Al meer dan een halve eeuw kampt Pakistan (dat tot 1947
deel uitmaakt van Brits-India) met landelijke politieke onrust en
regionale conflicten. Politieke instabiliteit beheerst het land met
een bevolking van zo'n 160 miljoen mensen van diverse etnische
origine en met verschillende geloven. Het land stond door de jaren
wisselend onder militair en burgerlijk bewind. Generaal Perez
Musharraf, die in 1999 een coup pleegde, verloor de verkiezingen in
augustus 2008. Nu staat Pakistan onder leiding van Asif Ali
Zardani, echtgenoot van Benazir Bhutto die in december 2007 door
een aanslag om het leven kwam.
Escalatie strijd
In 2009 escaleerden in Pakistan de gevechten
tussen de strijdkrachten en oppositiegroepen. Het conflict had de
ernstigste gevolgen in de Federale Adminstratieve Tribale Gebieden
(FATA) en in Khyber Pakhtunkhwa (voorheen bekend als het
Noordwestelijk Grensgebied), maar de effecten waren in het hele
land voelbaar. Naar schatting zijn 2 miljoen Pakistanen op de
vlucht geslagen*. Daarnaast bevinden zich in het land bijna 1,7
miljoen Afghaanse vluchtelingen*. Vooral in afgelegen,
plattelandsgebieden is er een gebrek aan schoon drinkwater en zijn
hygiënische omstandigheden slecht. Gezondheidszorg is óf afwezig,
óf van zeer matige kwaliteit. De schaarse privé-instellingen zijn
voor het overgrote deel van de bevolking niet te betalen.
Moeder en kind
Vooral vrouwen en kinderen lijden hieronder.
De sterftecijfers behoren tot de hoogste in de regio. In Pakistan
overleven 3 op elke 1.000 vrouwen de bevalling niet en halen 8 op
de 100 baby's hun eerste verjaardag niet. Geografische barrières
maken het voor veel vrouwen moeilijk gezondheidsposten te bereiken.
Daarbovenop komt een gebrek aan medisch personeel: 8 artsen en 5
verpleegkundigen op elke 10.000 inwoners **.
* Schatting van het Hoge Commissariaat voor vluchtelingen
van de VN
** Cijfers Wereldgezondheidsorganisatie
Augustus 2010