‘De stad is een slagveld’

afbeelding van Rene Colgo
Hulpcoördinator
In Bangassou in de Centraal-Afrikaanse Republiek zijn hevige gevechten opgelaaid. Hulpcoördinator Rene Colgo en zijn team in het plaatselijke ziekenhuis zaten er middenin.

‘We wisten al wekenlang dat er gevechten aan zaten te komen. Eerst hoorden we dat er 60 kilometer van Bangassou gewapende groepen actief waren. Twee weken geleden vernamen we dat een dorp op 25 kilometer van de stad was ingenomen. Daarbij vielen vier doden. Alle bewoners waren gevlucht. En eerder deze week gingen in deze regio VN-troepen de strijd aan met milities. Ook daarbij vielen doden en vele gewonden.

 

Schoten gelost

‘Dus toen de eerste schoten werden gelost in Bangassou, op zaterdagochtend, was ik niet verrast. En we waren er klaar voor. We hadden in het ziekenhuis alles voorbereid om veel gewonden te kunnen behandelen en hadden zelfs een tent opgezet met 18 extra bedden. Maar waar we ons onmogelijk op konden voorbereiden, was de chaos en paniek die zich verspreidden over de stad.

 

‘We wisten dat er mensen vastzaten op plekken waar wij ze niet konden helpen’

 

Hulpeloos

‘Het geweld raasde door Bangassou. En we wisten al snel dat er veel mensen vastzaten op plekken waar wij ze niet konden helpen zonder zelf onze eigen levens op het spel te zetten. Op dat moment voel je je vreselijk hulpeloos. Je kunt niets doen terwijl mensen vrezen voor hun leven.

 

Rennende mensen

‘Het ging allemaal heel snel. Het geweervuur begon in de wijk Tokoyo, het moslimgedeelte van de stad. Mensen vluchtten alle kanten op, op zoek naar een veilige plek, waar ze die ook konden vinden. Bij vrienden of familie. In kerken en moskeeën. Op het terrein van het ziekenhuis. Overal zag je rennende mensen. En toen opeens niet meer. Na de eerste schermutselingen leek de stad twee dagen lang helemaal leeg. Je zag alleen nog gewapende mannen op straat. En het enige wat je hoorde, was het geluid van geweren.

 

‘Ze was volledig in shock’

 

Doodsbang

‘Op zaterdag werden er 22 gewonden naar het ziekenhuis gebracht. Op zondagochtend nog 4. In de tuinen en op de gangen verbleven ondertussen zo’n 500 mensen die alleen maar hoopten dat de strijders het ziekenhuis niet zouden aanvallen. Ze zitten er nu nog. En ze allemaal doodsbang.

 

Shock

‘Ze hebben dan ook verschrikkelijke dingen gezien. Een jonge vrouw vertelde dat ze zag hoe haar buren voor haar ogen werden gedood door kogels en machetes en dat huizen werden geplunderd en verbrand. Ze was volledig in shock. We hielpen haar zo goed mogelijk. Nu wacht ze, op wat er gaat gebeuren na de gevechten. Net als wij. We kunnen alleen maar reageren op een situatie die alle kanten op kan gaan.

 

Het ziekenhuis van Artsen zonder Grenzen in Bangassou, Centraal-Afrikaanse Republiek, voordat het geweld oplaaide in de stad.

 

Schuilen

‘Artsen zonder Grenzen is de enige organisatie die medische hulp kan geven in Bangassou. Maar terwijl ik dat zeg, maken we ons ernstig zorgen om de mannen, vrouwen en kinderen die schuilen op plekken waar we ze niet kunnen bereiken. Zo waren er mensen in de moskee in Tokoya die volledig afgesloten waren van hulp. Ze hadden dagenlang geen water of eten. En we wisten dat er onder hen ook gewonden waren, zelfs enkele dode mensen.

 

Geen kant op

‘Op maandag wisten we met een klein team die moskee te bereiken. We konden 10 van de 25 gewonden behandelen voordat er rond de moskee opnieuw schoten gelost werden. We moesten voor onze veiligheid terug naar het ziekenhuis. De 250 vluchtelingen bleven achter en konden geen kant op.

 

‘Bangassou is onherkenbaar geworden’

 

Vrees

‘Bangassou is onherkenbaar geworden. Het is een slagveld. Overal lopen mannen met wapens. Er wordt continu geschoten. Helikopters vliegen over de stad. We vrezen het ergste. Als er niet enige vorm van bescherming komt, zal het heel slecht aflopen voor veel mensen.’

 

Mei 2017


afbeelding van Rene Colgo
Geschreven door: Rene Colgo
Rene Colgo is hulpcoördinator bij Artsen zonder Grenzen.
Sluit zoeken

Zoekveld