Vanaf 1991 is Somalië het toneel van
een burgeroorlog, zonder een regering die het gehele land bestuurt,
zonder beleid voor economische ontwikkeling en zonder
voorzieningen. De Federale Overgangsregering (TFG), ondersteund
door troepen van de Afrikaanse Unie, heeft slechts zeer beperkte
gebieden in handen. Er zijn vele oppositiegroepen waaronder met
name Al Shabaab. Aanhoudende gewapende conflicten leiden ertoe dat
mensen huis en haard moeten ontvluchten en in erbarmelijke
omstandigheden moeten overleven. Terugkerende perioden van droogte
en klimaatverandering verergeren het lot van de bevolking. In 2011
heeft dit opnieuw geleid tot wijdverspreide en zeer ernstige
ondervoeding.
Honderdduizenden Somalische vluchtelingen
Somalië zelf kent naar schatting meer dan 1
miljoen binnenlandse vluchtelingen. Meer dan 700.000 mensen zijn
het land ontvlucht en bevinden zich in landen als Kenia, Ethiopië,
Djibouti en Jemen.* Vanaf begin 2011 zijn tienduizenden Somaliërs
de landsgrenzen over gevlucht, vooral naar de vluchtelingenkampen
Dadaab in Kenia en Dolo Ado in Ethiopië. Het aantal Somalische
vluchtelingen in Kenia zijn er meer dan 400.000, en meer dan
100.000 in Ethiopië.
Schreeuwend tekort aan gezondheidszorg
Door het ontbreken van een centrale regering
en het voortdurende geweld kunnen mensen maar heel moeilijk toegang
vinden tot medische zorg. Volgens schattingen zijn er slechts 300
artsen in heel Somalië, ofwel slechts 3 op elke 100.000 inwoners.
Malaria en tuberculose zijn de meest voorkomende besmettelijke
ziekten en ondervoeding is een terugkerend probleem. Eén op elke
100 vrouwen overleeft de bevalling niet, tien op elke 100 baby's
halen hun eerste levensjaar niet. Om medische hulp te vinden,
moeten mensen vaak honderden kilometers reizen, vaak te voet.
5 augustus 2011