Na jaren van wrede burgeroorlog in de
Democratische Republiek Congo is het nu weer relatief rustig in het
land. Sinds de verkiezingen eind 2006 zijn er in veel streken
democratisch gekozen bestuurders aan de macht. Toch gaat in het
oosten van het land het geweld op een aantal plekken hardnekkig
door.
Uit dorpen in de streken Masisi en Rutshuru,
in de oostelijke provincie Noord-Kivu, zijn pas geleden duizenden
mensen weggevlucht. Hun situatie was onmogelijk: iedere dag hadden
ze te maken met bedreigingen, plunderingen, mishandelingen, moorden
en verkrachtingen door rondtrekkende soldaten en andere strijders.
De mensen moeten nu overleven in smerige kampen.
Geen keus
‘Nadat gewapende mannen ons dorp een aantal
keren had geplunderd, hadden we geen andere keus meer dan weg te
gaan’, zegt een oudere gevluchte man. ‘Als je niets meer hebt dat
je ze kan geven, word je waardeloos voor hen en doden ze je.’ Veel
ontheemde mensen vertelden teams van Artsen zonder Grenzen hoe ze
‘s nachts in de jungle schuilden, als hun dorp het doelwit werd van
een gewapende groep. Uiteindelijk werd die situatie ondraaglijk en
besloten ze hun dorpen en velden te verlaten.

Schamel
In de streek Masisi biedt Artsen zonder
Grenzen medische zorg. Rond de dorpen Mweso en Kashuga hebben zich
7.000 mensen verzameld. Ze leven in schamele hutjes, die niet
beschermen tegen regen en kou. Ondanks de inzet van andere
hulporganisaties is er nog steeds gebrek aan voedsel en drinkwater
en laat de hygiëne te wensen over. ‘Het duurde lang voordat de
distributie van voedsel op gang kwam.
Daardoor stonden veel mensen voor de onmogelijke keuze het tentzeil
dat ze zou moeten beschermen te verkopen, om aan eten te komen’,
zegt een verpleegkundige van Artsen zonder Grenzen.
Afhankelijk
De meeste ontheemden in de kampen zijn nu
totaal afhankelijk van humanitaire hulp. Zelfs in de kampen hebben
ze te maken met soldaten en politieagenten die ze van hun schamele
bezittingen beroven. Teamleden van Artsen zonder Grenzen zagen hoe
soldaten tijdens een distributie voedsel roofden. Naast de
dagelijkse strijd om te overleven, moeten de ontheemden ook nog
eens omgaan met de herinneringen aan de verschrikkingen die ze
hebben meegemaakt. Vrouwen en mannen hebben gezien hoe familieleden
en buren werden mishandeld en gedood.
Verkracht
In de afgelopen maanden alleen al zijn
tientallen vrouwen verkracht in de regio. Hun verhalen lijken
allemaal op elkaar: ‘Ik was onderweg naar m’n akker toen mannen in
uniform me grepen en me de struiken in dwongen. Nadat ze me
geslagen hadden en me dreigden te doden, misbruikten ze me één voor
één. Nu ben ik bang voor gewapende mannen’, zei een 20-jarige
verkrachte vrouw, moeder van twee. Artsen zonder Grenzen behandelt
deze vrouwen tegen geslachtsziekten. Het team zorgt ook voor
psychosociale bijstand, die de vrouwen moet helpen om te gaan met
hun trauma en de vooroordelen van hun omgeving.
Deze vrouwen horen bij de duizenden die nog
altijd lijden onder het geweld van de diverse gewapende groepen in
de Democratische Republiek Congo, dat, ondanks de verkiezingen en
het vredesproces, doorgaat.