Michael Fark is operationeel manager,
hij stuurt de hulpprojecten in Haïti aan. Hij vertelt over het werk
van Artsen zonder Grenzen na de aardbeving van 12 januari 2010,
onze dilemma’s en keuzen en de toekomstplannen.
Wat doen we
nu?
Samen met onze zusterorganisaties
runnen we 7 eigen ziekenhuizen en ondersteunen we 2
overheidsziekenhuizen in Port-au-Prince. We bieden spoedeisende,
verloskundige en orthopedische zorg, pediatrie, geestelijke
gezondheidszorg en hulp aan slachtoffers van seksueel geweld (zowel
medische zorg als counseling). Artsen zonder Grenzen Nederland is
verantwoordelijk voor 3 ziekenhuizen, 2 poliklinieken en de
ondersteuning van een overheidsziekenhuis met spoedeisende
verloskundige zorg.
Hoe zien wij ons werk in de
toekomst?
Voor de ramp leefde meer dan 70 procent
van de bevolking van 1,50 euro per dag; medische zorg was voor hen
onbetaalbaar. Al voor de aardbeving was er een tekort aan
gezondheidszorg, die bestond uit voorzieningen van de overheid en
van particulieren. Door de aardbeving is de situatie nog verder
verslechterd. Gezien het tekort aan hulp van andere
(hulp)organisaties en instanties en het gebrek aan verbetering in
de situatie, hebben we besloten het gat in de gezondheidszorg
zoveel mogelijk op te blijven vullen. En wel door 6 een netwerk van
6 ziekenhuizen te onderhouden waar mensen gratis medische zorg
kunnen krijgen en ondersteuning aan 2 overheidsziekenhuizen. Ook
zijn we bezig met een stichting op te zetten voor een ziekenhuis
waar de medische zorg gratis zal zijn.
Wat zijn de
dilemma’s?
De coördinatie van de hulp en de hulp
in het algemeen werken nauwelijks. En het ontbreekt de overheid aan
capaciteit. Dat stelt ons voor twee dilemma’s. Ten eerste: in
hoeverre raken we betrokken bij de overheid? Moeten we ons eigen
gezondheidszorgsysteem runnen of proberen we met hen samen te
werken? Ten tweede: hoe positioneren we ons ten opzichte van andere
organisaties die hulp bieden? Moeten we ons wel of niet bemoeien
met hoe alle hulpprojecten gerund worden?
Onze
keuzen
Wat het eerste dilemma betreft, hebben
we voor een geleidelijke aanpak gekozen. Door nu te helpen de
nodige capaciteit op te bouwen, medische voorzieningen op te
zetten, training te geven en zorg te integreren, stellen we het
ministerie van Volksgezondheid in staat op den duur het werk van
ons over te nemen. Wat het tweede dilemma betreft, kiezen we ervoor
ons niet in de algehele coördinatie van de hulp te mengen. Het is
tijdrovend, het zou de hulpactiviteiten vertragen en onze stem zou
in de grote massa verdwijnen. Dat neemt niet weg dat we op
programmaniveau met andere organisaties kunnen samenwerken. Wat
moeilijk blijft is hoe we ons uitspreken met betrekking tot wat
andere (hulp)organisaties gedaan hebben. Wij, als Artsen zonder
Grenzen, hebben gedaan wat we zeiden dat we zouden doen: levens
redden, medische noodhulp verlenen. Maar wat zeggen we over de
anderen?
Artsen zonder Grenzen gaf
spoedeisende verloskundige hulp, blijven we dat doen?
Ja. We hebben daarvoor een nieuw
ziekenhuis gebouwd omdat het voormalige Maternité Solidarité
ziekenhuis tijdens de aardbeving zwaar beschadigd is. In de
tussentijd ondersteunen we een afdeling in een overheidsziekenhuis.
De hoge kraamvrouwensterfte (6 vrouwen op elke 1.000 bevallingen
overleven het kraambed niet*) is te wijten aan complicaties die te
voorkomen en te behandelen zijn. Zwangerschapsvergiftiging is
doodsoorzaak nummer één. Wij willen hier wat aan doen: door deze
vrouwen gratis medische zorg te bieden, door een expertisecentrum
te zijn in het opsporen en behandelen van deze complicatie, door
praktijktrainingen aan overheidspersoneel en voorlichting te geven.
Hopelijk kunnen we ons project dan in de toekomst overdragen aan de
overheid of andere organisaties.
Nu een cholerabehandelcentrum
Op dit moment is het nieuwe
ziekenhuisgebouw in gebruik als cholerabehandelcentrum, maar we
hopen dat we als de cholera-epidemie voorbij is die kunnen
heropenen als ons ziekenhuis voor spoedeisende verloskunde.
* Bron: Wereldgezondheidsorganisatie