Projecten in Rusland/Noord-Kaukasus: hulp na de oorlog
De staten in het bergachtige Noord-Kaukasus,
waaronder
Tsjetsjenië, Ingoesjetië en Dagestan, bleven
ook na het uiteenvallen van de Sovjet-Unie in 1991 Russisch
grondgebied. De strijd voor onafhankelijkheid van Tsjetsjenië
culmineerde in 2 oorlogen in de jaren 90. Verschillende steden,
zoals hoofdstad Grozny, werden totaal verwoest en de gevechten
leidden tot een immense vluchtelingenstroom. Honderdduizenden
Tsjetsjenen vluchtten naar buurstaat Ingoesjetië.
Nog niet voorbij
Hoewel de oorlog officieel voorbij is en
wederopbouw op gang komt, leeft het conflict nog steeds. Vooral in
de afgelegen berggebieden is er verzet: ontploffingen en gevechten
zijn schering en inslag. Het geweld heeft zich verspreid naar
Ingoesjetië, Dagestan, Kabardino-Balkarië en Noord-Ossetië. De
lokale bevolking kan van zowel Russische regeringstroepen als
rebellensoldaten op een slechte behandeling rekenen. Van de
duizenden vluchtelingen die uit Ingoesjetië terugkeerden hebben
velen geen huizen meer. Zij zitten noodgedwongen op elkaar gepakt
in tijdelijke opvangcentra; vaak gehuisvest in vervallen, oude
flatgebouwen.
Tuberculose en trauma's
Tuberculose vormt een van de grootste
bedreigingen voor de volksgezondheid. Er zijn meer mensen met
tuberculose in Tsjetsjenië dan in de rest van Rusland en de
benodigde infrastructuur om mensen te kunnen behandelen is door de
jarenlange strijd zo goed als verdwenen. Jaren van geweld en onrust
hebben ertoe geleid dat veel mensen posttraumatische stress
vertonen en dat psychische problemen zich in lichamelijke klachten
uiten. Ouders maken zich zorgen over het effect dat oorlog op hun
kinderen heeft. Er zijn gezondheidsvoorzieningen, maar ze zijn
klein in aantal en voor velen niet te betalen.