
Artsen zonder Grenzen bestaat vandaag, maandag 7 september, 25
jaar. Die verjaardag heeft een bittere bijsmaak, want hij laat zien
dat er nog steeds veel hulp nodig is voor de slachtoffers van
oorlogen, natuurrampen en geweld. Nog steeds heeft Artsen zonder
Grenzen daarin de rol die Jacques de Milliano en de vijf andere
oprichters voor ogen stond: zonder te kijken naar politieke of
religieuze achtergronden medische hulp bieden aan mensen in
noodsituaties die door anderen niet worden bereikt. Het tweede doel
was aandacht vragen voor het vaak vergeten leed en onrecht dat onze
teams bij hun werk tegenkwamen, in de hoop meer hulp te
mobiliseren. Of beter nog, dat politici en machthebbers hun
verantwoordelijkheden zouden nemen voor het lot van de
getroffenen.
Ook nu, 25 jaar na dato in het
internettijdperk, zijn er nog steeds teveel menselijke tragedies
die te weinig aandacht krijgen. Wie kent het tragische lot van de
Rohingya’s in Bangladesh, het geweld tegen de Adivasis in de
Indiase deelstaat Chhattisgarh, tegen de plattelandsbevolking in de
Centraal-Afrikaanse Republiek, of de langzame dood van
tuberculosepatienten in Turkmenistan en Uzbekistan?
Door de onbekendheid van deze noodsituaties
vallen die al snel van de agenda van veel hulporganisaties. In
andere gevallen is het voor veel van hen te onveilig of te complex
om de bevolkingen daar te bereiken. Extra bitter is het daarom te
moeten constateren dat onze manier van hulp verlenen en onrecht aan
de kaak stellen in de afgelopen 25 jaar gevaarlijker is
geworden.
De politieke verhoudingen in de wereld zijn in
de afgelopen kwart eeuw sterk veranderd. Er is een nieuwe
wereldorde ontstaan met spanningen tussen Noord en Zuid en tussen
het westen en de radicale Islam. Die ontwikkelingen hebben een
grote invloed gehad op de hulpverlening in veel
conflictgebieden.
In reclamespotjes op de televisie zien we nu
dokters in groene uniformen, scholenbouwende legers en oorlogen die
gepresenteerd worden als wederopbouw in plaats van de dood en
verderf zaaiende scenario’s die het in werkelijkheid zijn.
Hulpverlening is hier overduidelijk een
politiek instrument geworden. Door die associatie met de Westerse
militaire en politieke agenda is de veiligheid van hulpverleners
naar een onacceptabel laag niveau gedaald. Artsen zonder Grenzen
weet dat maar al te goed uit eigen ervaring. Vanaf 2004 verloren
wij acht collega’s in laffe aanslagen en werden er drie medewerkers
ontvoerd. Onvermijdelijk heeft dat effect op de hoeveelheid hulp
die we kunnen bieden in de landen waar het om gaat en daarmee
treffen deze incidenten ook de bevolking.
Ook het feit dat wij ons - los van politieke
agenda's - uitspreken over grove mensenrechtenschendingen die wij
zien, wordt inmiddels politiek geïnterpreteerd. In maart van dit
jaar bijvoorbeeld werden wij Sudan uit gezet vanwege onze vermeende
steun voor het Internationaal Strafhof en voor het uitbrengen van
een rapport over verkrachtingen in Darfur.
Helaas zijn hulporganisaties zelf ook schuldig
aan het ter discussie stellen van hun neutraliteit. Teveel van hen
zijn op zoek naar financiële middelen en aanzien en leveren zich
uit aan politieke agenda’s. Zo dragen ze bij aan de vermenging van
humanitaire en militaire belangen.
In plaats daarvan zouden ze zich meer moeten
concentreren op het kweken van begrip voor onafhankelijke noodhulp
in niet-westerse samenlevingen als die van India, China en Rusland.
Dat vergroot het draagvlak en kan sterk bijdragen aan het respect
dat hulpverleners krijgen in brandhaarden als Sri Lanka, Sudan of
de conflictgebieden van Afrika.
Bij die verandering hoort ook dat organisaties
meer dan voorheen hun niet-westerse staf moeten inzetten. Het beeld
van de witte dokter die een zwarte medemens helpt, sluit niet
langer aan bij de veranderende verhoudingen op het
wereldtoneel.
We gaan ons jubileumjaar in met gemengde
gevoelens. We zijn verontwaardigd over het voortdurende lijden van
miljoenen mensen in noodsituaties, we zijn bedroefd wanneer we
denken aan de families van onze collega’s die het leven verloren in
dienst van Artsen zonder Grenzen. Tegelijkertijd zijn we ook
vastberaden om onze missie die in 1984 startte voort te zetten, in
de overtuiging dat wij ook in de komende jaren een onafhankelijke
rol van betekenis zullen spelen voor degenen die getroffen zijn
door conflicten en natuurrampen.
Hans van de Weerd, algemeen directeur
Artsen zonder Grenzen