Het moet rond middernacht geweest
zijn. Michel was diep in slaap. Hij lag naast zijn kleinere
broertjes en zijn oudere zus. Er kwamen 4 mannen binnen – ze waren
gewapend, maar droegen burgerkleren. Ze bonden de handen van Michel
en zijn zus vast, en namen hen mee het woud in.
Vastgebonden
'Er waren ongeveer 20 kinderen,' zegt Michel.
'De mannen sloegen ons met zwepen en dwongen ons te werken. Elke
keer dat we iets tegen elkaar zeiden, sloegen ze ons met een
machete. ’s Avonds, als we naar het toilet moesten, dachten ze dat
we zouden proberen ontsnappen. Daarom werden we ’s nachts altijd
vastgebonden. We mochten onze kleren niet wassen, zelfs ons lichaam
niet. Alleen zij hadden het recht om hun kleren en zichzelf te
wassen.'
Machete
Eén dag is
Michel bijzonder bijgebleven. 'Ze waren weggegaan om een dorp te
plunderen. Op hun weg terug kwamen ze een man tegen die op het veld
aan het werk was. Ze grepen hem, sleurden hem het woud in en
vermoordden hem. Toen gaven ze mij een machete en bevolen me het
lichaam in stukken te hakken. Ik deed het maar één keer. Mijn hart
klopte in mijn keel. Ze zeiden dat ik het moest doen, anders zouden
ze mij ook vermoorden. Ik droom er opnieuw en opnieuw van …'
Ontsnapping
Later zag Michel hoe 2 mannen gedood werden
omdat ze probeerden weg te komen. Op een dag kon hij zelf
ontsnappen, tijdens een schermutseling tussen zijn ontvoerders en
het leger. 'Ik moest achter hen blijven, ik lag op de grond. Toen
de soldaten kwamen, kroop ik uit mijn schuilplaats en volgde hen
naar het dorp. Toen ik uit het woud kwam, schrokken de mensen van
me. Maar ik zei hen dat ze niet bang moesten zijn, en uiteindelijk
mocht ik hun huis binnenkomen.'
Speciaal centrum
Michel vond zijn familie terug. Zijn ouders
brachten hem naar het speciale centrum van Artsen zonder Grenzen
voor kinderen die hun ontvoering overleefden. Hier kan hij een
tijdje blijven: hij krijgt er psychologische hulp en leeft er samen
met andere kinderen die ontvoerd zijn geweest. Hij heeft tijd nodig
om zich weer aan te passen aan het leven in een gemeenschap. En om
te proberen weer door te gaan met zijn leven, zo goed als maar kan
voor een jongen van 13.
* Uit veiligheidsoverwegingen is zijn naam
gefingeerd.
In het noorden van DR Congo zit de bevolking sinds oktober 2008
klem tussen de Ugandese rebellengroep LRA (Verzetsleger van de
Heer) en het Ugandese en Congolese leger die de groep bestrijden.
De terreur tegen de bevolking is groot.
Sinds mei 2009 werkt Artsen zonder Grenzen in Niangara,
Haut-Uélé, in het algemene ziekenhuis en een gezondheidspost. Ook
geven zij psychosociale zorg om de mensen te helpen met het
verwerken van trauma's en de psychische druk die gepaard gaat met
het aanhoudend geweld en telkens opnieuw moeten vluchten. In totaal
werken er 27 internationale en 140 Congolese medewerkers in het
noorden van de Democratische Republiek Congo, in de districten
Haut-Uélé en Bas-Uélé.