Hans
van de Weerd, directeur Artsen zonder Grenzen, vertrok
dinsdagochtend 19 januari vanuit Oostende, België, naar Haïti. Zijn
doel: de noodhulpcoördinatie daar te ondersteunen en te onderzoeken
waar Artsen zonder Grenzen haar activiteiten verder kan uitbreiden.
Daarnaast wil hij onze hulpverleners daar, die sinds de aardbeving
met man en macht werken om hulp te bieden aan de
aardbevingsslachtoffers, een hart onder de riem te
steken.
Le Petite Goâve/Les Cailes, zaterdag 23 januari
2010
Om zes uur in de morgen worden we door een kleine naschok
gewekt. In het kantoor is iedereen al druk aan de gang. Vandaag zal
ik met een medisch team naar gebieden buiten Port-au-Prince rijden.
Niet alleen omdat de aardbeving ook daar heeft toegeslagen, maar
ook omdat steeds meer mensen de stad verlaten, op weg naar hun
familie en op zoek naar ziekenhuizen buiten Port-au-Prince waar
wellicht hulp en medicijnen voorhanden zijn. Onze eerste stop zal
Le Petite Goâve zijn, zo’n 3 uur rijden van Port-au-Prince.
Eerst maken we een korte tussenstop bij het Artsen zonder
Grenzen ziekenhuis in Carrefour, in de stad zelf. Buiten staan de
mensen rijen dik. Met een megafoon houdt een van onze medewerkers
de menigte in bedwang. Alleen de ernstig gewonden worden
toegelaten. Iedere keer weer een moeilijke keuze voor onze
chirurgen en verpleegkundigen.
Op weg naar Le Petit Goâve is ook duidelijk te zien waar de
aardbeving haar sporen heeft nagelaten, iedere derde huis ligt in
puin. Mensen hebben spandoeken opgehangen: 'Stop, help ons, we
hebben voedsel en water nodig!' In het ziekenhuis van Le Petit
Goâve treffen we veel patiënten aan. Voordat we weggaan, klinkt er
geschreeuw uit het ziekenhuis. Het blijkt een moeder te zijn die
zojuist haar kindje verloor aan de gevolgen van malaria, een
schrijnend bewijs dat ook de normale gezondheidsproblemen zich
blijven voordoen. Of we echter aan de slag gaan in het ziekenhuis
is zeer de vraag, want er kwamen hier al 10 hulporganisaties
langs.
In zo’n omgeving is het erg moeilijk om je keuzes te maken. Ik
merk dat ook hier ons noodhulpteam er liever voor kiest ons te
richten op patiënten die nog gèèn hulp hebben ontvangen, dan onze
tenten op te slaan tussen andere hulporganisaties. We gaan door dus
naar Les Cailes. Via een prachtige weg die zich tussen palmbomen,
de oceaan en bergen cirkelt, komen we langzaamaan buiten het door
de aardbeving getroffen gebied. Toch gaan we door, want veel mensen
uit Port-au-Prince zijn de stad met hun gewonde familieleden
ontvlucht. Hierdoor zijn ook de ziekenhuizen buiten de hoofdstad
overvol. In Les Cailes aangekomen blijkt dat het lokale ziekenhuis
is overstelpt met gewonden, ons medisch team kan meteen aan de
slag!
Natuurlijk is alles wat we nu doen noodhulp, maar al snel zal de
vraag opdoemen hoe de gezondheidszorg in Haïti weer enigszins kan
worden opgebouwd. Ik ben er vast van overtuigd dat Artsen zonder
Grenzen ook de komende jaren hier volop actief zal zijn!
Port-au-Prince vrijdag 22 januari
Het is ons gelukt om met ons vrachtvliegtuig op Port-au-Prince
te landen. Blij nemen we afscheid van onze Russische bemanning die
zo uit een James Bond film weg lijkt te zijn gelopen. De luchthaven
is veranderd in een legerbasis. Amerikaanse soldaten zorgen voor de
logistiek en een Franse militair biedt aan om met het uitladen van
de goederen te helpen. In de tussentijd lopen wij met onze
persoonlijke bagage naar de uitgang. Het is er een komen en gaan
van mensen. Niemand vraagt ons om onze paspoorten, de uitgang van
de luchthaven is een kleine zijdeur. Het is tekenend voor de chaos.
Buiten wemelt het van de mensen. Het is overweldigend. De chauffeur
van Artsen zonder Grenzen loodst ons veilig door de menigte heen,
op weg naar ons kantoor.
Dan zien we ook de beelden die we al op televisie zagen. Het
geweld van een aardbeving is onvoorstelbaar. Gebouwen die als
kaartenhuizen in elkaar zijn gestort, auto’s platgestampt alsof het
speelgoed was, en op de straat mensen - duizenden mensen - met hun
schaarse eigendommen. Acht dagen na de aardbeving hervat het leven
zich langzaam weer en er zijn inmiddels ontzettend veel
hulporganisaties geland in Port-au-Prince. Het is niet altijd
duidelijk wat de organisaties komen doen. Coördinatie komt
mondjesmaat op gang en op sommige momenten lopen hulporganisaties
elkaar letterlijk voor de voeten.
Op het kantoor van Artsen zonder Grenzen heerst volop
bedrijvigheid. Landencoördinator Hans van Dillen en
noodhulpcoördinator Karline Kleijer voeren de regie. Met name in de
wijk Carrefour hebben we onze handen vol aan werk. Carrefour is een
wijk in het lagergelegen gedeelte van de stad die enorm zwaar is
getroffen. Paul, een van onze meest ervaren chirurgen en veel
gewend, vertelt me hoe gecompliceerd de botbreuken en de andere
verwondingen zijn die onze medische teams hebben aangetroffen.
Artsen zonder Grenzen kent de stad goed: we geven hier al jarenlang
medische zorg, met name aan vrouwen met moeizame bevallingen. Op de
parkeerplaats voor het Maternité Solidarité ziekenhuis zit onze
Haïtiaanse staf te wachten. Ze kunnen het gebouw niet binnen en
hebben ook geen huis meer. Velen van hen hebben zelf ook familie
verloren, maar toch gaan ze met onze medische teams op pad. Hun
kracht en doorzettingsvermogen zijn indrukwekkend.
Met die gedachte val ik, vanwege naschokken in een tent naast
ons kantoor, in slaap.
Woensdag 20 januari
Al meer dan 36 uur onderweg en nog steeds niet
in Port-au-Prince. Eergisteren vertrok ik met een vrachtvliegtuig
vol met medische goederen. Maar het is ons nog niet gelukt om te
landen. Enorm frustrerend omdat onze teams de spullen die we bij
ons hebben hard nodig hebben!
Sinds gisterenavond zit ik in Samaná in de
Dominicaanse republiek en vanmiddag gaan we een nieuwe poging wagen
met de piloten van het grote Russische vrachtvliegtuig. Het is wel
wennen in zo’n oude kist uit 1974. We zitten tussen dozen vol met
medische hulp, terwijl we ook een vrachtauto en twee van onze
voertuigen bij ons hebben, die ons straks moeten helpen om de
buitengebieden te bereiken.
Waarom er in Haïti geen voorrang wordt gegeven
aan de medische benodigdheden is ons niet duidelijk. Gisteren
hebben we de Amerikaanse autoriteiten die het vliegveld besturen om
opheldering gevraagd, maar erg veel duidelijkheid hebben we niet
gekregen. Het excuus is dat het vliegveld te druk is.
Inmiddels wordt er in Port-au-Prince enorm
hard gewerkt door onze teams, zelfs nu een grote naschok
gisteravond opnieuw tot grote beroering heeft geleid. Het
behandelen van de grote aantallen gewonden blijft nog steeds de
grootste prioriteit. Verder zijn onze teams ook buiten
Port-au-Prince actief waar zij ook daar grote schade en ontzetting
hebben aangetroffen.
Met mij op de vlucht reizen nog drie
collega’s. Fried Anepool gaat straks de ICT en communicatie van een
nieuwe impuls voorzien, door de schade is het erg moeilijk
communiceren, bovendien hebben we ook heel veel nieuwe mensen aan
het werk, die naast telefoon soms ook computerondersteuning nodig
hebben.
Mijn andere twee collega’s Piet van Gelder en
Jolanda van Melick zijn psychotherapeuten die ondersteuning gaan
geven aan onze lokale teams. Veel van onze medewerkers hebben zelf
hun huis of familie verloren, en zijn desondanks door gegaan met
hun werk voor Artsen zonder Grenzen - een enorme inspanning. Piet
en Jolanda zijn er voor om mensen die het te moeilijk krijgen, te
ondersteunen. Zij zijn beide zeer ervaren en hebben dit werk ook in
andere crisissen gedaan.
Inmiddels blijft de steun voor Haïti en ons
werk daar groeien. Het is voor onze teams ontzettend goed om te
weten dat zij door de mensen in Nederland niet worden vergeten. Wij
blijven u danken voor uw steun en hopen dat u ook in de toekomst
geld in ons noodhulpfonds blijft storten zodat we kunnen blijven
reageren daar waar het zo hard nodig is!
Ik hoop vanavond verder te kunnen berichten
vanuit Port-au-Prince!