Ze zijn bang
te moeten vluchten en gedood te worden,’ aldus José Hulsenbek,
landencoördinator voor Artsen zonder Grenzen vanuit Zuid-Sudan,
sinds juli een onafhankelijk land. Meerdere plaatsen zijn het
afgelopen half jaar aangevallen. Burgers - waaronder vrouwen en
kinderen - waterbronnen, ziekenhuizen en klinieken zijn het
doelwit. Hiermee worden hen belangrijke manieren om te overleven
ontnomen. Artsen zonder Grenzen heeft tot nu toe al meer dan 185
zwaargewonden opgevangen in de plaatsen Lankien, Pieri en Yuai.
Duizenden mensen houden zich in de bossen verborgen.
Extreem geweld vrouwen en kinderen
Opvallend is het extreme, gerichte geweld
tegen vrouwen en kinderen. Ook als ze de bossen in vluchten worden
ze achtervolgd. Zoals blijkt uit het relaas van een vrouw die samen
met haar man, kinderen en 15 andere familieleden vluchtte. Nadat
zij elf uur lang voor hun leven hadden gerend, werden ze door een
groep gewapende mannen gevonden. ‘We renden allemaal verschillende
kanten op. Ze schoten op mijn baby op mijn rug en ze raakten mij in
mijn dijbeen. Ik probeerde me in het hoge gras te verstoppen, maar
mijn kindje bleef maar huilen. Ze sloegen mijn dochtertje tot ze
geen kik meer gaf en lieten ons voor dood achter.’ Ook haar zoon
werd door een kogel getroffen, in de borstkas. Zowel zij als haar
zoon zijn door Artsen zonder Grenzen behandeld.
Verschillende aanvallen
Op 18 augustus vielen vele doden tijdens
aanvallen op de stad Pieri en omliggende dorpen. Ook de kliniek en
basis van Artsen zonder Grenzen werden hierbij geplunderd en in
brand gestoken. Op 27 december vond een charge plaats op het dorp
Lekwongolo; de Artsen zonder Grenzen kliniek werd, op vloer en
muren na, verwoest. Op 31 december werd de stad Pibor aangevallen;
ook het Artsen zonder Grenzen ziekenhuisje in de stad werd niet
gespaard. De meest recente aanval vond plaats op 11 januari, op het
dorp Wek.
Schot- en steekwonden
Artsen zonder Grenzen teams verzorgden
slachtoffers, waaronder veel vrouwen en kinderen, voor schot- en
steekwonden, of – ontstoken - wonden die zij opliepen in de bossen.
Omdat mensen, vaak zonder enige vorm van onderkomen, in de bossen
moeten verblijven, lopen zij malaria en luchtweginfecties op.
Veelal durven ze pas weken later de bossen uit te komen om hulp te
zoeken: in ons ziekenhuis in Pibor komen er dagelijks mensen met
ontstoken wonden aan.
Doden en vermisten onder Artsen zonder Grenzen staf
Onder de dodelijke slachtoffers van de aanval
op Pibor bevinden zich Allan Rumchar, een bewaker van Artsen zonder
Grenzen, en zijn echtgenote. Van de 156 lokale staf van Artsen
zonder Grenzen in Pibor worden er tot op de dag van vandaag nog 25
vermist.
De noodhulp van Artsen zonder Grenzen in Zuid-Sudan
Artsen zonder Grenzen werkt sinds 1983 in
Zuid-Sudan en voert meer dan 12 projecten in 8 deelstaten. Het
betreft eigen, zelfstandige medische voorzieningen of ondersteuning
aan overheidsvoorzieningen.