In vluchtelingenkampen in Kibati, iets ten
noorden van provinciehoofdstad Goma, zoeken mensen bescherming voor
het recente geweld. Onze medewerkers tekenden 2 verhalen op van
vluchtelingen.
Beatrice, Marianne en
Bénedictine
Beatrice: 'Het is de tweede keer in 3 maanden
dat we zijn gevlucht. Wij woonden in de buurt van Rumangabo, maar 3
maanden geleden brak er geweld uit, dus vluchtten we naar Kibumba.
Daar waren we in een kamp. Afgelopen maandag, 3 november, werd ook
daar gevochten. Dus zijn we opnieuw gevlucht. Te voet zijn we naar
Kibati gegaan.'
Beatrice, 35 jaar oud, leeft buiten op het
gras. Want zij, haar man en hun 5 kinderen hebben geen plaats in
het kamp gevonden. 'We hebben niet veel bij ons. We moesten al veel
van onze bezittingen achterlaten in Kibumba toen we de eerste keer
moesten vluchten, en nu hebben we nog minder mee kunnen nemen
vanuit Kibumba.'
Omdat haar dochtertje Marianne
al een paar dagen achter elkaar aan het hoesten is, is ze naar de
hulppost van Artsen zonder Grenzen gekomen in Kibati. Elke dag
geeft een team hier medische zorg. Ze heeft medicijnen gekregen om
het hoesten te verhelpen. Verpleegkundige Mumuza Muhindo maakt zich
zorgen om haar toestand: 'Het is tamelijk koud ‘s nachts en het
regent bijna elke dag. Ze slaapt buiten, heeft geen dekens, geen
schuilplaats. Dat kan haar genezing bemoeilijken. Ik heb Beatrice
gevraagd over een paar dagen terug te komen, zodat we kunnen kijken
hoe het met haar gaat.'
Beatrice: 'Mijn man heeft nog geen werk hier
gevonden en we hebben geen geld. Mijn kinderen hebben sinds maandag
nauwelijks gegeten. ‘s Nachts huilen ze van de honger. Het is
moeilijk, zeker voor de jongsten. Als het veilig voor ons zou zijn
om terug te gaan, zouden we het doen. Morgen al. Maar we durven
niet. Wat als de gevechten opnieuw uitbreken?'
* Vanwege veiligheidsredenen zijn de namen
van de Congolese vluchtelingen gefingeerd.