
Zémio is een dorpje in het zuidoosten van de
Centraal-Afrikaanse Republiek, precies op de grens met de
Democratische Republiek Congo. Artsen zonder Grenzen ondersteunt
hier een ziekenhuis van het ministerie van Volksgezondheid, omdat
het met de toegang tot medische zorg erbarmelijk slecht gesteld
is.
Als er al klinieken of ziekenhuizen zijn, kan
de straatarme bevolking vaak de behandeling niet betalen. Daardoor
sterven veel mensen aan ziektes die goed te behandelen of voorkomen
zijn, zoals malaria en tuberculose. In het gebied rond Zémio, net
als op veel andere plekken in de Centraal-Afrikaanse Republiek, is
er sprake van veel geweld tegen de bevolking. Mensen zijn al
meermaals op de vlucht geslagen na aanvallen van de LRA, een
beruchte rebellengroep die we hier in Nederland kennen als het
Verzetsleger van de Heer.
Ik ben samen met cameravrouw Esther op bezoek
in Zémio, onder andere om een bedankfilmpje te maken voor mensen
die de moeder-en-kindzorg van Artsen zonder Grenzen hebben gesteund
door geld in te zamelen voor Baby zonder Grenzen.
Als Esther en ik bij de kraamkliniek op het
ziekenhuisterrein aankomen, zien we een apetrotse vader rondlopen
met een in doeken gewikkeld baby’tje. Het is ontroerend om te zien
hoe trots hij is op zijn pasgeboren kind, net 3 dagen oud. Het is
een meisje en ze heet Marianne Mbolinami, vertelt hij, het betekent
'God zij met mij.'
Ze is hier in het ziekenhuis geboren met de
hulp van de vroedvrouw. Voor mama Marie Claire en papa Maurice was
het een grote opluchting dat Marie Claire kosteloos en onder
medische supervisie in het ziekenhuis mocht bevallen, vooral omdat
ze niet lang geleden al een kind verloren.
Het gezin woont niet ver bij het ziekenhuis
vandaan, in het dorpje Bandassi. Ze kunnen rondkomen van de
groenten en granen die ze op hun akkertje verbouwen: rijst, mais,
arachide, aardappelen en maniok, maar er blijft geen geld over. Als
ouders Marie Claire en Maurice weer bij hun overige 4 kinderen
thuis zijn en Marianne's navelstreng eraf is gevallen viert het
gezin, samen met opa en oma, de komst van het kleintje. Hopelijk
vangen ze een vis, anders zal het feestmaal bestaan uit maniok en
vlees.
Van de ouders begrijp ik dat ze niet ver van
de landingsbaan vandaan wonen, waar vanaf ik een aantal dagen later
weer in een klein vliegtuigje zal opstijgen om aan de lange weg
terug naar mijn eigen gezin te beginnen. In het vliegtuig zoek ik
het hutje met mijn ogen op en denk ik aan de kleine Marianne in de
armen van haar vader. Zij heeft in ieder geval een goede start in
het leven gehad…
Rolinda Montsma, persvoorlichter van Artsen zonder
Grenzen