Hassakeh, Noord-Syrië: verdubbeling gewonden door landmijnen en boobytraps, helft patiënten zijn kinderen

woensdag 04 april 2018

Het aantal patiënten in het ziekenhuis van Artsen zonder Grenzen in het Noord-Syrische Hassakeh dat gewond is geraakt door landmijnen, boobytraps en explosieven is de afgelopen maanden verdubbeld. De helft van de slachtoffers zijn kinderen, zo jong als één jaar. Artsen zonder Grenzen roept daarom op tot onmiddellijke opschaling van ontmijningsactiviteiten én levensreddende medische zorg in het gebied.

 

Explosieven in theepotten en speelgoed

Veel gevluchte mensen keren terug naar huis nu de gevechten in de gouvernementen Raqqa, Hassakeh en Deir ez-Zor zijn gaan liggen. ‘Patiënten vertellen ons dat er landmijnen, boobytraps en andere, geïmproviseerde explosieven in velden, langs wegen, op daken en onder trappen liggen,’ zegt landencoördinator Satoru Ida. ‘Er wordt zelfs gemeld dat er explosieven zitten in huishoudartikelen als theepotten, kussens, pannen, speelgoed en koelkasten. Terwijl mensen nu na maanden of zelfs jaren op de vlucht weer terug naar huis durven.’

 

Ali (12) en zijn broers trokken met hun kudde schapen over een weiland toen er een explosief tot ontploffing kwam. Allen waren zwaargewond, één broer (van 5 jaar) overleefde het niet.

 

Tot zes uur reizen naar ziekenhuis

Het ziekenhuis dat Artsen zonder Grenzen ondersteunt in Hassakeh is een van de weinige functionerende medische voorzieningen in het gouvernement Deir ez-Zor waar gratis specialistische zorg wordt gegeven. Mensen komen uit het hele gouvernement en moeten soms tot zes uur reizen.

 

Velen niet bewust van gevaar

In 2017 zorgde het geweld in het gebied dat minstens 254.000 mensen op de vlucht sloegen. Velen moesten meerdere keren vluchten. Hoewel sommige mensen terugkeren naar hun woonplaats, is de meerderheid van deze groep nog op de vlucht. Zij keren mogelijk ook spoedig terug en zijn zich niet altijd bewust van de gevaren die op de loer liggen. Ontmijningsdeskundigen vrezen dat door het hele gouvernement honderdduizenden explosieven verspreid liggen op plekken als scholen, ziekenhuizen en landbouwgrond.

 

‘Elke minuut telt’

‘Het is een race tegen de klok,’ vervolgt Ida. ‘Mensen keren terug naar mijnenvelden. Als er niks gebeurt, zullen we nog meer gewonden zien. Omdat de lokale zorg grotendeels is ingestort, is een ziekenhuis soms uren reizen verderop. Juist op een moment dat elke minuut telt. Als iemand niet ter plekke sterft, kan de vertraging waarmee iemand hulp krijgt alsnog fataal worden.’

 

Lamis (13) verloor een been toen zij met haar zussen het dak van hun huis in Dhiban op gingen en daar een boobytrap tot ontploffen brachten.

 

Ontmijning én voorlichting cruciaal

Ontruimingsactiviteiten zijn acuut nodig, maar voorlichting over de gevaren is dat ook. Mensen die terugkeren naar hun huizen moeten weloverwogen beslissingen kunnen nemen, risico’s kunnen identificeren en mogelijke explosieven kunnen vermijden. Ook moeten ze weten wat ze moeten doen als ze een explosief aantreffen en eerste hulp kunnen geven als er iets gebeurt.

 

Desastreuse gevolgen

‘Deze explosieven kiezen hun doelwitten niet,’ stelt Ida. ‘Zij respecteren geen wapenstilstand en kunnen ook nadat een conflict stopt maanden of jaren verborgen blijven. Zelfs als ze niet fataal zijn, kunnen ernstige verwondingen aan armen of benen desastreuse gevolgen hebben.’

 

Humaid (45), vader van Lamis: ‘Wat hebben deze kinderen ooit gedaan. Ze zijn onschuldig. Dit is geen oorlog tussen strijdende partijen. Dit is een oorlog tegen menselijkheid.’