Tsjaad
is een van de armste en minst ontwikkelde landen van Afrika. Het
land is rijk aan olie, katoen en vee, maar is weer instabiel
geworden door de opgelaaide burgeroorlog. Sinds december 2005 is
het oosten van het land het strijdtoneel van gevechten tussen het
regeringsleger en Tsjadische rebellen. Daarnaast trekken gewapende
ruiters door het gebied. Vooral een 500 kilometer lange strook
langs de grens wordt geteisterd door gewapende groepen. Veelal is
het geweld gericht tegen de bevolking. Dorpen worden aangevallen,
geplunderd en platgebrand, bewoners worden gedood of raken gewond.
In het oosten van het land zijn meer dan 185.000 Tsjadiërs op de
vlucht geslagen voor het geweld.
Vluchten naar alle kanten
Sinds juni 2005 bevinden zich tienduizenden
vluchtelingen uit de Centraal-Afrikaanse Republiek in het zuiden
van het land. Duizenden mensen zijn vanuit het zuidoosten van
Tsjaad naar Darfur gevlucht. Onder de vluchtelingen bevinden zich
veel Sudanezen die soms al 3 jaar eerder naar Tsjaad waren
uitgeweken voor het geweld in Darfur. In het oosten van Tsjaad
bevinden zich een geschatte 180.000 Tsjadiërs die het geweld elders
in het land zijn ontvlucht. Ook verblijven 250.000 Darfuriaanse
vluchtelingen nog steeds in enorme kampen, zonder de hoop
binnenkort naar huis terug te kunnen keren. Zij zijn compleet
afhankelijk van internationale hulp.
Geen voorzieningen
Dit betekent dat vele mensen moeten zien te
overleven in een droog en kaal gebied dat nauwelijks beschutting en
mogelijkheden biedt om zich van voedsel te voorzien. Drinkwater is
schaars en de temperatuur kan sterk dalen, maar ook hoog oplopen.
Er is nauwelijks gezondheidszorg in het land met een inwonertal van
zo'n 10,5 miljoen mensen. Er zijn minder dan 1 arts en 3 verpleeg-
en verloskundigen op elke 10.000 inwoners. Op elke 100 vrouwen die
bevallen, overlijden er 15 in het kraambed. De gemiddelde
levensverwachting ontstijgt de 46 jaar niet.* In de oostelijke
regio ontbreekt gezondheidszorg vrijwel helemaal.
* Cijfers Wereldgezondheidsorganisatie,
www.who.int
8 april 2010