Artsen zonder Grenzen voert actie tegen de Europese
handelspolitiek die schadelijk is voor de toegang van betaalbare,
generieke medicijnen omdat het leven van miljoenen mensen hiervan
afhangt. De Europese Unie onderhandelt over vrijhandelsverdragen
met onder andere India en een internationaal anti-namaakverdrag
ACTA. Het addertje onder het gras zit in specifieke bepalingen die
schadelijk zijn voor de toevoer van generieke medicijnen. Een
aantal vragen en antwoorden op een rij.
Wat is het grote probleem met het alleenrecht
op klinische onderzoeksgegevens zoals voorgesteld in het
vrijhandelsverdrag tussen de EU en India?
Medicijnfabrikanten krijgen in principe een
patent dat hen 20 jaar lang het alleenrecht geeft op productie. Nu
willen zij er nog eens 10 jaar aanknopen onder de noemer van
‘data-exclusiviteit’, wat betekent dat medicijnfabrikanten 10 jaar
lang het alleenrecht op hun klinische onderzoeksgegevens houdt.
Deze data-exclusiviteit zou dan voor al hun medicijnen gelden, ook
als zij er geen patent meer op hebben. Dit betekent in feite dat je
daarmee een (extra) periode van 10 jaar monopolierecht verkrijgt.
Want het gevolg is dat een generieke fabrikant zelf ook klinische
testen moet uitvoeren om het te mogen verkopen. Dit is niet alleen
duur, maar ook medisch onethisch. Want het betekent dat een
testgroep ofwel een placebo, ofwel een minder goed medicijn moet
slikken. Terwijl zij ziek zijn en in feite gewoon het medicijn
nodig hebben waarvan reeds bewezen is dat het goed werkt.
- Update: sinds juni 2011 is de eis voor
data-exclusiviteit formeel uit het vrijhandelsverdrag.
De grote farmaceuten willen hun investering in onderzoek en
ontwikkeling terugverdienen, dat is toch redelijk?
De grote farmaceutische bedrijven verdienen
het geld dat ze in onderzoek en ontwikkeling gestopt hebben al
terug in het winstgevende Westen. De IFPMA, de grootste
internationale vereniging van farmaceuten, schat dat de gemiddelde
onderzoeks- en ontwikkelingskosten voor een nieuw medicijn 800
miljoen dollar bedragen. Dit bedrag wordt door velen in twijfel
getrokken en omvat bovendien ook marketingkosten. De jaarlijkse
winst van grote medicijnfabrikanten loopt daarbij in de miljarden.
Het huidige patentrecht geeft farmaceuten 20 jaar het exclusieve
recht een medicijn te maken. Patenten worden al beschermd in
ontwikkelingslanden. Bedrijven willen nu in feite nog meer
bescherming.
De farmaceuten moeten winst maken, dat
is toch redelijk?
Ja, medicijnfabrikanten zijn vooral ook
bedrijven. En bedrijven moeten hun kosten terugverdienen en winst
maken. De westerse farmaceutische bedrijven anticiperen op
economische barre tijden: van veel van de huidige bestsellers
verlopen de patenten in de nabije toekomst en zij hebben niet
genoeg nieuwe medicijnen uitgevonden die dat gat kunnen opvallen.
Ze zoeken dan ook naarstig naar gaten in de markt waar in de
toekomst extra winst te behalen valt. Zoals met lucratieve
medicijnen tegen hart- en vaatziekten, diabetes en kanker, allemaal
welvaartsziekten die in groeiende economieën als India en Brazilië
in opmars zijn. Maar voor deze mogelijke winstpercentages in de
toekomst zijn de farmaceuten, samen met de Europese Unie, bereid
een systeem te slopen dat nu miljoenen mensenlevens redt.
Bescherming van intellectueel eigendomsrecht is nodig om
innovatie te stimuleren
Hoewel intellectuele eigendomsrechten
wereldwijd steeds sterker beschermd worden, leidt dat niet tot een
evenredige toename in innovatie, en zeker niet voor ziekten die
vooral de ontwikkelingslanden treft. Dat stelt ook de
Wereldgezondheidsorganisatie. Jonas Salk, uitvinder van het
poliovaccin, het meest baanbrekende medicijn van de afgelopen eeuw,
wilde geen exclusief recht op zijn vinding. Hij vond dat zijn
vaccin publiek bezit moest zijn. Bovendien zijn er genoeg andere
oplossingen voor innovatiestimulatie. Medicijnfabrikanten kunnen
hun patenten in de patentenpool van internationale organisatie
UNITAID stoppen. Als bedrijven hun patenten willen gebruiken,
krijgen zij een financiële vergoeding. Of je kunt speciale
stimuleringsfondsen opzetten. Dergelijke fondsen hebben al
veelbelovende nieuwe ideeën opgeleverd voor de diagnostiek van
zenuw-en-spierziekte ALS en voor een nieuwe productiemethode van
een tbc-medicijn.
In het belang van volksgezondheid moeten namaakmedicijnen
bestreden worden.
Namaakmedicijnen vormen inderdaad een
bedreiging voor de volksgezondheid. De huidige voorgestelde
bepalingen in het vrijhandelsverdrag tussen de EU en India en het
internationale anti-namaakverdrag ACTA vatten wat als ‘namaak’ mag
worden beschouwd, echter erg ruim op, waardoor ook legitieme,
generieke medicijnen hieronder vallen. Generieke medicijnen moeten
worden verkocht onder de naam van het werkzame bestanddeel.
Merkfabrikanten baseren hun merknamen vaak ook op die stof. Dat de
naam die op het doosje van het generieke medicijn staat lijkt op de
gekozen merknaam, is dus onontkoombaar. Bijvoorbeeld antibiotica
met de generieke naam ‘amoxilline’ versus merknaam ‘Amoxil’ van
farmaceutisch gigant GlaxoSmithKline. Sterker nog, dit soort beleid
werkt averechts: het verleden leert dat als generieke medicijnen
wegvallen, dit tot hogere prijzen leidt en de handel in
nepmedicijnen opbloeit.
Kunnen de generieke medicijnen uit India ook hier verkocht
worden?
Nee, als er een patent op het medicijn rust in
Nederland kan dat niet. Patentrechten gelden per land. Tenzij er
een dwanglicentie wordt afgegeven. Dit betekent dat een
medicijnenfabrikant een aanvraag voor toekenning van een
dwanglicentie kan indienen bij de overheid. De overheid kan dan
besluiten deze te verlenen als zij vindt dat de volksgezondheid
hiermee gediend is. Dit is reeds voorgekomen in de Verenigde
Staten, Canada en Groot-Brittannië. Deze wettelijke dwang is na 1945 in Nederland
nog maar twee keer toegepast. Er is wel een Europese generieke
medicijnenmarkt, maar dat gaat grotendeels om andere
medicijnen.

Is de lobby van Europese
farmaceuten dan zo sterk?
De Europese farmaceutische industrie
vertegenwoordigt een vijfde van de totale high-tech industrie van
Europa. De Europese federatie van farmaceutische associaties
(EFPIA) ziet het als haar taak voor een sterke concurrentiepositie
te zorgen in ontwikkelingslanden. Zij ziet bilaterale
overeenkomsten als essentiële instrumenten om dat doel te bereiken.
(Bron: http://www.efpia.org/) De EFPIA is
volgens een EU-studie een van de meest effectieve
lobby-organisaties op Europees niveau. (Bron: ‘‘Lobbying in the
European Union: Current rules and practices’, working paper
European Parliament, January 2003.
http://ec.europa.eu/civil_society/interest_groups/docs/workingdocparl.pdf)
Meer lezen