Kamp Kalma, het grootste ontheemdenkamp van de
Sudanese regio Darfur, is een strook menselijke ellende die zich
kilometers uitstrekt langs een spoorlijn. Er verblijven 95.000
mensen in het kamp. Ook in de afgelopen maanden zijn mensen
aangekomen, op zoek naar veiligheid en hulp. Nog steeds worden
dorpen aangevallen en families vermoord, bezittingen gestolen en
oogsten verwoest. Sommigen zijn al voor de tweede of derde keer
verdreven.
‘In ons dorp werden we aangevallen
en was het daar oorlog. Ze zeggen dat het in Kalma wat veiliger is.
Daarom zijn we hierheen gekomen.’ (windows media)
De levensomstandigheden in Kalma zijn
moeilijk. Wind en stof hebben vrij spel in de primitieve
onderkomens. Overdag is het heet en ‘s nachts koud. Hele families
slapen onder een enkele deken op matjes of plastic zeil op het
zand. Allerlei parasieten kruipen door de matten en nestelen zich
onder de huid.
Toch is het leven in Kalma iets makkelijker
dan in de rest van Darfur. Het kamp ligt dichtbij de grootste stad
van Darfur en een groot aantal hulporganisaties werkt in het
kamp.
Wel is het onmogelijk om aan het voortdurende
geweld te ontsnappen. Kalma is bijna een gevangenis, maar dan
zonder muren. Mannen die op zoek gaan naar werk in de stad, lopen
het risico tegengehouden te worden bij checkpoints en ondervraagd
te worden, of erger. Vrouwen lopen het risico verkracht te worden
als ze buiten het kamp brandhout om op te koken hebben gehaald. De
bomen in de omgeving van het kamp zijn allemaal al omgehakt, zodat
ze steeds verder moeten lopen en steeds meer gevaar lopen. Nog
steeds komen regelmatig slachtoffers van verkrachting naar de
kliniek van Artsen zonder Grenzen in Kalma.
‘Hij greep me bij m’n pols en
draaide mijn arm op mijn rug, en toen ik vooroverboog van de pijn
sloeg hij me op mijn rug. Drie, vier keer, keihard. Toen hij me op
mijn rug had geslagen, viel ik op de grond. Hij verkrachtte me en
kneep m’n keel dicht.’ (windows media)
Mensen blijven in het kamp als ze kunnen, in
de hoop dat ze daar veilig zijn. Soms verschijnen gewapende mannen
op paarden of kamelen aan de noordkant van het kamp. Ze schieten in
de lucht voordat ze weer wegrijden. Angst en voortdurende
onveiligheid zijn de norm in het dagelijks leven. Veel mensen
verblijven al drie jaar in Kalma. Sommigen van hen zijn zo bang dat
ze dat ze nooit buiten het kamp komen.
‘Iedereen is bang om te
vertrekken. Het is erg vol hier; het is erg heet. Het komt steeds
terug: de tijd in het dorp, toen ze je vader en moeder neerschoten
en doodden. In gedachten ga je steeds terug.’ (windows
media)
Naast het bieden van basisgezondheidszorg is
Artsen zonder Grenzen begonnen met het bieden van psychosociale
zorg om het ergste lijden van de ontheemden te verlichten. Pas
wanneer het geweld ophoudt zullen de mensen terug naar huis kunnen
en kunnen beginnen met het opnieuw opbouwen van hun leven. Tot die
tijd zal Kalma kamp er zijn.