© Marcus Bleasedale

De hel van Bossangoa

afbeelding van Erna Rijnierse

Erna Rijnierse

tropenarts en lid van het noodhulpteam

Erna Rijnierse, tropenarts en lid van het noodhulpteam, is net terug uit Bossangoa, een stadje in het noordwesten van de Centraal-Afrikaanse Republiek, waar gevechten de gemeenschap verdelen.

In mei kwam het team aan, na de staatsgreep. Alles is leeggeroofd in de gezondheidsposten en ziekenhuizen, zelfs de toiletten. Wij waren daar om gezondheidszorg terug te geven aan de mensen. Ik kwam eind juli aan en had net een week een werkende operatiekamer toen de gevechten in al hun hevigheid uitbarstten. Er vielen bommen, mortiergranaten werden afgeschoten, mensen vochten ook tegen elkaar.

 

Klein ziekenhuis

Wij hadden een klein ziekenhuis met een polikliniek, een opnameafdeling voor kinderen en een kraamkliniek. Ook hadden we op zo’n 35 kilometer een hulppost, waar mensen anders helemaal geen mogelijkheid zouden hebben om medische zorg te krijgen. Wij waren daar met vier buitenlandse hulpverleners: 1 projectcoördinator, twee logistieke medewerkers en ikzelf als de arts. Daarnaast hadden we een Centraal-Afrikaanse vroedvrouw, vier verpleegkundigen, en lokale medewerkers ter ondersteuning. Met dat team deden we alles.

 

Buitensporig geweld

Toen brak de hel los. We kregen mensen binnen die waren neergeschoten, bewerkt met machetes of een combinatie van de twee. Zoals iemand die eerst kapmessen in de nek had gekregen en daarna ook nog twee kogels. Je kan echt spreken van buitensporig geweld. In september hebben we meer dan 60 gewonden behandeld en 35 operaties uitgevoerd, waarvan 80 procent met grote machetewonden, kogels of combinaties daarvan.

Dat hij werd aangevallen. Dat komt binnen, dat doet pijn.

Hij kon niet weg

Er was een jongen, iets van 20 jaar oud. Hij leed aan epilepsie en liep wel eens zomaar weg. Zijn ouders hadden hem daarom aan een 50 kilo zware ketting gelegd. Toen kwam de dag dat iedereen elkaar begon aan te vallen. Iedereen vluchtte, maar ze konden zo snel de sleutel van zijn slot niet vinden en hij kon dus niet weg. Twee dagen later keerden ze terug. Als bescherming had hij zijn armen voor zijn gezicht gekruist en had hij daar een grote haal met een machete op gekregen. Dat hij, iemand van wie zo duidelijk is dat hij niet goed bij zijn hoofd is en niet weg kon, wordt aangevallen. Dat komt binnen, dat doet pijn.

 

Ouderwets toevluchtsoord

Op zo’n 350 meter van ons ziekenhuis ligt de katholieke missiepost: een ommuurd complex met een kerk, schooltjes en een pastoorwoning. Er zaten daar al tussen de 1.500 en de 2.000 mensen: de missiepost als ouderwets toevluchtsoord. Toen de gevechten uitbraken, stroomden de mensen massaal toe. In een buitengewoon rap tempo ontstond er een vluchtelingenkamp en waren er ineens zo’n 28.000 mensen. Stel je voor: je zit met je gezin op een kluitje, in de modder en de regen. Overal ligt ontlasting, de rook van open vuur voor het koken doet pijn in je ogen. Je moet wel intens bang zijn als je dát verkiest boven je eigen huis. Lijkt me verschrikkelijk.

 

© Sylvain Cherkaoui

 

Enige dokter

Twee maanden lang was ik de enige dokter en waren wij de enige hulporganisatie ter plaatse. Op een bepaald moment kwam er gelukkig uitbreiding van ons team, we zijn meteen begonnen met zorgen voor schoon water, waspunten en latrines en het geven van gezondheidsvoorlichting. We hebben ons programma voor therapeutische voeding opgeschaald. Bijna 230 ondervoede kinderen behandelen we nu, waarvan 30 voor intensieve verzorging zijn opgenomen.

 

 

Nog steeds

Er komen nog steeds slachtoffers binnen. Ik denk aan het kindje van twee dat werd binnengebracht met schotwonden in haar arm. Een baby die bij ons werd gebracht. De moeder was doodgeschoten terwijl zij op het land werkte en er was niemand die voor haar kon zorgen. En er komen nog steeds mensen aan, soms wel 50 tot 100. Sommigen hebben al weken of maanden in de bossen gezeten, en durven nu pas te komen.

 

Leefomstandigheden

De leefomstandigheden zijn er buitengewoon slecht. Er is stilstaand water, een ideale broedplaats voor muggen. Malaria is daar al een probleem en waar moet je een muggennet ophangen als je in een plastic tentje bivakkeert? Nu komen er wel voorzichtig hulporganisaties bij, daar hebben we ook publiek een oproep toe gedaan. Er is een distributie geweest van dekens etc. En samen met het ministerie van Volksgezondheid hebben we een vaccinatiecampagne tegen mazelen en polio uitgevoerd.

 

 

Juiste moment

We zaten daar echt op het juiste moment op de juiste plaats. Van de jongen met epilepsie hebben we zijn ontstoken wonden schoongemaakt en een armbot dat door de impact van de machete was gebroken, gezet. Hij is nu ontslagen en maakt het goed. Net zoals het kindje van twee maanden met de kogelwonden. De baby hebben wij gevoed en nu proberen we bij zijn tante de melkproductie te stimuleren.

 

Levens redden

Ik heb heel weinig geslapen en ben heel erg moe. Ik heb hele nare dingen gezien, verschrikkelijke verhalen gehoord en in een lastige situatie gewerkt. Maar als ik nu terugkijk ben ik heel erg blij als ik bedenk wat we hebben kunnen bereiken met beperkte middelen. Ik stond met kolen en een snelkookpan mijn chirurgische instrumenten te steriliseren, maar ik redde er wél mensenlevens mee. We hebben met bloedtransfusies kinderen met ernstige bloedarmoede gered. Dáár gaat het uiteindelijk om. En we zijn gebleven tijdens de gevechten, we zijn naast de mensen gaan staan. Ik denk dat we daar best trots op mogen zijn. Als Vince, hoofd van ons noodhulpteam, vraagt of ik volgende maand terug kan gaan, doe ik het meteen. Want dit is wat ik wil doen. Dit is wie ik ben.

 

November 2013


afbeelding van Erna Rijnierse Geschreven door: Erna Rijnierse
Tropenarts Erna werkt al sinds 2007 voor Artsen zonder Grenzen. Ze heeft in Zimbabwe, Zuid-Sudan, Jordanië en tal van andere landen gewerkt.
Sluit zoeken

Zoekveld