Joanna Stavropoulou (39) werkt al meer
dan een jaar voor Artsen zonder Grenzen in Zimbabwe. Van oorsprong
is ze journalist, maar nu ondersteunt zij het hulpverlenersteam ter
plekke. Zij is de contactpersoon voor communicatie en voorlichting:
voor lokale, en internationale, contacten. Sinds eind 2008 houdt
een cholera-uitbraak Zimbabwe in haar greep. Het is de grootste
uitbraak van deze dodelijke ziekte in het land ooit, en het einde
is nog lang niet in zicht.
26 maart: de 'cholera kid'
Mijn opdracht van vandaag is op zoek gaan naar
een kind met cholera. Hij of zij moet ouder zijn dan 5 jaar en ik
moet toestemming krijgen van ouder of voogd om met hem te praten.
Want we willen weten hoe het is voor een kind om deze ziekte te
hebben.
Op zich geen moeilijke opdracht, want meer dan
93.000 mensen hebben of hadden cholera in Zimbabwe. Eén kind moet
te vinden zijn, en dat klopt. Juliette, onze hoofdverpleegkundige
in ons cholerabehandelcentrum in een ziekenhuis in hoofdstad
Harare, belt me vlak nadat ik mijn oproep bij het team heb
geplaatst. Twee dagen geleden hebben ze een jongen, 10 jaar oud,
opgenomen. Ze hebben al toestemming gekregen van zijn grootmoeder,
die bij hem in het ziekenhuis is. Ik ga direct naar hem toe.
Hij houdt zijn ogen stijf dicht als Juliette
naast hem staat. Zijn grootmoeder, een prachtige oudere dame met
een kruis om haar nek, schudt voorzichtig zijn schouder. 'Hij doet
maar alsof,' zegt ze met een glimlach. 'Hij denkt dat je weer wilt
dat hij het ORS-water drinkt.' ORS is een zout-en-suikeroplossing
die we aan de patiënten geven tegen uitdroging. Dit hebben zij
nodig om van de cholera te kunnen genezen. Maar de smaak is niet
bepaald lekker. 'Gogo' (zoals een oma hier heet) staat klaar om nog
een keer te proberen om hem 'wakker' te krijgen, maar ik zeg dat ik
morgen terug zal komen.
Voordat ik vertrek, praat ik nog even met
Gogo, met Juliette als vertaler. Gogo woont in Mbare, een van de
armste en meest dichtbevolkte wijken van Harare. Het is er vies en
stoffig. In Mbare komen de bussen uit het zuiden van Zimbabwe aan
en er is een groothandelsmarkt voor fruit en groente. In de buurt
staan diverse overbevolkte en vervallen flats van 3 verdiepingen
hoog. Onze water- en-sanitatiespecialisten zijn er al geweest en
hun oordeel was dat het er erg onhygiënisch is. Eerder heb ik al
van anderen gehoord over gebarsten rioolbuizen waardoor het
afvalwater in de woningen stroomt, dat wc's enorm verstopt zijn en
dus een bron van ziekten.
Gogo is 69 jaar oud. Haar 2-kamerwoning deelt
zij met haar 2 overgebleven kinderen en 9 kleinkinderen.
Overgebleven? Ik vraag wat zij daarmee bedoelt, hoeveel kinderen
had ze dan? Zonder veel omhaal beantwoordt Gogo mijn vraag die zij
via Juliette te horen krijgt. 'Ze had 9 kinderen, waarvan er nu nog
2 leven,' vertaalt Juliette. En waar komt ze van rond? Gogo vertelt
dat niemand in het huis een inkomen heeft, dus zij zijn afhankelijk
van de maandelijkse voedselvoorraad die zij van hulporganisatie
Catholic Relief krijgen.
Gogo's dochter, de moeder van Dennis, is 2
weken geleden opnieuw bevallen en is nog thuis. Daarom past Gogo
hier in het behandelcentrum op Dennis. Ik bedank Gogo voor haar
tijd en ze glimlacht naar me. Ze houdt haar hoofd schuin, wat in
Zimbabwe zoveel betekent als 'mazvita' ofwel 'bedankt'.
27 maart: een brandende
maag
Vandaag is Dennis wakker en hij zit zelfs
rechtop in zijn bed. Gogo begroet me hartelijk. De ogen van Dennis
plakken aan het notitieblok, pen en wat potloden die ik voor hem
heb meegenomen. Pas later zal ik begrijpen waarom.
Juliette is er ook bij. Zij is het soort
verpleegster waarvan je zou willen dat zij jou verzorgt als je ziek
bent. Vriendelijke ogen en altijd met een glimlach op haar – mooie
- gelaat. Dennis voelt zich vandaag duidelijk een stuk beter. Door
de cholera was hij ernstig uitgedroogd, zozeer dat hij een infuus
moest krijgen. Nog steeds drupt een zout-en-suikeroplossing via een
buisje in zijn arm, maar Juliette hoopt dat hij er later op de dag
af mag. Hij drinkt eindelijk zijn ORS-water, zegt ze met een
glimlach op haar gezicht.
Dennis is nogal klein voor een jongetje van 10
jaar en nu hij ook zo dun is, lijkt hij helemaal klein. Hij is
nogal bedeesd en beleefd. Ik vraag hem hoe hij het vindt om cholera
te hebben.
'Er brandde iets in mijn maag,' zegt hij en
hij wrijft over zijn buik bij de herinnering alleen al.
- 'Hoe denk je dat je het hebt gekregen?'
vraag ik via Juliette, die opnieuw voor mij tolkt.
Hij denkt even na, hij denkt niet dat het komt
door iets wat hij heeft gegeten, maar 'het kwam omdat ik buiten in
de regen heb gespeeld, in een modderplas.'
Zijn scherpzinnigheid verbaast me, en ik
bedenk me dat hij waarschijnlijk gelijk heeft: het rioolwater loopt
open en bloot door de wijk en regen is een topverspreider van de
cholerabacterie.
'Als ik weer thuis ben zal ik tegen de andere
kinderen zeggen dat ze niet door het afval mogen gaan,' zegt hij
zachtjes.
Ook vertelt Dennis me dat hij als hij groot
is, dokter wil worden. Dan kan hij zijn moeder verzorgen als zij
ziek is. Zijn moeder heeft hem naar het ziekenhuis gebracht. Ook al
was ze net bevallen, ze liep - met Dennis op haar rug – helemaal
naar het ziekenhuis. Ze hadden geen geld om een bus te betalen.
Ik vraag hem wat hij zou willen, als hij één
wens zou mogen doen. Hij kijkt omlaag, naar zijn dunne handen op
het rode ziekenhuisdeken. Bijna fluisterend: 'Ik wil naar school
gaan.' Maar dat kan niet, legt Juliette uit die voor mij
doorvraagt, hij heeft geen boeken, geen notitieblokken of
pennen.
Ik zeg ter afscheid dat ik hoop dat hij snel
zal herstellen. Misschien, als hij volgende week thuis is, kan ik
hen bezoeken bij hen thuis in Mbare. Ik draai de palmen van mijn
handen omhoog in een dankgebaar, zoals de Zimbabwanen hun
dankbaarheid tonen, en zeg 'Mazvita, Gogo, mazvita Dennis.' Ze
lachen allebei en beantwoorden me met hetzelfde gebaar.
Maart 2009
Artsen zonder Grenzen heeft cholerabehandelcentra opgezet door
het hele land en heeft sinds het begin van de epidemie eind 2008
meer dan 56.000 patiënten behandeld (cijfers eind februari 2009).
Daarnaast doen onze teams van alles om verdere verspreiding te
voorkomen. Water- en-sanitatie-experts hebben een netwerk van meer
dan 160 hulpverleners opgezet. Met chlooroplossingen zuiveren zij
water waardoor het veilig wordt om te drinken. Zij werken in
dichtbevolkte wijken en behoeden daarmee 120.000 inwoners voor
gevaarlijk water.