Naam Vanessa van Schoor
Leeftijd 38 Functie Operationeel
manager Projecten Burundi, Liberia, Mozambique,
Birma (het huidige Myanmar), Oost-Timor, Ivoorkust, Darfur (Sudan)
Opleiding Medische antropologie
Vanessa van Schoor werkte dertien maanden als
landencoördinator voor Artsen zonder Grenzen in Darfur voordat ze
operationeel manager werd in november 2006. Ze praat over de
risico's voor humanitaire hulpverleners in Darfur, de medewerkers
uit het land zelf die de ruggengraat vormen van ons werk en waarom
Artsen zonder Grenzen hulp moet blijven bieden in deze immense
humanitaire crisis.
'In mijn eerste week in Darfur als
landencoördinator, gingen wij op weg naar een van de projecten.
Onderweg werden we aangehouden door twintig mannen op kamelen,
paarden en te voet, met kalasjnikovs. Ze bestolen ons van alles wat
we hadden: voorraden, medisch materiaal, persoonlijke spullen. Het
was mij duidelijk dat een belangrijk deel van mijn werk bestond uit
het onderhandelen met commandanten, autoriteiten en traditionele
leiders om ons doorgang te verlenen zodat wij medische zorg kunnen
geven aan die mensen die het hardst nodig hebben. Ik besefte dat we
risico lopen, weloverwogen gevaar. Maar toen ik van onze
medewerkers die uit het gebied zelf komen, hoorde wat zij hadden
meegemaakt, kwam ik tot de conclusie dat het risico dat wij nemen
als wij door een gevaarlijk gebied rijden, miniem is vergeleken met
wat zij dag na dag in de ogen moeten zien.
Eén per dag
Werken in Darfur houdt in dat je
geconfronteerd wordt met veel van dit soort voorvallen. Sinds het
vredesakkoord van mei 2006 is de situatie, als het om veiligheid
van werken gaat, alleen verslechterd. Verschillende groepen
splitsen zich op, facties vormen nieuwe allianties, wat het
moeilijker voor ons maakt om te weten te komen wie precies de macht
heeft over welk gebied en daarmee, wie onze veiligheid kan
garanderen. Het aantal aanvallen op wagens en hulpverleners is
toegenomen. Dit jaar wordt er per dag gemiddeld één wagen van
hulpverleners of van de UN aangevallen. Sommige hulporganisaties
hebben Darfur verlaten vanwege problemen met de veiligheid en er
zijn minder hulporganisaties bereid zich buiten het stadscentrum te
begeven.'
Natuurlijke reflex
Toch is Artsen zonder Grenzen niet van plan
uit Darfur weg te gaan. Vanessa: 'Humanitaire hulp willen verlenen
gaat erom dat je de menselijkheid in een ander menselijk wezen
ziet, en dat je ziet dat die in nood verkeert; de natuurlijke
reflex om te willen helpen. Ons personeel, zowel onze
internationale als onze Sudanese collega's, willen blijven en hier
werken - óndanks de onveiligheid. Onze Sudanese collega's vertellen
ons dat er een aanval is geweest en ze staan als eerste klaar om op
pad te gaan. Bij een aanval op een dorp ten noorden van Nyala waren
familieleden van een van onze Sudanese logistieke medewerkers
slachtoffer. Hij speelde een sleutelrol bij het krijgen van
doorgang en zorgde ervoor dat de bevolking ons vertrouwde. We
hebben letterlijk de vloer van een oud schoolgebouw schoongeveegd,
wat stukken plastic zeil op de grond gegooid en zijn ter plekke een
kliniek gestart.
Meer dan je voor mogelijk houdt
De mensen in Darfur zijn ongelooflijk sterk.
Ik zal nooit de grootmoeder vergeten die een bijl in haar hoofd had
gekregen tijdens een aanval nog voor het ochtendgloren. Ze zat daar
- in volkomen rust - terwijl onze Sudanese arts haar hoofd hechtte.
Ik assisteerde hem en halverwege beseften we dat we haar niet
hadden verdoofd. Ze klaagde niet eens - gaf geen krimp, liet geen
traan. Toen we klaar waren, bedankte ze ons en liep simpelweg terug
naar haar familie om voor hen te zorgen. Deze mensen zijn absoluut
niet zwak, zij hebben meer op zich genomen dan je voor mogelijk
houdt. En als je één persoon helpt, door hem of haar
medicijnvoorraden te geven of zelfs een emmer, dan helpt die op
zijn of haar beurt weer de gemeenschap.'
Schuilkelder
Bij aanvallen in de buurt van het project,
moeten de teams van Artsen zonder Grenzen schuilen. Wat doe je dan?
'Tijdens een aanval in Shariya sprak ik met het team terwijl ze al
uren in de schuilkelder zaten. Op de achtergrond hoorde ik het
geluid van schietende mortieren en geweren. Ik luisterde, praatte
met hen, checkte dat ze o.k. waren. En door regelmatig contact met
hen te houden, kon ik ze geruststellen: er is iemand die weet wat
jullie nu overkomt en die extra hulp kan sturen. Medewerkers die
terugkomen, zeggen dat werken in Darfur zwaar is, maar wel een van
hun beste ervaringen. Wat ze zeggen is: "Ik heb niet alleen veel
mensen geholpen, maar ik heb ook veel over mijzelf geleerd.'' En
soms gaan ze zelfs terug om daar opnieuw - op een plek als Sudan -
te werken.
Gezichten van Darfur
Als ik aan Darfur denk, zie ik meteen de
gezichten van de mensen met wie ik gewerkt heb, van de mensen die
naar onze klinieken komen. Voor de bevolking is het leven extreem
wreed: ze kunnen vaak het kamp niet uit om hun land te bewerken,
water te halen bij de pomp of zelfs een veilige plek te vinden om
te slapen. Maar ze hebben een onvoorstelbare zelfredzaamheid en
kracht om de crisis waarin ze zich bevinden, aan te gaan en ze zijn
boven zichzelf uit gestegen. Hún kracht geeft ons de kracht onze
eigen angsten te overwinnen. Als ik denk aan de andere landen waar
ik heb gewerkt: Liberia heeft eindelijk een gekozen president,
Oost-Timor verkreeg onafhankelijkheid na twintig jaar
onderdrukking. Ik geloof dat Darfur hieruit zal komen. Op een dag
zullen de mensen het vechten hopelijk moe zijn en kunnen mensen
naar huis gaan. Onze rol is ervoor te zorgen dat de leiders van de
toekomst behandeld worden, of veilig ter wereld komen, zodat zij
deze extreme omstandigheden te boven zullen komen.'
Waarom ik voor Artsen zonder Grenzen werk
'Mijn familie is medisch. We komen
oorspronkelijk uit Zuid-Afrika, maar ik ben naar school gegaan in
Canada. We zijn weggegaan uit Zuid-Afrika toen het geweld steeds
meer aanzwol. Ik heb het geluk dat ik een goede opleiding heb gehad
in Canada en Europa en dat ik over vaardigheden beschik die in
Afrika of andere noodsituaties van pas komen. Soms betekent dat ik
help met het opzetten van een ziekenhuis, dat ik rapporten schrijf
of dat ik een grootschalige vaccinatie-actie help organiseren. Soms
betekent het dat ik 's nachts simpelweg door een ziekenhuis loop om
te bedenken hoe we nog meer patiënten kunnen inpassen. Werken voor
Artsen zonder Grenzen houdt niet alleen in dat we mensenlevens
redden, maar dat we ook soms de kans krijgen anderen te inspireren.
Op mijn eerste missie in Burundi hielp ik de arts een baby te
verlossen. Buiten zei de neef van de moeder tegen mij: "Later, als
ik groot ben wil ik verpleegkundige worden zodat ik voor Artsen
zonder Grenzen kan werken.' En jaren later, toen de tsunami
toesloeg, doneerde mijn 8-jaar oude nicht haar spaargeld omdat "die
kinderen zelfs geen dak boven hun hoofd hebben." Wat ik doe, is
deel geworden van wie zij zijn, en dat maakt verschil.'
In de functie van landencoördinator moest
Vanessa van Schoor het medische werk in Darfur in balans brengen
met het uitspreken over misstanden die onze teams tegenkomen in hun
werk, de veiligheidssituatie in vijf projecten bewaken en om te
gaan met tekorten aan personeel en voorraden. Als operationeel
manager is Vanessa van Schoor verantwoordelijk voor de missies van
Artsen zonder Grenzen in Sudan, Pakistan en Zambia.
In 2006, werden 40 wagens van Artsen zonder
Grenzen aangevallen op de weg en werden wij geconfronteerd met drie
grote gewapende overvallen op onze voorzieningen. In 2006 werden in
totaal 96 wagens van particuliere hulporganisaties op de weg
gekaapt. De missie in Darfur is momenteel een van de grootste van
Artsen zonder Grenzen ter wereld. Bijna 2 duizend van onze
hulpverleners, 120 internationale en 1.800 medewerkers uit het land
zelf, werken in het gebied ter grootte van Frankrijk. Per maand
verrichten de teams in Darfur die geleid worden door de Nederlandse
tak van Artsen zonder Grenzen 581 consulten per maand. In Darfur,
zoals in menig ander projectland, werkt Artsen zonder Grenzen met
veel medewerkers uit het gebied of uit andere regio's in Sudan. De
verhouding internationale - Sudanese medewerkers is 1 op 15.