Officieel duurde de oorlog in de Democratische
Republiek Congo (DR Congo) tot 2003. Maar voor honderdduizenden
Congolezen is de tijd van conflicten en geweld nog lang niet
voorbij. In het oosten van het immense land (grofweg ter grootte
van West-Europa) laaien de gevechten tussen leger en verschillende
gewapende partijen regelmatig op waardoor duizenden mensen telkens
op de vlucht moeten slaan. In het land zijn er 1,9 miljoen
ontheemden*, mensen die vluchteling in eigen land
zijn.
Amper bereikbaar
Er heerst een extreme armoede, er is een
gebrek aan veiligheid, voedsel, onderdak en de meest elementaire
gezondheidszorg. De vergane glorie van landhuizen uit het koloniale
tijdperk die nog overeind staan vormt een schril contrast met de
levensomstandigheden van de bevolking. Jaren van voortdurende
conflicten en vernielingen hebben hun sporen achtergelaten: het
toch al zwakke gezondheidszorgsysteem is compleet ingestort, en
vooral in het oosten zijn vliegtuigen, boten en motorfietsen soms
de enige manier om bepaalde gebieden te bereiken.
Cholera, mazelen en kraambedsterfte
Voor de bevolking betekent dat zij nauwelijks
medische zorg kunnen krijgen en dat zij vaak volkomen afgesloten
zijn van de rest van de wereld. Ziekten en infecties als cholera,
longontsteking, mazelen en malaria zijn wijdverspreid en maken
veel slachtoffers onder de bevolking. Per elke 10.000 inwoners (de
totale bevolking telt meer dan 60 miljoen) is er enkel 1 arts en
zijn er 5 verpleegkundigen. Eén op elke 100 vrouwen overleven de
bevalling niet, 1 op de 10 baby’s haalt zijn eerste levensjaar
niet. De gemiddelde levensverwachting is 47 jaar.** De intensiteit
van het geweld tegen burgers en de
wreedheid daarvan is schokkend.
* Cijfers Internal Displacement Monitor Centre (IDMC),
www.internal-displacement.org
** Cijfers van de Wereldgezondheidsorganisatie
20 oktober 2010