De geschiedenis van Haïti kent vele
perioden van extreem geweld. In februari 2004 braken er nieuwe
gevechten uit toen president Aristide gedwongen werd het land te
verlaten. Een grootschalige operatie die de Haïtiaanse politie en
de VN-macht Minustah in 2007 uitvoerden bracht enige stabiliteit,
maar desondanks houden de gewelddadigheden aan. Vooral in de
sloppenwijken van de hoofdstad Port-au-Prince zijn geweld en
criminaliteit dagelijkse kost voor de inwoners. In april 2008
werden demonstraties gehouden naar aanleiding van sterk stijgende
prijzen van onder meer voedsel.
Onveiligheid en armoede
Haïti heeft de slechtste gezondheidszorg van
het noordelijk halfrond. De staatsziekenhuizen functioneren niet:
ze hebben geen personeel en als er personeel is, zijn ze vaak aan
het staken. Het merendeel van de inwoners van de hoofdstad kan de
tarieven van de privé-ziekenhuizen niet betalen. Inwoners van een
wijk in Port-au-Prince - waar geregeld wordt geschoten - staan voor
een zware keuze als ze medische zorg nodig hebben. Op pad gaan met
het risico in het kruisvuur te belanden of wachten met de kans dat
als zij hulp kunnen krijgen, het te laat is?
Schotwonden en kraamsterfte
Door de hevige straatgevechten durven mensen
de straat niet op en zijn de medische faciliteiten die er zijn,
onbereikbaar geworden. Veel klinieken zijn vanwege het geweld
gesloten. Naast schotwonden door de gevechten, is kraamsterfte een
groot probleem. In Haïti sterven 680 vrouwen per 100.000 geboorten
in het kraambed.* Een van de grootste oorzaken is eclampsie (hoge
bloeddruk die gevolgd wordt door een epilepsie-aanval); de enige
manier om dit te genezen is de baby vroegtijdig via een keizersnede
uit de baarmoeder te halen.
1 december 2008
* Cijfers Wereldgezondheidsorganisatie