Wereldwijd lijden er 14 miljoen mensen aan
tuberculose (tbc) en krijgen jaarlijks 9,4 miljoen mensen tbc. Tbc
zoals wij dat kennen, is niet het enige probleem: resistente,
moeilijk behandelbare, vormen van tbc maken een opmars (MDR-TB en
XDR-TB). Er komen elk jaar 440.000 mensen bij die aan zo'n
resistente vorm van tbc lijden, elk jaar overlijden 150.000 mensen
aan MDR-TB of XDR-TB. De teams
van Artsen zonder Grenzen behandelen wereldwijd mensen voor tbc,
zowel de normale vorm als de resistente vormen. De behandeling voor
- en tijdige opsporing van - tbc en hiv is geïntegreerd in onze
projecten. Daarnaast doen onze medewerkers onderzoek in de praktijk
naar de toepasbaarheid van betere tests.
Behandeling voor tbc in Zuid-Afrika:
Kaapstad
In Khayelitsha, een township van Kaapstad
heeft Artsen zonder Grenzen een hulpproject voor multiresistente
tbc. Patiënten worden zoveel mogelijk thuis behandeld, zo kunnen
zij zoveel mogelijk een normaal leven leiden (de behandeling duurt
1 tot 2 jaar). Daarbij wordt goed gelet op voorzorgsmaatregelen om
besmetting te voorkomen. Frisse lucht is belangrijk voor het
herstel van de patiënt. Artsen zonder Grenzen consulenten
begeleiden de patiënten, samen met een peer educator:
iemand die zelf aan de ziekte lijdt en lotgenoten bijstaat.
© foto's: José Cendon, maart 2011

Khayelitsha is een township van Kaapstad. Het telt een half
miljoen inwoners.

Xoliswa Hermanus heeft zelf aan de
superresistente vorm van tbc (XDR-TB) geleden en is genezen. Nu
werkt zij als peer counselor. Zij bezoekt Jonas Cikizwa, patiënt
van Artsen zonder Grenzen die aan XDR-TB en diabetes lijdt en
hiv-positief is. Xoliswa bekijkt de woonomstandigheden van Jonas.
Ze dragen de mondkapjes ter bescherming: om (verdere) besmetting te
voorkomen.

Artsen zonder Grenzen verpleegkundige Nolitha
Tsilana verstrekt pillen aan een patiënt in het Lizo Nobanda
tbc-zorgcentrum. Patiënten moeten elke dag een cocktail van zo'n 6
tot 20 pillen per dag slikken plus ze krijgen een injectie.
Project voor resistente tbc in Oezbekistan
Artsen zonder
Grenzen ondersteunt sinds 1998 het Oezbeekse ministerie van
Volksgezondheid in de strijd tegen tbc. Nadat we vaststelden dat er
patiënten waren die niet reageerden op standaardmedicijnen, werd in
2003 een pilotproject opgezet voor het behandelen van resistente
tbc. In de steden Nukus en Chimbai in Karakalpakstan bieden onze
teams behandeling voor meervoudige resistente tbc-patiënten.
In 2010 namen we 385 nieuwe patiënten op voor behandeling en hebben
we onze zorg verder uitgebreid in de regio.
© foto's: Misha Friedman/MSF, juli 2010

Patiënten worden in eerste instantie opgenomen
voor behandeling in het ziekenhuis. In de tweede fase mogen zij
naar huis, maar moeten zij wel elke dag naar de dichtstbijzijnde
polikliniek om hun medicijnen en een injectie te halen. Patiënten
mogen elke dag langskomen om met een psychosociale hulpverlener van
Artsen zonder Grenzen te spreken. Het vormt een belangrijke
ondersteuning voor hun herstel: de medicijnen hebben zware
bijwerkingen, variërend van misselijkheid en braken tot en met
hallucinaties.

Een 19-jarige patiënt aan een zuurstofapparaat
in het tbc-ziekenhuis in Nukus. Hij kan zelf niet ademen.

Een goed uitgerust laboratorium met
gekwalificeerd personeel speelt een belangrijke rol in de
behandeling van resistente tbc. Elke patiënt heeft een eigen
resistentiepatroon. Hiervoor moet een medicijngevoeligheidstest
worden afgenomen die vervolgens in het lab beoordeeld moet
worden.
Happiness uit Swaziland wordt behandeld voor multiresistente
tbc (MDR-TB)
Happiness Dlamini (31) woont met haar zoon van
11 en haar dochtertje van 4 jaar oud in Emhlabeni, een dorp op 4
uur rijden van hoofdstad Mbabane. Voordat zij ziek werd, werkte zij
als huishoudster. Toen het hoesten maar niet overging, besloot ze
zich op tbc te laten testen. 'Ik was erg bang toen ze mij vertelden
dat ik MDR-TB had. Ik dacht dat ik ten dode was opgeschreven,
iedereen die ik ken met MDR-TB is dood.' Dat was december 2010. Ze
krijgt medicijnen en begeleiding van Artsen zonder Grenzen.
© foto's: Krisanne Johnson, maart 2011

Happiness moet elke dag 15 en een halve pil innemen. Elke dag
komt een gezondheidswerker langs om haar daarbovenop een injectie
te geven. Ze heeft veel last van bijwerkingen. Hierdoor voelt ze
zich de meeste tijd erg ziek. Ook heeft ze last van
stemmingswisselingen.

Buiten met haar dochtertje Nokwenza. Om
te voorkomen dat zij haar kinderen besmet moet Happiness 's nachts
buiten slapen.

Happiness veegt haar hut schoon. Een van de
bijwerkingen van de medicijnen is dat zij erg slaperig wordt en dus
maar weinig aan het huishouden kan doen.