'Elke nacht kwamen ze naar ons dorp.
Ze ranselden iedereen af die ze tegenkwamen. Toen we ons
realiseerden dat ze nacht na nacht zouden komen, besloten we 's
nachts de bush in te vluchten.' Een vrouw, 54 jaar oud, vertelt wat
haar is overkomen. Zij is gevlucht naar de rand van Kitchanga, en
heeft onderdak gevonden in het Mungoti vluchtelingenkamp. Plaats
van handeling: Noord-Kivu, DR Congo, waar de bevolking zwaar wordt
getroffen door het gewapend conflict.
De jungle is
van ons
'Alsof we dieren waren, zo moesten we 's
nachts leven. Toen zij begrepen dat we ons elke nacht verstopten,
gingen ze ons opjagen in de bush. Als je niets had om aan die
bandieten te geven, maakten ze je af. Elke dag hoorde je verhalen
van iemand die was doodgestoken of doodgeslagen. Ze zeiden: "De
jungle is van ons, en niet van jou. De nacht ook." Dus we raapten
onze bezittingen bij elkaar en zijn gevlucht.'
Achtervolging
'Sindsdien wonen we in dit kamp. Op een dag
zocht ik met een groepje mensen naar voedsel, toen ineens van alle
kanten werd geschoten. We renden weg, het bos in. Pal voor mijn
voeten werden twee mensen doodgeschoten, ze waren nog jong. Ik
wierp mijzelf op de grond en achter mij vielen anderen dood neer.
Ik stond weer op en probeerde weg te komen, maar ze bleven me
achtervolgen, terwijl ze bleven vuren. Uiteindelijk kregen ze me te
pakken. Ze hebben mij verkracht. Toen ze klaar waren, wilde een van
hen mij doodschieten, maar de anderen weerhielden hem ervan. In
plaats daarvan heeft hij me verminkt. Met een mes. Ik heb sneeën
over mijn hele lichaam.'
Bang
'Mijn hart gaat altijd als een gek tekeer.
Elke keer als ik voedsel ga zoeken voel ik weer een enorme angst.
Hoe konden ze mij dit aandoen? Ik ben bang dat ze me alsnog zullen
doden, ik hoor de hele tijd hoe anderen ook worden verwond, zoals
de vrouwen die knollen gingen zoeken op hun akkertjes. Ze schoten
op hen en de bandieten namen hen hun voedsel af. Niemand durft naar
huis terug te gaan.'
Begraven
'Twaalf keer ben ik bevallen van een kind en
acht heb ik er begraven. Ik kan niet slapen en ben elke ochtend
moe. Ik kan maar niet ophouden met denken aan de mensen die ik heb
verloren, en aan mijn zoon die vermist wordt. Ik weet niet of hij
nog dood of levend is. Ik kan ook maar niet ophouden met over de
verkrachting te praten. Mijn vrienden helpen me, geven me voedsel,
een beker, een kledingdoek - als ze dat hebben. Een vrouw die
hetzelfde is overkomen zei tegen me dat ik bij de mensen van Artsen
zonder Grenzen terecht kon voor hulp. Ik ben direct gegaan.'
In de plaats Kitchanga, in de oostelijke Congolese provincie
Noord-Kivu, geeft Artsen zonder Grenzen psychosociale zorg. Er
komen veel vrouwen naar onze kliniek voor hulp om het leed dat zij
mee hebben gemaakt te verwerken. Het merendeel heeft soortgelijke
ervaringen en zijn fysiek en/of seksueel mishandeld.
Lees ook het verhaal van
Nizeiyman