'Het gaat om mensen die zijn
beschoten, aangevallen, verjaagd. Ze zijn nu vooral bezig met
overleven op de plek waar ze naartoe gedreven werden en waar ze nu
niet meer weg kunnen,' Ineke Swaans is terug uit Darfur. Vanaf half
december werkte zij als verpleegkundige voor Artsen zonder Grenzen
in de kleine stad Seleah. Daar bevinden zich sinds november 2006
zo'n 14.000 mensen die uit hun dorpen zijn verdreven.
Ineke: 'Op dit
moment zijn de bestaande milities zich aan het afsplitsen, soms
lijkt het alsof er iedere dag een nieuwe partij bij komt. Elke
groep heeft bepaalde gebieden in handen en verdrijft mensen waarvan
ze vinden dat die daar niet thuishoren omdat ze tot een andere
etnische groep behoren. Sommige vluchtelingen vertelden mij dat er
gezegd werd: "Pak je spullen op en begin te lopen. Ga, je hoort
hier niet." Ze zijn bang om terug te gaan. Niemand durft elkaar
meer te vertrouwen.'
Zeil en sorghumstengels
Toen duizenden mensen vanuit de omgeving van
Muhajariya hun toevlucht zochten in Seleah ging een team van Artsen
zonder Grenzen er direct naartoe om hulp te bieden. 'We hebben
dekens, jerrycans, zeep en stukken zeil gegeven. De mensen hebben
onderkomens gemaakt van sorghumstengels overdekt met een stukje
zeil. Voor sommigen is het zeven kilometer terug naar hun dorp: als
de vrouwen teruggaan om hun oogst te halen, lopen ze het risico
verkracht of vermoord te worden, of dat hun oogst gestolen
wordt.'
Kliniek
'Wij runnen een kliniek met een kleine
verpleegafdeling waar we per week tussen de drie- en vierhonderd
consulten uitvoeren. We enten kinderen in tegen veel voorkomende
ziekten en geven "thuisbehandelingen" voor ondervoeding. Er was
eerst maar één waterpunt; een andere hulporganisatie, Solidarité,
heeft toen een tweede geboord.'
Schotwonden
'Vooral in het begin waren er veel
schotwonden. Wonden van dumdumkogels: die hebben een kleine inslag
maar richten een grote ravage aan. Of kogels met een kleine inslag
en een grote uitslag: waardoor je echt moet zoeken waar de kogel
zijn vernietigende spoor heeft achtergelaten. Ik heb van alles
gezien: van wonden van schampschoten tot een schotwond waardoor de
heup en bil van een tienjarig jongetje volkomen vernield zijn. Maar
ook wonden van machetes en bijlen die zo in iemands hoofd waren
gezet.'
Waanzinnig sterk
'Er zijn hele families verdreven, van jong tot
oud. Maar het zijn waanzinnig sterke mensen die onder hele harde
omstandigheden leven zonder daarover te klagen. Die in hun "hutje"
zitten met maar één deken in ontzettende kou 's nachts. Ze gaan
door met wat ze hebben. Als ik terugdenk, zie ik ze nog zo staan:
wachtend bij de waterpomp. Toen er nog maar één pomp was, moesten
ze 24 uur wachten: dag en nacht. Bijna niet voor te stellen.'