‘Hiv/aids was een doodstraf toen ik in 2007 in Epworth
kwam werken’, zegt Anna Marabanda, verpleegkundige en supervisor
van Overspill, één van de twee klinieken van Artsen zonder Grenzen
in Epworth. ‘Er was nauwelijks behandeling en hiv/aids was een
taboe, zodat mensen de ziekte vooral probeerden te negeren. Nu zien
ze door het werk van Artsen zonder Grenzen dat je heel goed verder
kan leven met de ziekte.’
Impact
Epworth is een township bij Harare, de
hoofdstad van Zimbabwe. De mensen wonen er in kleine stenen huisjes
met meestal maar één of twee kamers. De werkloosheid is er groot en
de bevolking leeft van kleinschalige handel en het voedsel dat ze
naast hun huizen verbouwen. Criminaliteit is wijdverbreid en mede
door de vernietigende impact die hiv/aids tot een aantal jaar
geleden had, zijn er veel eenoudergezinnen met moeders aan het
hoofd.
Taboe
Zimbabwe is een van de landen die het zwaarst
getroffen zijn door hiv/aids. In heel Zimbabwe is 14,3 procent van
de bevolking hiv-positief. In de stedelijke gebieden zoals Epworth
liggen die percentages hoger. Voordat Artsen zonder Grenzen haar
programma opzette, was hiv/aids in Epworth een groot taboe, een van
de redenen dat de ziekte om zich heen kon grijpen.
Stigma
Verpleegkundige Anna: ‘Sinds de komst Artsen
zonder Grenzen is het stigma rond hiv/aids belangrijk verminderd in
Epworth. De mensen zien de resultaten van de behandeling: patiënten
die eerst in een kruiwagen naar de kliniek moesten worden gebracht,
lopen een tijdje later met een stok en zijn, nog weer later,
nauwelijks meer als aidspatiënt te herkennen.’
Zwangere vrouwen
Artsen zonder Grenzen biedt in Epworth een
volledig programma voor de bestrijding van hiv/aids: voorlichting
en preventie, testen, medicijnen en psychosociale begeleiding. Een
belangrijke component is de zorg voor zwangere vrouwen. Zij krijgen
speciale medicatie en begeleiding gericht op het voorkomen van de
overdracht van moeder op kind.
Aidsremmende medicijnen
‘De vrouwen komen hier via de polikliniek voor
prenatale zorg’, zegt Anna. ‘De hiv-test is niet verplicht, maar
nadat de vrouwen voorlichting hebben gehad over hiv/aids willen ze
meestal wel worden getest. Als ze positief zijn, krijgen ze
uitgebreide voorlichting en daarna starten ze met aidsremmende
medicijnen. Afhankelijk van in welk stadium hiv/aids bij hen is,
krijgen ze een volledige kuur of alleen medicijnen voor hun
ongeboren kind.’
Controle
‘Iedere twee weken komen de vrouwen op
controle. We wijzen ze op het belang van veilige seks voor de
gezondheid van de baby, het goed nemen van de medicatie, het volgen
van een goed dieet en het bevallen in de kliniek. Als het kindje er
is, onderzoeken we natuurlijk of het gezond is en geven we
voorlichting over de verzorging. Zonodig behandelen we de infecties
die de vrouwen krijgen doordat het hiv-virus hun afweer verzwakt.
Na 6 weken is er dan een check om te zien of de baby echt vrij is
van hiv. We drukken de moeders op het hart dat ze meteen met hun
baby’s komen als die ziek worden.’
‘Oma’
‘Mijn bijnaam hier is “Oma”, omdat ik al vanaf
het begin hier werk. Uit die tijd herinner ik me nog een vrouw die
positief getest werd. Ik zei: “Je moet het thuis vertellen, ook al
zie je er nog gezond uit.” Haar man reageerde heel slecht op het
nieuws, hij dreigde haar te verstoten. De vrouw ging door een hel.
Uiteindelijk heb ik toen een brief aan haar man geschreven om hem
persoonlijk uit te nodigen naar de kliniek te komen. Na een aantal
sessies met onze counselors veranderde alles. Het stel zag in dat
scheiden niet nodig was en de man liet zich ook testen. Hij zit nu
ook in het programma, en ik ben persoonlijk bevriend geraakt met
het echtpaar. Ze hebben zelfs bij wijze van voorbeeld openlijk hun
verhaal verteld op een manifestatie ter gelegenheid van
Wereldaidsdag vorig jaar.’
Band
‘Net als met het stel dat dreigde te scheiden
zijn er meer patiënten met wie ik een nauwe band heb gekregen. Zo
was er 3 jaar geleden een baby’tje dat mijn voornaam kreeg. Als de
moeder nu op controle komt, komt ze altijd even bij me langs en,
als ik wat bij me heb, krijgt Anna een snoepje. Haar moeder is als
een zus voor me geworden.’
November 2011