Meer hulpverleners tegen ebola, nu!

Artsen zonder Grenzen staat er te lang alleen voor bij de bestrijding van ebola in West-Afrika, schrijft adjunct-directeur Katrien Coppens.

Dit opinieartikel over de ebolacrisis in West-Afrika verscheen op 29 augustus 2014 in Het Parool.

 

Besmette patiënten in Liberia die worden weggestuurd. Afgegrendelde sloppenwijken. Weggevaagde families. Tientallen artsen en verpleegkundigen die zijn omgekomen. De uitbraak van ebola in Guinee, Liberia en Sierra Leone is de grootste en dodelijkste ooit en verspreidt zich onverminderd.

 

Er zijn volgens de Wereldgezondheidsorganisatie WHO al meer dan 1.427 patiënten omgekomen door het virus. Teams van Artsen zonder Grenzen hebben inmiddels bijna 1.900 patiënten opgenomen in Guinee, Liberia en Sierra Leone. In de drie landen zijn bijna 2.000 medewerkers aan het werk. Ons nieuwe behandelcentrum met 120 bedden in de hoofdstad Monrovia van Liberia is nu al helemaal vol. We zijn de capaciteit van het centrum aan het uitbreiden, maar we lopen continu tegen onze grenzen aan.

 

Anderen zijn nu aan zet. Het is onacceptabel dat de internationale gemeenschap de bestrijding van een zo verwoestende en dodelijke epidemie en de verzorging van de patiënten bijna volledig overlaat aan een particuliere organisatie als Artsen zonder Grenzen.

 

Tot nu toe hebben we vooral een leidende rol van de WHO gemist, net als een reactie van landen die beschikken over de medische en logistieke middelen om goed op grootschalige rampen te reageren. Naast hun financiële bijdragen is het essentieel dat ze ook artsen, verpleegkundigen, experts en hulpmaterialen sturen.

 

Bemoedigende signalen zijn er wel: de WHO riep de uitbraak uit tot een wereldwijde noodsituatie en maakte extra geld vrij. De Wereldbank stelde een noodfonds in van 200 miljoen en de VN benoemde een speciale afgezant voor ebola. Gisteren presenteerde de WHO een ‘routekaart’ voor de bestrijding van de ziekte.

 

Deze internationale initiatieven moeten onmiddellijk omgezet worden in effectieve actie om meer doden te voorkomen. Er is acuut behoefte aan medische en andere noodhulpverleners. Veel meer hulpverleners moeten aan de slag. Nu.

 

Hun inzet is nodig op een groot aantal terreinen. De epidemie moet goed in kaart worden gebracht; in klinieken en andere openbare gelegenheden moeten de hygiëne beter worden bewaakt; meer isolatiecentra zijn nodig; net als meer inspanning om mogelijk besmette mensen op te sporen. Gezondheidswerkers moeten uitgebreider getraind worden; betere doorverwijscentra zijn essentieel en, meest belangrijk, er moet meer accurate informatie verspreid worden over hoe mensen zich kunnen beschermen tegen ebola. Ook de angst voor de ziekte moet bestreden worden. Quarantainemaatregelen en avondklokken zonder betere informatie en goede opvang vergroten die angst alleen maar.

 

Zeker niet behulpzaam is het sluiten van internationale grenzen, waaronder luchthavens. Niet alleen voelt de bevolking van de getroffen landen zich daardoor in de steek gelaten, ook ons werk wordt daardoor steeds moeilijker. De internationale gemeenschap moet garanderen dat hulpgoederen onbelemmerd kunnen worden aangevoerd, en dat hulpverleners die de epidemie proberen in te dammen de getroffen landen kunnen in- en uitreizen. Daarnaast is het van groot belang dat, in het geval dat een besmette hulpverlener geëvacueerd zou moeten worden, daar de mogelijkheid toe bestaat.

 

De enige manier om deze epidemie te beteugelen is nu grootschalig internationale capaciteit vrijmaken en zo snel mogelijk inzetten. Het sinistere alternatief is dat deze epidemie zich verder in de regio zal verspreiden en dat ons uiteindelijk weinig meer rest dan het tellen van de doden.

 

Katrien Coppens, adjunct-directeur Artsen zonder Grenzen

Sluit zoeken

Zoekveld