Noodhulp Noodhulp Noord en Zuid-Amerika

VERSLAG VAN DE NOODHULP NA DE AARDBEVING IN HAÏTI

'Het mooiste dat ik heb meegemaakt in deze ramp is de onderlinge solidariteit.'

Isabelle Jeanson

Drie weken na Haïti's verwoestende aardbeving is voor Isabelle Jeanson de tijd gekomen om het land te verlaten. Met pijn in haar hart laat ze de vele patiënten die ze heeft ontmoet achter, getroffen door de waardigheid en solidariteit die de Haïtianen hebben getoond toen zij oog in oog stonden met de ramp.

Zij voelt zich echter gesterkt door de wetenschap dat, ook al is er een einde gekomen aan haar tijd in Haïti, de teams van Artsen zonder Grenzen zullen doorwerken om de medische zorg te geven die zo enorm nodig is. Isabelle geeft ondersteuning aan de operationele communicatie. Dit is het laatste deel van haar Haïti-dagboek.

 


Dinsdag 2 februari 2010

Ik heb enorm tegen deze dag opgezien, want er is geen makkelijke manier om afscheid te nemen. Ik heb zoveel sympathie en respect voor de Haïtianen opgebouwd, die grote waardigheid behouden in deze verlammende tegenspoed.

 

Vandaag over een week zal ik aan het werk zijn in mijn comfortabele kantoor, terwijl ik me zorgen maak over de mensen die ik heb ontmoet en die een bijzondere diepe indruk op mij hebben gemaakt. Zoals mijn kleine Gabrielle die voor haar leven vecht. Of de lieve Sinthia, 19 jaar oud, die koorts heeft en met een gewond been in een van onze ziekenhuisbedden ligt. Op 4 januari kreeg zij een baby, maar haar kleine meisje is een paar dagen na de aardbeving overleden van de kou van het 's nachts buiten slapen, vertelde ze mij. Ik zal denken aan Ste-Amise en haar baby van 4 maanden. Ook zij wacht in haar ziekenhuisbed, haar been in een fixatie-apparaat, terwijl haar andere 4 kinderen onder een laken op straat zitten. Ik kan hier weg, maar zij worden elke ochtend weer geconfronteerd met hun wrede realiteit.

 

Onze teams breiden hun medische activiteiten uit. We hebben nu verschillende locaties in Port-au-Prince, Léogâne en Jacmel. Niet alleen om chirurgische zorg te geven aan de gewonden, maar ook voor revalidatie, huidtransplantatie (binnenkort), hulp aan ondervoede kinderen, verloskundige zorg, counseling en langdurige zorg voor onze honderden patiënten.

 

De fysieke wonden zullen met de tijd helen, maar ook de wonden in hun hart zullen speciale zorg nodig hebben. Veel mensen vertellen me dat ze niet willen denken aan het gebeurde, omdat ze hun angst niet willen herbeleven. Ik sprak vandaag met een patiënte, Elizabeth. Ze was niet alleen zwaargewond maar ook depressief. Ze was stil en teruggetrokken en barstte zo nu en dan in huilen uit. De schok van haar lichamelijke toestand, van het verlies van de weinige bezittingen die ze had, van haar thuis, het is te veel voor haar om te dragen. Wat is haar toekomst? Waar zal zij wonen? De beperkingen aan de steun die ik haar kan bieden, staan me tegen. Als de lichamelijke verwondingen eenmaal zullen helen, hebben mensen werk en huizen nodig om in veiligheid te kunnen leven.

 

De afgelopen week hebben we de situatie in verschillende gebieden onderzocht. Het deed ons beseffen dat er hoop is voor de mensen die Port-au-Prince hebben verlaten. Het was verbazingwekkend om de solidariteit in deze kleine steden te zien. Aardbevingsslachtoffers krijgen gratis gezondheidszorg, zowel in de Dominicaanse Republiek als in Haïti. Dokters bieden hun diensten aan en burgemeesters regelen bussen die mensen vanuit Port-au-Prince ophalen om hen terug te brengen naar de stad waar zij vandaan komen.

 

Het mooiste dat ik heb meegemaakt in deze ramp is de onderlinge solidariteit. Haïtianen die elkaar helpen, hun leven riskeren om vrienden en onbekenden onder het puin uit te trekken, het kleine beetje eten dat ze hebben delen, tientallen mensen die dakloos zijn geraakt onderbrengen in hun eigen huis op het platteland, en op elkaar letten als ze 's nachts in de straten van Port-au-Prince hun hoofd te ruste leggen.

 

En er is nu ook hoop in de vorm van tientallen organisaties die willen helpen, hoe ze ook maar kunnen. Burgemeesters hebben honderden mensen ingehuurd om de straten schoon te vegen, en zo wat orde en netheid terug te brengen. En mensen zetten kleine stalletjes op om voedingswaren te verkopen in de daklozenkampen die verspreid zijn door de stad. Het leven moet doorgaan.

 

Mijn laatste wens is dat lang nadat de camera's vertrokken zijn, wij, de gelukkigen onder ons, Elizabeth, Synthia, Ste-Amise en Gabrielle niet zullen vergeten. Want zij zullen de schok van deze ramp blijven dragen. De enige reden dat ik kan aanvaarden dat ik ze moet achterlaten is de wetenschap dat wij, op zijn minst, medische zorg zullen blijven geven zolang de mensen die nodig hebben.

 

Isabelle.

 



Woensdag, 27 januari 2010

 

In iedere tragedie zijn er altijd wonderbaarlijke momenten. Een paar van die momenten maakte ik vandaag mee.

 

De eerste dat ik het voorrecht had een uitgebreide discussie te mogen hebben met de jonge man die voor ons als chauffeur werkt. We zijn in de afgelopen twee dagen onderweg geweest naar het noorden van het land, om te zien wat de behoefte aan hulp is van de Haïtianen die Port-au-Prince zijn ontvlucht. De uittocht uit de stad begon in de dagen na de aardbeving, toen duizenden mensen naar plattelandsziekenhuizen vluchtten, op zoek naar de gezondheidszorg die de verwoestte stad niet meer kon bieden.

 

Onze chauffeur Christobal en ik konden even kletsen voordat we weer de weg op gingen. Ik vroeg hem naar hoe hij de aardbeving had beleefd, net als ik met al onze medewerkers doe. Hij vertelde dat ondanks dat zijn huis was vernield, zijn vrouw en twee jonge zonen ’t hadden overleefd en dat ze nu op straat slapen, net als iedereen. Maar daarna vertelde hij me een ongelofelijk verhaal. De dag na de aardbeving, toen hij naar het kantoor van Artsen zonder Grenzen kwam, hoorde hij dat een van onze internationale hulpverleners bedolven was onder het huis waarin ze verbleef. Eén van Christobals collega’s had haar gedempte geroep gehoord uit de kelder, vanonder de twee verdiepingen die boven op haar waren gevallen.

 

Dagboek Isabelle JeansonChristobal en drie andere collega’s overtuigden de landencoördinator ervan hen toestemming te geven haar met hun blote handen uit te graven. Het alternatief was te wachten op een ploeg puinruimers met een kraan, maar daar zouden we minimaal 48 uur op moeten wachten en misschien wel een aantal dagen. Ze konden het niet over hun hart verkrijgen zo lang te wachten, wetende dat ze ook zelf zouden kunnen proberen haar eruit te krijgen.

 

Het risico was groot dat het weghalen van stukken puin het gebouw verder zou doen instorten en ze zou doden. Maar de tijd tikte door. Dus, op 11 uur ’s ochtends op 13 januari, 15 uur nadat de aardbeving toesloeg, begonnen ze met het wegtrekken van stukken beton, verwrongen metaal en ander puin, stukje bij beetje. Ze groeven een tunnel die net breed genoeg was om één persoon op z’n buik centimeter voor centimeter naar binnen te laten kruipen. Op een gegeven moment tijdens het graven, toen een van de collega’s in de tunnel was, schudde het gebouw door een naschok. Gelukkig stortte het niet verder in.

 

Uiteindelijk, 5 uur nadat ze waren begonnen, bereikten ze de expat en haalden ze haar langzaam tevoorschijn. Ze kwam ervan af met een paar snijwonden en blauwe plekken en gelukkig geen gebroken ledematen. Het was echt een wonder dat ze het overleefd had, maar de moed van Christobal en zijn collega’s en de doodsverachting die ze aan de dag legden om haar te redden, is zeer indrukwekkend. Hij en zijn collega’s dachten geen moment aan het risico dat ze zelf liepen. Ik weet niet of ik de moed zou hebben hetzelfde te doen. Of zoals hij vanochtend tegen me zei: ‘Er is geen "morgen". Er is alleen vandaag, je leeft voor de dag van nu. Omdat we nooit kunnen weten wat er morgen gebeurt.’

 

Het tweede wonder gebeurde later die ochtend. Ik was in het ziekenhuis van Dajabon in de Dominicaanse Republiek, net over de grens met Haïti, op tien uur rijden van Port-au-Prince. We bezochten de ziekenzalen. Het doel was om de behoefte aan medische zorg in te schatten bij de patiënten die na de aardbeving uitgeweken zijn naar de Dominicaanse Republiek.

 

Toen we de afdeling voor postoperatieve zorg binnenstapten, wenkte een jonge verzwakte vrouw me naar haar bed. Ze fluisterde iets in m’n oor in het Spaans, maar ik begreep meteen dat ze uit Haïti kwam. ‘Ik ben een verpleegkundige’, zei ze, ‘Ik werkte voor Artsen zonder Grenzen toen de aardbeving kwam.’

‘Werkte je in het verloskundige ziekenhuis?’, vroeg ik haar.

‘Ja, ik raakte gewond door de aardbeving, maar mijn familie vond me en bracht me naar Dajabon.’

 

Vanochtend hield Artsen zonder Grenzen een moment stilte voor onze vermiste medewerkers, voor degenen die niet teruggevonden zijn nadat de aardbeving onze ziekenhuizen vernielde. De kansen waren enorm klein dat ik een vermiste medewerker in de Dominicaanse Republiek zou terugvinden. Ik was heel dankbaar dat ik mijn bijdrage kon leveren. En dat ik deze kleine wonderen mocht meemaken.


Isabelle



Zaterdag, 23 januari 2010

 

Langzaam begint er hier wat te veranderen. Iedere dag zie ik in onze klinieken en ons kantoor kleine maar duidelijke veranderingen. De voorraden beginnen zich eindelijk een beetje op te stapelen in onze opslag, er komt wat orde in de chaos. Het programma van Artsen zonder Grenzen ontwikkelt zich ook. Ik sprak met een psycho-sociaal specialist die me uitlegde dat deze fase van counseling vooral over het geven van informatie gaat: mensen duidelijk maken waar ze medische zorg kunnen krijgen, ze uitleg geven over wat aardbevingen eigenlijk zijn enzovoort.

 

Isabelle Jeanson dagboekPas wanneer de mensen er klaar voor zijn, zullen ze gaan praten over wat ze hebben doorgemaakt. Tot de meesten is nog niet volledig doorgedrongen wat ze hebben is overkomen. Dat kan over een paar dagen komen of over een paar weken, als ze zich realiseren wat het betekent dat ze hun huis, hun familieleden, hun bezittingen, hun werk en alles dat ze herinnert aan hun oude leven verloren hebben.

 

Ook medisch gesproken begint er nu een nieuwe fase. Degenen die nog geen zorg hebben kunnen krijgen, gaan een kritieke nieuwe fase van bloedvergiftiging in. Bij degenen die zorg hebben gehad, moeten de verbanden ververst worden. Onze teams doen hun uiterste best om maar niet te hoeven amputeren.

 

In eerste instantie is de behandeling daarop gericht, maar weefsel met gangreen is levensbedreigend wanneer de ontsteking zich door het lichaam verspreidt. Amputaties kunnen een schok zijn voor onze patiënten. Maar de beslissing, moeilijk als-ie is, wordt genomen om een leven te redden. Gisteren vertelde een dokter me dat een jongetje van wie hij de voet had geamputeerd, speciaal naar haar toe kwam om haar te bedanken.

 

Isabelle Jeanson dagboekGelukkig komen er steeds meer organisaties bij die activiteiten opzetten, vooral in het zuiden en westen van het gebied rond het epicentrum. Het kan verwarrend zijn als er twee of drie ziekenhuizen worden opgezet in dezelfde kleine gemeenschap, maar toch, wat uiteindelijk telt is dat de mensen de spoedeisende hulp krijgen die ze nodig hebben.

 

Ik heb vandaag iets fenomenaals bezocht: het opblaasbare ziekenhuis van Artsen zonder Grenzen, dat op een voetbalveld achter een school in het centrum van Haïti staat. Het is een ideale voorziening in een omgeving waar mensen te bang zijn om in een gebouw te werken. Er is een apotheek, twee operatiekamers, een verpleegafdeling, een polikliniek en nog een aantal andere afdelingen.

 

Het is zo nieuw dat het precies ruikt als een gloednieuwe opblaasboot. In dit ziekenhuis met 100 bedden zullen we meer mensen sneller kunnen behandelen, zonder bang te hoeven zijn dat het dak op onze patiënten valt. Onze Haïtiaanse medewerkers zijn ook weer aan het werk gegaan. Na de afschuwelijke ervaring van het Trinité ziekenhuis dat boven hun hoofden instortte, zullen ze zich veiliger voelen in zo’n ‘gebouw’.

 

Isabelle Jeanson DagboekIk zag ons eigen kleine wonderbaby’tje met de geamputeerde arm weer terug, die ik een aantal dagen geleden in ons ziekenhuis had ontmoet. Een arts heeft haar Gabriëlle genoemd, naar z’n eigen dochter, omdat we haar echte naam niet kennen en niemand van haar familie haar is komen halen. Ze heeft niet alleen haar armpje verloren, maar ze heeft ook ernstig hoofdletsel opgelopen tijdens de aardbeving. Ze heeft dus ook een operatie aan haar schedel gehad.

 

Later op de avond schrik ik hevig als ik hoor dat ze koorts heeft gekregen. Dat is geen goed teken voor zo’n kleine baby met zulke ernstige verwondingen. Ik wil dat ze ’t overleeft; ze heeft al zoveel doorgemaakt. Over een paar maanden, als ze de meest kritieke fase heeft doorstaan, zal het team naar een andere organisatie op zoek gaan die voor haar kan zorgen.

 

De naschokken blijven doorgaan. Na de grote beving van dinsdagochtend waren er nog drie kleinere. Om er zeker van te zijn dat ik me niets inbeeld, heb een halfvol flesje water op m’n bureau gezet. Als het water in het flesje beweegt, weet ik dat het een beving is en niet alleen m’n verbeelding.

 

Vannacht was er een grote brand in het centrum van de stad. Er zijn verhalen over mensen die aan het plunderen zijn geslagen en die gebouwen in brand steken. Mensen vragen om werk en ze zijn hongerig. Er was een distributie van het Wereldvoedselprogramma vlakbij ons ziekenhuis. Het moeten honderden mensen zijn geweest die elkaar verdrongen terwijl ze de vrachtwagen achterna renden toen die probeerde weg te rijden.

 

Er hangen lakens in de straat met noodkreten erop als ‘SOS’ en ‘We hebben voedsel en water nodig’. Iedereen slaapt nog steeds buiten. Ze wassen zichzelf op straat, in de parken, waar ze maar een geschikte plek vinden. Het trauma van de beving is enorm. De mensen praten er niet per se over, maar hun gedrag spreekt boekdelen.

Isabelle


 

Woensdag 20 januari

Deze ochtend beleefde ik de schrik van mijn leven. Ik had gehoopt 10 minuutjes extra te kunnen slapen, want de afgelopen week heb ik elke nacht maar 5 uur kunnen slapen en ik zit er bijna doorheen.

 

Maar dat geluk was me niet gegund. Plotseling begon mijn slaapzak, die op de vloer ligt, heen en weer te schudden. Ongeveer één seconde lang dacht ik dat ik misschien duizelig was van vermoeidheid. Maar die gedachte was snel voorbij toen het schudden heviger en heviger werd.

 

Ik sprong op. In het flauwe ochtendlicht, in mijn pyjama, spoedde ik mij de trap omlaag naar beneden richting voordeur. Die zat op slot. Ik had de sleutel niet, maar gelukkig kwam mijn collega die die wel had eraan en we stonden snel buiten.

 

Ik trilde van top tot teen en stond op het punt in huilen uit te barsten. Mijn collega ook. Hij had de aardbeving van vorige week meegemaakt. Toch vond hij de moed om weer naar binnen te lopen om onze twee andere collega’s te gaan halen. Mijn hart klopte in mijn keel. Ineens begreep ik hoe het voelt om zó kwetsbaar te zijn, om overgeleverd te zijn aan die overweldigende natuurkrachten.

 

Dat was het begin van de dag.

 

© MSF/Isabelle Jeanson. Carrefour ziekenhuis Port-au-Prince, 20 januari 2010Vanmiddag bracht ik enkele uren door in ons veldziekenhuis in Carrefour. De ingang is een dik blauw zeil dat over de straat, tussen twee bomen, is gespannen, in het midden van de stad. Er is een triage-afdeling, een afdeling waar wonden worden verzorgd, en een ziekenzaal.

Het doet pijn om zoveel gewonde kinderen en volwassenen te zien. Sommigen huilen van de pijn als hun verband door een verpleegkundige wordt gewisseld. Ze hebben ernstige brandwonden, ontstoken wonden, gebroken armen, diepe groeven in hun schedel, ledematen met gangreen, en ga zo maar door.

 

© MSF/Isabelle Jeanson. Port-au-Prince, Haïti, Carrefour ziekenhuis, 20 januari 2010De ingang van de binnenplaats bestaat uit een klein deurtje in een poort. Dit is de chirurgische afdeling, in feite een rij bedden onder twee blauwe zeilen en een boom. Aan de ene kant liggen de vrouwen die aan het bevallen zijn of een keizersnede nodig hebben. Aan de andere kant staan 3 bedden voor zwaardere chirurgische ingrepen, zoals amputaties.

 

Onze medewerkers voeren de meeste operaties buiten uit, omdat het personeel te getraumatiseerd is om binnen in het ziekenhuis te werken. Ondanks deze omstandigheden verrichtte het team er minstens 3 amputaties, waarvan 2 bij jonge kinderen, in de 5 uren dat ik er was. Ze verwijderden dood weefsel van de dij van een jonge vrouw, en voerden een keizersnede uit.

 

 

© MSF/Isabelle Jeanson. Port-au-Prince, Haïti Carrefour ziekenhuis, 20 januari 2010Ons team is moe. Ze werken lange, lange uren in de hitte, tussen massa's mensen, in het lawaai, in veeleisende en stressvolle omstandigheden. Gelukkig hebben we een splinternieuw schoolgebouw, met veel ruimte, gevonden dat niet bij de aardbeving beschadigd is geraakt. Het ligt iets verderop van ons ziekenhuis. We hopen de komende dagen naar deze nieuwe locatie te kunnen verhuizen.

 

Een lichtpuntje in de duisternis van al dit fysieke en emotionele lijden is de geboorte van gezonde baby’s. Vandaag kwamen 8 nieuwe kleintjes ter wereld onder het blauwe zeil van ons ziekenhuis. We hebben hen hard nodig om dit gebroken land nieuw leven en nieuwe hoop in te blazen.

 

Isabelle

 



Maandagavond 18 januari

 

Gisteren heb ik het Trinité traumacentrum bezocht. Ik zag een baby'tje, ik schat zo'n anderhalve maand oud. Ze lag op haar zij in haar bedje: haar rechterarm was geamputeerd en was met verbandwikkels bedekt. Een verpleegkundige vertelde mij haar verhaal - triest en wonderbaarlijk tegelijkertijd. Het meisje was in het ziekenhuis toen de aardbeving Port-au-Prince trof. Het ziekenhuis werd deels verwoest. Op onverklaarbare wijze overleefde dit ieniemienie meisje de val dwars door betonnen vloeren en muren heen. Ze werd gered en van onder het puin uit gehaald, maar we hebben geen idee waar haar moeder is. De kans is groot dat ze helemaal geen familie meer heeft.

 

Mensen zijn begonnen met het verkopen van voedingswaren, op in elkaar geflanste stalletjes. Er komt meer verkeer op straat. Regelmatig hoor je het zwiepend geluid van helikopters die boven de stad hangen. Er dienen zich meer en meer hulporganisaties aan, trucks en hijskranen werken zich door het puin van de gebouwen in de stad heen. Je vraagt je af hoeveel tijd het in beslag zal nemen om al het puin op te graven om alle vermisten te vinden.

 

Een man met een schotwond werd op een brancard binnengedragen. Twee artsen snelden toe. Ze checkten of hij bij bewustzijn was, en of hij nog gevoel had in zijn armen en benen. Ondanks het feit dat de kogel dwars door zijn nek was gegaan, besloten ze dat hij 'operabel' was. Met andere woorden: ondanks de ernst van zijn verwonding en de beperkte omstandigheden in onze operatiekamer (behuisd in een vrachtcontainer), geloofde het team dat er een goede kans was dat we toch zijn leven zouden kunnen redden. Waarom of door wie hij beschoten werd, weten wij niet.

 

De patiënten die wij behandelen zullen uiteindelijk totaal veranderd ons ziekenhuis verlaten. Velen van hen moeten amputaties krijgen omdat hun ledematen zo ernstig verbrijzeld zijn dat die niet gered kunnen worden. Een collega van mij, op zijn vierde missie, zei tegen mij dat hij compleet verrast was. Hij wist niet dat Artsen zonder Grenzen over de capaciteit beschikte om mensen, logistiek en alles wat er nodig is op te zetten voor een ramp als deze.

 

Het verbazingwekkendst is echter dat iedereen hier, onze buitenlandse én onze Haïtiaanse medewerkers, zó gefocust zijn op één en het zelfde doel: zoveel mensen redden als we maar kunnen.

 

Isabelle





Zondagmorgen 17 januari

 

De situatie blijft kritiek, met weinig hulporganisaties ter plaatse en honderden lijken die nog vastzitten in gebouwen. Ik heb maar vier of vijf vrachtwagens en graafmachines gezien die het puin proberen weg te krijgen om mensen te bevrijden, in de hele stad! De stank is in sommige plaatsen overweldigend, op plaatsen waar lijken in de hitte liggen te ontbinden of vlak bij plekken waar de dakloze bevolking zich verzameld heeft. Er zijn geen sanitaire voorzieningen, geen douches, geen latrines en mensen hebben zich met honderden tegelijk verzameld, overal waar een open plaats is in de stad.

's Nachts moeten we uitkijken om geen mensen aan te rijden die op straat slapen. Ik zag iemand die midden op een kruising lag te slapen, bang dat er een gebouw op hem zou vallen bij een nieuwe aardbeving.

 

Gisteren voelden we twee naschokken. De Haïtiaanse medische staf van de operatiekamer in de wijk Carrefour bleef aan het werk tijdens de eerste schok. Toen de tweede kwam renden de verpleegkundigen weg, alles achterlatend waar ze mee bezig waren! De mensen zijn erg bang, vooral om binnen te slapen. Ik maak mezelf ook wel zorgen en ik heb de aardbeving nog niet eens meegemaakt. We slapen in een grote tent op het terrein van een hotel. Er is niet genoeg ruimte voor alle medewerkers om in het kantoor te overnachten.

 

Gisteren, zaterdag, voerde ons team een aantal operaties uit, nog maar 24 uur nadat ze begonnen met de operatiekamer in te richten. Dat is totaal verbluffend als je bedenkt dat het team op vrijdagmiddag naar de wijk Carrefour ging om met het inrichten van de operatiekamer te beginnen. Dat was nog maar twee uur nadat de landencoördinator, een verpleegkundige en ik het lege ziekenhuis hadden bezocht om te kijken of het geschikt zou zijn. Ik ben zeer onder de indruk van de snelheid waarmee onze teams deze nieuwe operatiezaal in 24 uur kunnen opzetten!

 

Op de terugweg van een verkennend bezoek aan de stad Leogane (ongeveer een uur van Port-au-Prince) passeerden we rond zes uur 's avonds een aantal checkpoints die waren opgezet door burgers. Ze waren ruzie aan het maken met de chauffeur van een vrachtwagen die een lading lijken vervoerde. De chauffeur wilde de lijken in hun stad dumpen. Om dat te voorkomen waren er controleposten ingericht, overal op de rest van de 10 kilometer lange weg naar Port-au-Prince. De mensen waren erg kwaad en dat zou ik ook zijn als iemand lijken in mijn stad zou komen dumpen!

 

De mensen bij de checkpoints lieten ons zonder problemen door. In de straten hebben de mensen kleine vuurtjes aangestoken. Overal hangt rook en stinkt het. Beton, draden en puin liggen overal op straat. In de wijk waar ons huis staat, Pétionville, zijn er niet zoveel mensen op straat, maar op de oprit van ons andere huis slapen mensen. Vannacht roken we die vreselijke lucht uit de stad, omdat de ramen van het huis open stonden.

Het team staat onder grote spanning, omdat ze erg beperkte chirurgische faciliteiten hebben. Ik sprak gisteren een chirurg die enorm gefrustreerd was over het feit dat de 5 patiënten die hij net had gezien onmiddellijk een operatie nodig hadden! Maar hij kan hun leven niet redden omdat ze geen goede operatiekamer hebben. We hebben meer ruimte nodig om operaties uit te voeren. Daar zal het opblaasbare ziekenhuis voor zorgen als het ooit aankomt!

 

Dus, de situatie verslechtert omdat de patiënten die gisteren nog niet in kritieke toestand waren, dat nu wel zijn: dat betekent dat mensen zullen overlijden aan infecties die in principe te voorkomen zijn. Het is afschuwelijk, zo afschuwelijk dat mensen ons om hulp smeken en wij ze niet allemaal kunnen redden!