Jitske Rullmann: flying psychosociaal hulpverlener

Jitske Rullmann las een artikel over slachtoffers van seksueel geweld in conflictgebieden. Ze voelde meteen dat zij hen met haar vaardigheden zou kunnen helpen.

Sinds wanneer werk je bij Artsen zonder Grenzen?

Vanaf februari dit jaar. Ik las een artikel over slachtoffers van seksueel geweld in conflictgebieden. De verhalen waren schokkend en ik vond het moeilijk om te blijven lezen. Ik dacht: als het al moeilijk is om deze verhalen te lezen, hoe moeilijk moet het dan zijn om ze te vertellen? Ik stelde me voor hoe eenzaam deze slachtoffers zich moesten voelen. Ik besloot dat als ik ook maar een klein beetje zou kunnen helpen, ik dat meteen zou willen doen.

 

Jitske met haar handpan, een instrument dat ze meegenomen had van thuis.

 

Vertel eens over je werk in de Centraal-Afrikaanse Republiek.

Ik ben psychosociaal hulpverlener. Normaal gesproken werkt een hulpverlener in één project. Maar als ‘flying’ hulpverlener houd ik me bezig met de geestelijke gezondheidszorg in vier verschillende projecten in het land. Ik zet me daarbij in voor het psychisch welzijn van mensen in een van de armste landen ter wereld. Conflict, seksueel geweld, honger en ziekte zorgen er voor veel leed.

 

Waarom is psychosociale zorg zo belangrijk?

Veel mensen hier leren zich al van kinds af aan staande te houden onder extreem zware omstandigheden. Ze beschikken over veel veerkracht, maar toch loopt de emmer zo nu en dan over. Bijvoorbeeld als ze een kind verliezen. Door een verkrachting. Omdat hun partner overlijdt en ze er thuis nu alleen voor staan. Hun gebruikelijke manieren om met zulke situaties om te gaan, schieten dan tekort. Wij helpen mensen bij het terugvinden van hun kracht en het oppakken van gezonde manieren om met stress om te gaan. En we brengen mensen bij elkaar. Zo werken we in de plaats Zemio met zelfhulpgroepen voor mensen met hiv. Zij vinden steunen bij elkaar door te luisteren en elkaar te motiveren om hun medicatie te blijven nemen – wat van levensbelang is.

 

Jitskes slaapkamer in de plaats Bossangoa in de Centraal-Afrikaanse Republiek.

 

Dit is dus je eerste missie. Wat zijn je indrukken tot nu toe?

Alle collega’s zijn zo bevlogen. Ik ben onder de indruk van wat we in zo’n hectische en onveilige plek allemaal weten op te zetten. Ondanks alle voorbereidingen was het onmogelijk om van tevoren een beeld te schetsen van de sfeer, de dynamiek in de teams, het werk en hoe ik me erbij zou voelen. En nu ik er midden in zit, vind ik het weer heel moeilijk om al mijn indrukken over te brengen. Ik zou eigenlijk iedereen willen laten kijken, ruiken, proeven en voelen hoe het er hier werkelijk aan toegaat.

 

Welke ervaring zul je nooit meer vergeten?

Een patiëntje dat me heel erg heeft geraakt, was een jongetje van tien. Door ziekte kon hij zijn gewrichten niet meer strekken en lag hij al jaren op bed. Enkele weken geleden werd zijn dorp in brand gestoken door een gewapende groep. Iedereen vluchtte, maar híj kon niet weg. Hij had hevige brandwonden over zijn hele lijf. Zo zagen wij hem in het ziekenhuis voor het eerst. Hij had heel veel pijn, was heel somber en wilde niet eten of drinken. Wij hebben met het hele team alles uit de kast getrokken om zijn fysieke en mentale toestand te verbeteren. Maar het mocht niet baten. Hij overleed in het ziekenhuis.

 

‘Samen volleyballen na het werk.’

 

Wat merk je van de onveiligheid?

Het kan gebeuren dat je rustig een film zit te kijken en je ineens de schuilkamer in moet vanwege beschietingen. Ik vond het indrukwekkend hoe stil het is tijdens een vuurgevecht. Ik had verwacht dat er mensen zouden schreeuwen, gillen of huilen, maar het is muisstil. Daarna blijft het nog een paar uur stil, totdat er ergens een dappere geit voorzichtig wat gaat blaten.

 

Komen collega’s ook bij jou met stressproblemen?

Ik ben níet de psycholoog van het team. Daarvoor staat er dag en nacht een ervaren psychologenteam klaar in Amsterdam. Maar ik zie wel dat veel collega’s vinden dat ze alle stressvolle omstandigheden normaal moeten vinden voor dit werk. Daar ben ik het niet mee eens. Je mag stress verwachten, omdat je nu eenmaal in een conflictgebied zit. Maar dat betekent nog niet dat je het normaal moet vinden of overal maar tegen moet kunnen. Ik probeer stiekem wat in die cowboycultuur te prikken. Cowboys zijn ook maar mensen.

 

‘Vanuit het plaatsje Zemio kijk je zo uit op buurland DR Congo.’

 

Wat mis je het meest van thuis?

Ik mis het om vrienden en familie te zien, om even samen koffie te drinken, te lachen, te kletsen. Ook vind ik het soms moeilijk dat ik er fysiek niet voor ze kan zijn op belangrijke momenten, zoals een bruiloft, bevalling of bij een verdrietig moment. We hebben internetverbinding, dus ik heb gelukkig wel veel contact. Ik word er dan heel blij van als iemand van thuis iets heel alledaags appt. Zo blijf ik me verbonden voelen.

 

September 2017