In een ziekenhuis in Zuid-Somalië, in de kleine stad Marere,
runt Artsen zonder Grenzen de polikliniek en de afdelingen voor
kinderverpleegkunde en verloskunde. Daarnaast bieden onze
medewerkers hulp bij ondervoeding, moeder-en-kindzorg, chirurgie en
behandeling voor tuberculose. De combinatie van droogte en
aanhoudende conflicten leidt ertoe dat vele kinderen ernstig
ondervoed zijn. Arts Hussein Sheikh Qassim vertelt vanuit Marere
over wat hij de laatste dagen heeft meegemaakt.
Vanuit alle hoeken
'De situatie is uiterst ernstig. Dit is het
enige ziekenhuis in dit deel van Somalië. Er zijn geen andere
klinieken, zelfs geen mobiele hulpposten, die ook maar enigszins in
de buurt zijn. Mensen komen naar ons toe vanuit alle hoeken van het
land. Het gaat als een lopend vuurtje rond dat mensen hier terecht
kunnen.'
Twee keer zoveel mensen
'Het aantal patiënten is schrikbarend
gestegen. Zelfs op een relatief rustige dag komen er twee keer
zoveel mensen op een dag binnen dan een drukke dag van voor de
droogte. Het ziekenhuis zit barstensvol met patiënten. Sommigen
zijn ziek, anderen hebben gewoon iets te eten nodig. De
ondervoedingafdeling is meer dan vol met jonge kinderen. De meeste
kinderen zijn te verzwakt om zelf te kunnen eten, we moeten hen via
sondes voeden.'
Meer dan 600 km lopen
'Er zijn kinderen bij die meer dan 600 km
moesten lopen om hier te komen. Hun ouders hebben geen geld voor
vervoer en waren zelf te zwak om hen op de rug te nemen. In vele
delen van het land is er een burgeroorlog aan de gang, waarbij elke
dag een andere partij het gebied in handen kan hebben. Het is daar
gevaarlijk en het is onveilig om in die gebieden op pad te gaan. En
toch komen de mensen.'
De gelukkigen
'De mensen die zelf nog kunnen lopen, zijn de
gelukkigen. Wij kunnen hen met voedsel helpen: gisteren 300,
afgelopen vrijdag 400. Maar heel veel kinderen moeten rechtstreeks
door naar onze voedingskliniek waar ze intensief verzorgd kunnen
worden. Het is nu midden op de dag en we hebben vandaag al 151
kinderen opgenomen.'
Yusuf van 2 jaar
'Een tijdje geleden kwam een echtpaar met hun
2-jaar oude zoontje Yusuf naar ons toe. Hij was nauwelijks meer dan
een hoopje botten en huid. Hij kon zelfs niet meer ademhalen. Zijn
ouders zijn kleine veeboeren en al hun vee was doodgegaan. Ze
vertelden dat hun zoontje aan diarree leed en niet at. Hij was er
zo erg aan toe dat ik met een stethoscoop naar zijn hart moest
luisteren om na te gaan of hij nog leefde. Zijn vader had hem al
opgegeven en hij vertrok om voor hun andere kinderen te zorgen.
Maar we wisten zijn moeder ervan te overtuigen te blijven.'
Intensive care
'We namen Yusuf op in onze intensive care unit
waar we hem 2 uur hebben beademd tot zijn ogen eindelijk open
gingen. We gaven hem speciale melk en voeding door een sonde. 24
uur later begon hij zijn armen en benen weer te bewegen. Zijn
moeders gezicht klaarde helemaal op: je kon zien dat ze weer hoop
had.
Melk en mama
'Na één week kon Yusuf van de sondevoeding af.
Hij kon weer zelf melk drinken en 'mama' zeggen. Als je zijn naam
zei lachte hij naar je terug. Binnen 10 dagen was zijn gewicht meer
dan verdrievoudigd. Na 3 weken in ons ziekenhuis begon Yusuf met de
andere kindjes te spelen. Zijn vader kwam hem ophalen en was buiten
zinnen van vreugde. Hij hield niet op met ons te bedanken.'
Hulp is nodig
'Ik ben zelf Somaliër: als Artsen zonder
Grenzen hier niet zou zijn, dreven we als een boot zonder benzine
verloren in het midden van de Indische Oceaan. Zonder de hulp van
Artsen zonder Grenzen zouden duizenden mensen overleden zijn.
Somalië heeft jullie hulp meer nodig dan ooit. Artsen zonder
Grenzen redt oneindig veel levens en, met jouw hulp, kunnen we nog
veel meer levens redden.'
Dr. Hussein Sheikh Qassim gaf dit interview op 15 juli
2011.